"Wat ontbreekt aan de verdrukkingen van Christus"

1980-06-13
  • Jaargang 24
  • nummer 24
Een vreemde tekst
"Beminde gelovigen" luidt de titel van een van Godfried Bomans' boeken. Bij herlezing (een waar genoegen) stuitte ik op een citaat uit Col. 1:24).
Bomans gebruikte het, toen hij het over de (de) heiligen had, naar ik meen. De tijd ontbreekt me om het precies na te gaan: een schrijver in deze rubriek van Opbouw moest plotseling zijn bijdragen opschorten. Zodoende ben ik even een invaller. Dat geeft me wel de gelegenheid de artikelen over de zaligsprekingen af te ronden. Daarvoor wil ik uitgaan van bovengenoemde tekst, die ik gemakshalve even overschrijf: "Thans verblijd ik mij over hetgeen ik om u wens wil lijd, en vul ik in mijn vlees aan wat ontbreekt aan de verdrukkingen van Christus, ten behoeve van 'zijn lichaam, dat is de gemeente."
Het is een tekst, die op het eerste gezicht nogal wat vragen oproept.
Zeker bij van huis uit gereformeerde mensen. Was het lijden van Christus niet afdoende en voldoende? Heeft Hij niet "eens voor altijd" het offer voor de zonden volbracht "toen Hij 2Jiahzellf ten offer bracht" (Hebr. 7: 27)? Hoe kan Paulus dan spreken over "wat ontbreekt (de resten) aan de verdrukkingen van Christus"?

Persoonlijke beleving
In sommige kringen wordt aan het eind van de preek de vraag gesteld: "en hebt u daar ook persoonlijk deel aan, broeders en zusters?" Ik zal niet ontkennen dat zo'n overweging gewettigd is. Zij is in elk geval persoonlijk en tot ieder gericht. Maar in dat persoonlijke schuilt een stukje begrenzing. Een begrenzing tot onze persoonlijke, hoogst individuele ervaring en beleving van ons geloof. Daarin ligt een risico. Het risico o.a. van het individualisme, van het "als ik maar gered ben, als ik maar vrede heb met God, als het met mijn ziel maar in orde is.
Overigens heb ik voor deze benadering begrip. Zeker als je de kerkgeschiedenis overziet en als je in rekening brengt dat het evangelie soms gewrongen werd in het keurslijf van een star dogmatisme, waarbij Droogstoppel nog verfrissend was verge1eken bij de man op de kansel.
Maar anderzijds: wie achter die persoonlijke beleving en ervaring een punt zet en dat ziet als het einddoel van het geloof en van het evangelie, die heeft (geloof ik) nog lang niet de volle zin van de Schriften en van de aard van Gods werk en van de historie van het heil verstaan.

Nauwe samenhang
Paulus schrijft herhaaldelijk aan deze of gene gemeente van Christus: u bent met Christus gekruisigd, gestorven, begraven, opgewekt uit de doden - zelfs: God heeft ons mede een plaats gegeven in de hemelse gewesten, in Christus Jezus (Ef. 2 : 4-7).
Dat is voor Paulus beslist niet een stukje dogmatiek en al evenmin een stichtelijke overdenking (W. de Boor, a.I.) die zich laat inpassen .in een mystieke beleving van de eenheid met Christus. Zulke formuleringen komen bij Paulus voort uit de onlosmakelijke samenhang tussen "Hoofd" en "lichaam", een werkelijkheid die zelfs bloedig in ons aardse bestaan aan de dag komt (id.).
Paulus ziet die verbondenheid metterdaad voor zich. Hij beleeft, hij ervaart het aan den lijve (2 Cor. 11: 23-29). En hij ziet dal de gemeente van Christus het ook aan den lijve ervaart. Voor hem is het geen fijngevoelig mystieke uitdrukking ais hij zegt: u hoort bij Christus, u bent met Hem gekruisigd, gestorven en begraven. Het IS de werkelijkheid, die hij ziet gebeuren. Voor zijn o~en speelt zich af, wat de gemeente van Jezus Christus evenzeer deelt in diens lijden als in zijn glorie. En dat zonder aan het unieke, het "eens voor altijd en "Een voor allen" tekort te doen.

Mozes: tragedie van de triomf
Paulus gaat zelfs zover dat hij schrijft over "hetgeen ik om uwentwil lijd", en dat "ten belhoeve van zijn (Christus') lichaam, dat IS de gemeente". Daar zit iets in van plaatsvervangend, plaatsbekledend.
Dat is in de bijbel ... niets nieuws. Het wordt bijv. gezegd van Gods Knecht Israël of een deel van Israël, een representant (vgl. Jes. 53). Maar misschien vindt U dat niet doorslaggevend, zelfs niet ter zake. Laat ik dan wat andere voorbeelden geven. Ik denk aan het begin van het boek Exodus: Israël in Egypte. De uittocht van Israël uit Egypte. Jazeker er staat in Ex. 2 dat Mozes werd geboren: "een Jongetje zeiden zijn vader en moeder. En ze konden achteraf blij zijn. Want dit jongetje kreeg aan het hof van farao's dochter een opleiding die er niet om loog (Hand. 7: 22)~ Een deel van opleiding, nodig om straks Israëls leider te kunnen zijn. Maar hoeveel kinderen zijn er van Gods wachten op de geboorte van deze Mozes niet eerst het slachtoffer geworden? En hoeveel daarna nog - afgezien van het feit dat door Israëls eigen schuld de bevrijding nóg eens veertig jaar extra op zich liet wachten (vgl. Hand. 7 : 25,. 35)? Hoeveel vaders en. moeders en kinderen werden de dupe van Gods wachten op de ene kind? Terwille van die ene zijn er heel wat tranen vergoren ...

Jezus: de slachtoffers van hèt Slachtoffer
Een nog sterker voorbeeld? Dan moet u eens denken aa~ het begin van Mattheüs' evangelie. Daar wordt beschreven hoe Israels Redder, de Heiland der wereld werd geboren. Ook daar gaat het over kinderen. Kinderen die het slachtoffer werden van Jezus' geboorte: Herodes nam geen risico. Terwille van die Ene liet hij alle jongetjes onder de twee jaar ombrengen. Wat denkt u van het lijden en de verdrukkingen van die ouders? Hoeveel vaders en moeders hebben toen het tranen geschreid, hebben misschien de dag van Jezus' geboorte vervloekt omdat het hun kind het leven kostte?
En ook dat was niets nieuws, want Mattheüs kan al weer Jeremia citeren: een stem is te Rama gehoord, geween en veelt geklaag: Rachel, wenend om haar kinderen, weigert zich te laten troosten, omdat zij niet meer zijn (Mt. 2: 17, 18; Jer. 31: 15-17). Rachel - haar graf dacht men zich in Rama ten noorden van Jeruzalem. Radhel, de moeder van Jozef, de grootmoeder van Efraïm, naar wi~n het tienstammenrij'k is genoemd. Haar "arbeid" (het baren van kinderen) IS tevergeefs. geweest - haar kinderen" worden in ballingschap weggevoerd. Heidenen laat God ongemoeid hun gang gaan, maar Israël ("mijn zoon", zegt God, Hos. 11 : 1) loopt het op. Terwille van Gods plannen met het Israël ook van later...

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief