pastorale notities

1979-11-02
  • Jaargang 23
  • nummer 41
Iemand uit onze gemeente vertelde me, dat hij bij zijn zwager gelogeerd had en met hem naar de kerk was gegaan. Daar werd afgekondigd dat broeder X zich gesteld had onder opzicht en tucht van de kerkeraad. Onze broeder had deze uitdrukking niet begrepen en aan zijn zwager gevraagd of die meneer X misschien ondeugend was geweest; het woord "opzicht" deed hem aan curatele denken en het woord "tucht" kwam bij hem ook negatief over. Maar de zwager had geantwoord: "welnee, het betekent gewoon, dat die man zich bij de gemeente aangesloten heeft."
Het is niet alleen dat een verouderde uitdrukking het niet meer doet. Er zit meer achter: de gedachte dat de kerkeraad een soort voogdijraad is over de gemeente.
Zo werd ik bepaald bij de voorgestelde artikelen 1-30 van het Accoord van kerkelijk samenleven".
Mochten de kerken die artikelen te zijner tijd aannemen, dan zijn ze tegelijkertijd al weer verouderd. De ondernemingen hebben haar ondernemingsraden, de scholen vormen medezeggenschapsraden, maar in die artikelen is het alleen de kerkeraad die bestuurt en bijv. de gemeente samenroept tot de dienst des Woords. Vandaar dat mensen die geen behoefte hadden bijv. aan een dienst op tweede kerstdag, toch kwamen, want "als de kerkeraad roept moet je gaan". Nog geen spoor te ontdekken van de gemeentevergadering, in de voorgestelde artikelen. Zeg nu niet: ondernemingsraden en zo, dat is de revolutionaire tijdgeest. Ik dacht, het past gewoon bij de Christelijke gemeente, dat de broeders en zusters alles samen overleggen en na goed onderling overleg besluiten hoe ze het 's zondags zullen doen en wat ze door de week samen gaan aanvatten.
De regéntentijd kon nu ook in het kerkelijk leven wel eens voorbij zijn en wie zal er om treuren?

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief