Sint Kilda - religieuze ontwikkeling

1980-06-13
  • Jaargang 24
  • nummer 24
Hoe moeten we ons het religieuze leven voorstellen van een kolonie, in absoluut isolement op een rotseilandje in de Atlantische Oceaan? Het laat zich horen dat een volk, zo zeer afhankelijk van het spel der elementen, diep religieus kan zijn: hetzij gelovend in de Christus der Schriftenhetzij bijgelovig of heidens. Laten we een stuk geschiedenis mogen schetsen en u enkele voorzichtige conclusies voorleggen. Daarmee besluiten we de reeks over Sint Kilda.

Aangenomen wordt dat Ierse monniken, die in de zesde eeuw zelfs IJsland bezochten (Columba kwam in 563 naar Iona) op doorreis zeker op Sint Kilda zijn geweest; mogelijk zelfs de kern van een eerste christengemeente vormden. Dat was lang voor het Schotse mainland werd gekerstend.
Deze kerstening liet overal een sterk residu van heidendom bestaan, dat in het nieuwe geloof werd opgesmolten. Dit gemengde geloof nu heeft een grote rol gespeeld in het leven van de Kildans, die eeuwenlang zeer ongeregeld door geestelijken zijn bezocht.

Martin Martin, huisonderwijzer van de MacLeods van Skye, bezocht Sint Kilda in 1697 en rapporteerde: "dit volk is geleid door regels van rede en christendom - maar met tal van onuitroeibare misverstanden". In datzelfde jaar bracht ook ds Campbell van Harris een bezoek aan hel eiland en bevestigde eventjes vijftien huwelijken. Waaruit u kunt zien dat doop en huwelijk maar moesten wachten tot ooit een geestelijke het eiland aandeed. Over avondmaalsviering is pas veel later gesproken.

"Bij dit grootse feest", zegt Martin, "was veel vrolijkheid: dans en bagpipemuziek.
Ze waren het vrolijkste volk ter wereld: wisten nog niets van de zeven doodzonden, waren dol op zang, vertelkunst en volksspelen". Deze opmerking is het onthouden waard. De inwoners van Sint Kilda onderscheidden zich 230 jaar voor de evacuatie nog in niets van de andere Schotten,
Het bezoek van ds CampbeU, dat dit feest veroorzaakte, was waarschijnlijk het eerste officiële bezoek in opdracht van de Church of Scotland, zeggen de schrijvers. Het gekerstende, roomse, eiland was hiermee, zonder dat er één woord over viel, protestant geworden. U kunt dit vergelijken met de Noordwest-Veluwe, die in 1592 van de ene week op de andere protestant werd, ingevolge een besluit van het Hof van Gelre. En wanneerenkele eeuwen later moest worden vastgesteld dat op Sint Kilda geen zang, geen dans, geen vertelkunst, geen volksspelen en geen bagpipe waren overgebleven, dan zijn de harde omstandigheden dezelfde gebleven maar we moeten wel aan wijzigingen in het religieuze leven gaan denken.

In 1705 werd ds Alexander Buchan als eerste vaste predikant naar Sint Kilda gestuurd. Die wond er geen doekjes om: zijn doel was de heidense en roomse gebruiken, die er maar al te veel waren, uit te roeien. Dat klinkt wel hard; Paulus zou waarschijnlijk meer tact, geduld en liefde hebben getoond. Maar ds Buchan bedoelde het goed met zijn kudde: hij bouwde een pastorie, gaf de kinderen voor het eerst godsdienstonderwijs en vormde met Iiefdadigheidsgelden een bibliotheek. Zijn vrouw leerde de eilandsvrouwen breien.

Buchan stierf in 1730. Achteraf is van hem gezegd: hij was de eerste van een lange reeks mannen, die probeerden de eilandbewoners tot het niveau van denkende wezens te verheffen (Wilson, 1841). D moraliteit, zegt een ander in 1758, was er hoger dan in meer ontwikkelde groepen.
Maar weinig predikanten of kandidaten waren als Buchan bereid, er lang te blijven; de meesten zorgden zo snel mogelijk weer weg te komen. Die er wel bleven deden dat mogelijk, omdat ze zonder weerstand te ontmoeten hun eigen opvattingen en hobby’s konden uitdragen. En inderdaad hebben sommigen de weinige initiatieven verstikt, de bevolking bevoogd. De Kildans spraken namelijk nooit tegen; de geestelijke kon immers over goed en kwaad beschikken, de medicijnman had eeuwig wel en wee in de hand.

