De diakenen en de mobilisatie van de eigen gemeente in onze tijd
1979-11-02
Samenvatting van de toespraak van een 'invaller' op de Centrale Diakonale Conferentie te Utrecht, 17 maart jl.- Jaargang 23
- nummer 41
Enkele jaren geleden werd - ik meen: in het verslag van de Stichting Anno '70 voor kinderbescherming - eens de opmerking gemaakt, dat dat werk meer gericht moest worden op preventie. Dus opvoorkóming van nood-situaties. Reeds toen vroeg ik me af of dat niet geldt van heel het diakonale werk.
Doorgaans hoeft niemand ons te vertellen van de eigen taak van de diaken, die in Hand. 6: 2 v.v. al naar voren begint te komen. Evenmin van de vereisten die Paulus in zijn pastorale brieven omtrent de vertrouwelijke en coördinerende dienst van deze ambtsdrager in Christus' gemeente stelt.
Toch ligt er de vraag hoe we dat vandaag nu waarmaken. Ik ben er b.v. niet zo zeker van of gemeente en diakenen wel altijd beseffen, dat de diaken in zijn dienst - net als de andere ambtsdragers - exponent is van een taak van héél de gemeente! Net als de ander ambtsdragers,want de geméénte heeft de taak het Woord te verkondigen, al is de voorganger daarin dan ook een vrijgestelde specialist. De geméénte heeft de taak, acht te hebben op elkander, ook al is de opziener daarvoor de specialist, M.i. verdient het aanbeveling de verhouding tussen deze specialisten en alle leden der gemeente te zien als die van medisch specialist tot huisarts, Het handelen 'in de eerste lijn' is zaak en taak van heel de gemeente en alle christenen persoonlijk; een deel van de taak van specialisten is, hen daarin te stimuleren.
Toen de algemene bijstandswet er door kwam in Nederland, is er een tijd -uitvoerig gediscussiëerd over de vraag, of de diaken zich dan moest aanbieden als 'tussenpersoon' voor overheidszorg. En over de vraag of diakenen moeten zorgen, zoveel mogelijk broeders en zusters-in-nood te behouden voor verzorging door de gemeente, dan wel 'uitverkoop' houden aan overheidsinstanties. De diakonia en het diakenambt stonden in ieder geval onder zware druk.
Echter, we beginnen nu te beseffen dat de vragen van toen maar een incident waren vergeleken bij wat er nu allemaal los komt. We zien immers, -dat de wetgeving in ons land, en in heel de wereld, zich beweegt in een richting, waarbij Christelijke noties, die vaak tot in de grondwetten der landen toe verankerd waren, de één na de ander worden prijsgegeven.
De vraag is nu of de gemeenten en de christenen op die nieuwe situatie worden getraind door hun ambtsdragers.
In de wetgeving komt tot uiting een verandering van geest inzake de verhouding oud-jong, ouders-kinderen, huwelijk en gezin, dood en leven, zin en waarde van het leven. Als het nu eens zó is, dat binnen afzienbare tijd de openbare wetten in het leven van de doorsnee burger op al deze gebieden volkomen komen weg te vanen als ruggesteun voor wat Christus van ons vraagt?! We hebben als christenen Vlaak eeuwen geprofiteerd van de sterke arm van de overheid, die steunde in dezelfde richting als waarin de Here ons zendt. Wat gaat er- gebeuren met de gemeente en haar leden als die steun volkomen wegvalt? Zulten de gelovigen, oud en jong, blijven bij de klare geboden van Christus, ook als het burgerlijk wetboek daarbij géén steun in de rug geeft, integendeel? Zal het zo zijn dat christenen en gemeenten in hun leefpraktijk demonstreren dat het léven ligt ènkel in het geloven en doen van de geboden van Koning Jezus?
Zullen wij, als minderheden in de samenleving, in die zin 'anders' durven en kunnen zijn?
M.i. zijn deze vragen nóg belangrijker dan de vraag of en in hoeverre wij als christenen nog iets kunnen doen ter voorkoming van een rechtsorde waarin abortus, euthanasie en echtscheiding toegestane zaken zijn! In het inspelen van de gemeente en de gelovigen op die situatie dienen m.i, prediking, opzicht en diakonaat hand in hand te gaan.
Mogelijk is het niet populair, te spreken van een diakonale taak ter versterking van eigen gelederen! Het is veel meer 'in' het te hebben over de hulp aan de naaste, nabij en veraf. Ik wil' aan het belang van het laatste ook beslist niet afdoen. Maar zeker even belangrijk is de vraag naar de geestelijke kracht van de thuisbasis van de christenen voor hun diakonia aan kerk en wereld. Daarom is hierboven van mobilisatie gesproken. Dat heeft iets te maken met: voorbereiding op oorlog. M.i. is die oorlog, geestelijk gezien, inderdaad op til. En - aangezien hier geen officiële oorlogsverklaringen plegen te worden uitgewisseld - misschien al wel lang aan de gang!
Naar mijn vaste overtuiging hebben ook de diakenen hier een taak te vervullen als 'oversten over 1000, 100 en 10'. Veel gemeenteleden voelen immers wel vagelijk aan, dat er dingen maatschappelijk-ethisch verschuiven.
Maar wát er mis gaat wordt zo vaak versluierd, En wat een goed alternatief kan zijn voor wie God liefhebben, komt er soms helemaal niet uit. Hier is het, dat de diaken zulk goed werk kan doen. Dat dan ook nog de zegen meebrengt, dat hij erger helpt voorkomen!
In Rom. 12 is Paulus sterk berig met de praktijk van het doen van Christus' geboden. Bij de gaven, die hij in dat verband noemt, is heel wat variatie, vss 6 vv, Naast profetie staat (bedienen, - een breed woord.
Verder onderwijzen, wat veel meer kan inhouden dan school, kerkdienst, catechisatie, bijbelstudiekring of gespreksgroep. Hoeveel moet je niet léren vandaag? En daarbij kan dan ook 'vermaan' op zijn plaats zijn.
Verder staat er nog: mededeelzaamheid, leiding geven, barmhartigheid bewijzen. Allemaal dingen die als gaven met en naast de profetie gegeven zijn.
Welnu, als de diakenen eens de stimulerende figuren waren om deze gaven aan te moedigen en te coördineren? Denk eens aan conflicten tussen ouderen en jongeren. Die zijn bijna een verplicht nummer geworden in onze samenleving. Aan een jongen die ik ken, werd eens gevraagd of hij dan geen 'moeilijkheden met thuis' had. En toen dat niet het geval bleek, werd hij aangekeken of er iets aan hem niet klopte! Dergelijke leeftijdsgroepsdwang gaat de christenen niet voorbij. Jongeren zijn er gevoelig voor, en de ouderen ritten nogal eens met de handen in het haar. Als nu eens ook de diaken - sámen met de andere oudsten - werk zou maken van het signaleren van knelpunten hier? In sommige gevallen kan een voor 'partijen' aanvaardbare 'derde' het contact misschien herstellen.
Ouderen zowel als jongeren plegen dat gênant te vinden. Maar waarom zouden ze? Een herstelde relatie is wellicht het enige middel om jonge mensen-in-conflict uit handen van sosjale joenits of het JAC te houden!
Denk aan weduwen of - zoals dat nu genoemd wordt - onvolledige gezinnen. Ook de kinderen in die kring. Mensen die het vaak financieel nog wel redden, maar die niettemin wel wat advies kunnen gebruiken. Er zijn wat een scholen, instanties, autoriteiten en wat niet al! Als diakenen deskundig zijn dan wel betrouwbare mensen achter de hand hebben, kunnen ze hier veel goed werk doen. En het is bepaald geen slecht advies: 'Praat eens met Uw (wijk)diaken!'
Hulp aan ouderen, vaak vereenzaamd. Je maakt hier de schrijnendste dingen mee. En ik ben me bewust dat de vraagstukken die hier liggen, niet zo eenvoudig oplosbaar zijn. Toch het volgende. Voor de radio deden officiële instanties in de afgelopen barre winter een oproep uitgaan om ouderen, alleenstaanden, zieken en mensen die moeilijk van huis konden of durfden, te helpen. Met zulke simpele dingen als boodschappen, klusjes, medicijnen halen, sneeuw ruimen. M.i. moet er in de gemeente een sfeer te bereiken zijn, waarin het voor deze mensen de gewoonste zaak van het koninkrijk is, een beroep te doen op de diaken. Niet dat die man dat dan allemaal zèlf moet gaan doen. Maar hij weet wellicht mannen, vrouwen en jongelui, die op een tip gráág in actie komen. Ook wat dat betreft zij de diaken coördinator, de man die de vraag bij het aanbod brengt. En liggen hier niet legio mogelijkheden om vrije tijd en handigheid en kundigheid van de mensen in te schakelen? Ook van de jongelui, van wie dan wel eens beweerd wordt dat ze niets (willen) doen, maar die vaak staan te popelen om hun rol in de gemeente heel reëel te vervullen?
Het lijkt misschien een beetje over-georganiseerd. Maar zou het niet kunnen dat diakenen per woonkern van de gemeenteleden een betrouwbaar contactpersoon aanwijzen, die dan verantwoordelijk is voor de mensen in zijn/haar directe omgeving? Die ook, geregeld eens bij die mensen over de vloer komt? Een telefoontje na een nacht van zware storm, of als de weersverwachting stevige vorst belooft - of zo maar eens in een stille dag of stille week, is óók nooit weg! Ik merk constant dat mensen die dit· spontaan doen, veel zegen. verspreiden en veel klachten voorkomen, bovendien de gemeenschap versterken. Zonder die spontaneïteit teniet te doen kunnen diakenen dat best een beetje tot een 'netwerk' maken. Natuurlijk, het vergt wijsheid, discretie, inzicht, durf, inzet en een dosis improvisatievermogen. Maar 't is me wel eens gebeurd dat een stil levend ouder echtpaar, dat in een lange winter weinig mensen zag, zich verheugde en warmde aan de gemeenschap der heiligen door een jongen van 14 die trouw elke week even kwam. helpen met de bandrecorder van de kerk. Ik bedoel maar ...
Nog een 'nood-gebied'! En wel dat van de jonge stellen en alleenwonenden. Niet alleen is het probleem dat deze mensen vaak erg mobiel zijn, en dus vaak weg, waardoor zo moeilijk vaste contacten maken in de gemeente, ook met hun leeftijdgenoten. Daar is door het aanmoedigen van gespreks- of contactgroepen, speciaal voor hen, best iets aan te doen.
Dat is niet iets specifieks voor de diaken, al mág hij natuurlijk best!
Anders wordt het als het gaat om nóden bij deze mensen! Bijvoorbeeld dat het voor velen onder hen volkomen nieuw is, te horen van ons rentmeesterschap tegenover de Here. Bij heel velen leeft de gedachte dat je zelf, hoogst persoonlijk en alleen, uitmaakt wat je met je inkomen en andere gaven doet. Ik word wel eens geconfronteerd met opperste verbazing als ik in een gesprek stel, dat dat bij de Hére natuurlijk niet bestáát, dat iemand zelf alleen beschikt over wat hem is toevertrouwd! Een reeks gesprekken hier (mogelijk ook met ouderen!) over dat rentmeesterschap door of o.l.v. diakenen, betekent heel wat. Velen van ons hebben blijkbaar eerder liberale of socialistische dan bijbelse opvattingen in deze zaak. Maar daar is best wat aan te doen. Ik heb meegemaakt dat een wijze aarts-diaken een paar avonden sprak voor en met studenten in de theologie, hierover. Het zou best goed zijn, als dat ook voor 'gemene christenen' gebeurde!
Wat hiermee samenhangt, is het volgende. We hebben allen gehoord, dat de overheid verontrust is over het. toenemen van leningen die mensen tamelijk argeloos aangaan, helaas vooral in de consumptieve sector. Dat is inderdaad een veeg teken! En natuurlijk geldt het ook niet alleen jonge mensen. Toch is bij hèn vaak nood omdat ze naïef gevallen zijn voor reclame als 'Vola is er 'voor geld'. Barre nood, omdat ze zo dan toch maar terechtkomen in de handen van 'de nieuwerwetse lommerd'.
Waar zoiets vandaan komt is niet makkelijk te achterhalen, Vast staat wel dat jongelui 'op zichzelf' gaan wonen zonder dat ze er benul van hebben, hoe een begrotinkje wordt gemaakt (èn aangehouden!) en hoe een huishoudinkje wordt gevoerd. Woning, levensstijl, behoeftenpatroon zijn vaak meer aangepast bij wat 'men' vindt dan bij wat Christus wil. Of hierbij komt een verminderde durf van ouders en ouderen om jongeren in deze dingen voor te lichten? Allicht wel. Veel jongeren 'pikken' geen 'bevoogding'.
Bovendien stimuleren overheidsmaatregelen, aangezwengeld in de periode-Den Uyl hen daarin. Maar dat moeten ze dan natuurlijk wei áánkunnen!
Gaat het om - hopelijk getrouwde - stelletjes, dan wordt dit nog klemmender. Deze mensen zijn vaak gewend aan een dubbel inkomen, en redden het niet als dat een 'enkel' wordt. Voor 'thuis' wordt alles verzwegen, en ze raken van de regen in de drup: leningen worden aangegaan en verhoogd soms zelfs zonder enig overleg of het budget deze kan dragen. Als nu de diaken een vertrouwenspositie weet te verwerven, kan hij heel wat doen. Men kan hem er niet van verdenken 'belanghebbende' te zijn, en geen mens wordt zijn actie gewaar. Het zou best eens kunnen dat een cursus 'gezinsbudgettering' van diakenen meer belangstelling trekt dan we denken! Hulp hier kan bevrijding zijn, preventieve hulp een geschenk! De langskomende diaken kan zo nieuwe noden voorkomen.
En waarom zouden deze gesprekken minder 'Geestelijk' zijn dan een goed huisbezoek?
Nog even terugkijkend naar wat Paulus in Rom. 12 zegt over al die gaven, meen ik dat de diaken als stimulator met een beetje élan voor de versterking van de gemeente een heleboel kan doen! Werk dat in al zijn eenvoud voor de gemeenschap der heiligen in de nieuwe tijd en in een verwereldlijkende maatschappij van onschatbare waarde zal zijn.