Tussen 1730 en 1822 bleef het geestelijk welzijn in handen van occasionele predikanten en kandidaten, die in de zomermaanden de verre reis konden maken. Een tijd lang schijnt een boer van de buiten-Hebriden van tijd tot tijd huwelijken te hebben bevestigd en preeklezingen verzorgd; na zijn dood werd dit werk door vier van zijn nakomelingen voortgezet. Maar dit betekent in elk geval, dat het eiland vrijwel een eeuw verwaarloosd is.

Pas in 1822 kreeg Sint Kilda weer serieuze aandacht. Ds John Macdonaid, gestuurd dit maal niet door de kerk maar door de Stichting tot ontwikkeling van de christelijke kennis, bracht tussen 1822 en 1830 gedurende vier zomers een bezoek van maximaal twee weken. Toen de Stichting Vinghem daartoe uitnodigde schreef zij: "de noden van de Kildans moeten tot u zijn doorgedrongen, alsof u ze hoorde roepen: kom over en help ons". Ds Macdonald was niet de eerste, wel de beste; hij werd later de apostel van het Noorden genoemd, heeft heel Schotland bereisd en vurig bepreekt.

Toen hij op Sint Kilda aankwam vroeg hij meteen de mensen om met hem een gebedssamenkomst te houden. Dat deden ze graag, schrijft hij, en lieten het werk er voor liggen. Al gauw werd hij op de handen gedragen, had beste contacten. Zijn eerste bezoek was kort maar krachtig hoewel men slechts in een schuur kon samenkomen, preekte ds Macdonald in 11 dagen dertien keren. Hij trof een aandachtig gehoor, dat hem slechts onder tranen liet vertrekken, na zijn belofte van terug te zullen komen. Denkt u ook weer aan Paulus?

Ook ds Macdonald schreef, dat hij een bevolking aantrof van hoge moraliteit, waar misdaad onbekend was. Maar hij was pijnlijk getroffen door de staat van christendom op dit eiland. Vloeken was normaal, zowel bij eigen ziel, bij Maria, bij het Boek, ja, bij de heilige Naam. Hij moest smartelijk constateren, dat van de helle bevolking eigenlijk niemand gelovig kon worden genoemd: niemand die onder invloed van de Waarheid was gekomen en daarvan in woord en daad deed blijken,

Tijdens de volgende jaren waren er wel enkele bekeringen. Ds Macdonald legde daarbij de basis voor een "sterk georganiseerde, strikt uitgeoefende puriteinse en vaak harde religie", zegt de schrijver Tom Steel. Maar hij slaagde er in, een geheel onbekende religieuze bezieling te ontwikkelen.
Zelf was hij daar allerminst tevreden mee: "Laat ik niet wanhopen, al zie ik geen directe tekenen van bekering", schreef hij; "het zaad kan ongezien uitwerken - laat ik in hope zaaien".

De kruistochten van ds Macdonald waren dus maar vier. Toch brachten ze een volledige omkeer van het eiland te weeg. De voorliefde voor vreugde, zang en volksdans, verdween. De levensstijl, voorheen bepaald door weer en getij, werd nu door de kerkgang gestempeld. En als dit een succes voor de apostel van het Noorden mag worden genoemd - dan wordt dat niet toegeschreven aan zijn overgedragen geloof, maar aan het karakter van de Kildans!

Want wat ds Macdonald preekte appelleerde geheel aan hun bijgelovige aard: de vrees voor het Numineuze, voor de Onbekende God. De God die veel, zo niet alles van ons eist, ging heersen over hun geest. Wat diep in hun onderbewustzijn leefde werd door de sterke persoonlijkheid van de zendeling ontwikkeld: ze moesten nog meer ontberen, nog meer opgeven, wilden ze althans in de toekomst vrede en veiligheid verwerven. Uit niets blijkt, dat ze vrede met God door Christus verkregen.

Macdonald had gelden voor een kerkgebouw bij elkaar gekregen. Ook bewoog hij de Stichting een blijvende predikant naar Sint Kilda te zenden.
Dat was ds Neil Mackenzie, die van 1829 tot 1844 predikant en schoolmeester was; een praktisch man, maar geen geestelijke weldaad. Hij begon met het toezicht op de bouw van het kerkje en een pastorie, leerde zijn kudde de landbouwgronden meer rationeel te gebruiken en ze met muren te beschermen tegen vee en waterv1oed. Ook preekte hij, gaf godsdienstlessen aan de kinderen en bracht een merkbare verbetering van de levensstandaard.

Het kerkgebouw kreeg vier Gothisch aandoende ramen en een deur, een aarden vloer (net als thuis) en twee kandelaren, di in de winteravonden zowel voor licht als warmte moesten zorgen. Geen altaar of tafel, geen kruis, geen banken. Trouwens de bevolking leefde zelf nog in hutten met plaggendak.

Dan bracht ds Mackenzie zijn mensen het eerste begrip voor hygiëne bij. Hij leerde hen bijvoorbeeld van een tafel met poten eten, om althans fysiek hoger te staan dan de huisdieren. Een bezoeker liet een som geld achter: voor de eerste, die een stenen huis zou bouwen. En inderdaad is, kort na zijn vertrek, een 25 tal stenen huisjes gebouwd, die thans, gerestaureerd door Monumentenzorg, een attractie vormen. In ai} deze arbeid kon zijn vrouw niets bijdragen; ze was een meisje uit Glasgow, sprak geen woord Gaelic en beperkte zich tot het baren van een zestal kinderen: met gewassen handjes en toeten, zegt de geschiedenis, en blote voetjes.

Over zijn geestelijke invloed is weinig goeds bekend. De Kildans waren van hem afhankelijk; hij moest hun boodschappen in het Engels vertalen en verzenden, ook de bezoekers te woord staan. Zij ondergingen zijn preken geduldig, twee op een Zondag en vijf in de week en niemand boven de twee jaar kon zonder reden wegblijven. Zelf zegt ds Mackenzie, dat vele Kildans religieus bewust leefden, daarin zelfs toenamen. Ook dat ze overgegeven kerkgangers waren. Hoe zeer ook afhankelijk van het weeren de korte zomer, ze lieten hun werk in de steek als het kerktijd was.
Zelfs lieten ze eenmaal een schip, met een half jaar voorraad aan boord, van Zaterdagavond tot Maandagmorgen in de baai liggen - hoewel ze kort te voren met levensgevaar in een open sloep naar het eiland Uist waren geroeid om een voorschot te halen!

Een ding staat wel vast. Toen hij in 1844 vertrok was alle oorspronkelijke cultuur voor goed dood, schrijft Wilsen. De geestelijke liederen (dat waren dan de psalmen, op een afgrijselijke manier uitgebulkt zoals dat vandaag nog op het eiland Barra gebeurt) hadden, als thema van de dag, alle andere zang doodgedrukt. Ierse wijzen waren nu onbekend. Volksdansen, zelfs bij bruiloften, was een frivole zaak geworden, niet toegestaan. De Afscheiding van 1843, die onder ds John Mackay in 1866 stilzwijgend op Sint Kilda werd geënt, bracht nog verdere wereldmijding. Er kwamen drie kerkdiensten per zondag; gesprekken waren op die dag niet meer toegestaan, alleen bijbelcitaten. "Ze leken niet op een volk, dat een goede tijding heeft gekregen - eerder op een troep verdoemden, die door Satan naar een bodemloze put werden geleid", zegt een schrijver.

Geen wonder dat ds Mackay veel kritiek van het mainland kreeg, van mensen die met ontzetting de rariteit hadden gezien. "Toch", zegt een hunner eerlijk, "zijn de Kildans geregeld gekritiseerd om hun religie, zelden geprezen om hun levenspraktijk".

Latere predikanten, kandidaten en schoolmeesters hebben deze toestand uiteraard niet meer kunnen corrigeren. De zware druk van een ijzeren godsdienstigheid verpletterde elke christelijke levensblijheid. Want godsdienstigheid is de grootste vijand van het christendom. En toen de eilanders in 1830 evacueerden, lieten ze naar Schots gebruik de Bijbel achter. De jonge generatie kocht geen nieuwe, Die had het wel gezien...

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief