Het Liedboek

1980-06-20
  • Jaargang 24
  • nummer 25
Lied 39 Volgens de dichter wordt in dit Lied Joël 2: 28-32 ("de oudste preektekst van de christelijke gemeente") als Pinksterlied vertaald (strofe 4 t/m 9), terwijl voorts als inleiding de verzen 21-24 zijn bewerkt ("het Israëlitische Pinksterfeest") in strofe 1 t/m 3. Toch krijgen ook de tussenliggende verzen nog wel de aandacht (vgl. strofe 2: "want de Heer doet u waarlijk goed" met vs. 26). Dat de weergave van vs. 23 "want Hij geeft u den leraar ter gerechtigheid" is uitgevallen is in overeenstemming met Dr J. Ridderbos in Korte Verkl. Joël. Terecht wordt dit lied gekarakteriseerd als "een Pinksterlied als lied van hoop...die de gehele schepping omvat".
De melodie is de "bijna nooit gezongen en toch zo heldere en krachtige melodie van Psalm 101 "Comp. p. 216/217). Tekst: 3; melodie: 3.

Lied 40 Dit Lied is, zoals aangeduid, geen berijming van het aangegeven Schriftgedeelte (Jona 2: 2-9), maar een bewerking van Jona's dankgebed. Dit blijkt ook duidelijk uit de inhoud. Zo is b.v. de zo belangrijke mededeling uit vs. 2: "en Hij antwoordde mij" weggelaten.
De eigen interpretatie van de dichter: "Mijn lied immers is rus het ware nog uit het ingewand van de vis gedicht", is hieraan debet. De dichter zegt voorts "een diep door het existentialisme geraakt mens" te zijn. De uitdrukking "ik mag Uw mens weer wezen" (strofe 1 en 9) is daardoor dan ook wel sterk gekleurd, zoals trouwens de hele weergave van de betreffende perikoop. Als kerklied lijkt het ons dan ook niet best geslaagd. .
De melodie is onbekend, niet moeilijk, echter weinig interessant.
Tekst: 1; melodie: 2.

Lied 41 De dichter zegt dat dromen van vervulling van Zacharia's profetie over Juda/Israël hem tot verscheidene van zijn liederen hebben geïnspireerd. Ook dit lied heeft daardoor stellig te weinig rechtstreeks betrekking op het aangegeven Schriftgedeelte. Het spreekt nauwelijks van de grootheid van het Heil der Heren in Jezus Christus en vertoont sterk oecumenistische trekken. "Is Gods Rijk dan niet zó nabij gekomen, dat we maar één stap zouden hoeven te doen, één hand zouden hoeven uit te steken, om het te grijpen?" (Comp. p. 221).
De melodie. is o.i. weinig passend bij de tekst, doet sterk denken aan een "volksdeun" en is geen aanwinst.
Tekst: 1; melodie: 1.

Lied 42 De tekst van dit Lied is goed in overeenstemming met het aangegeven Schriftgedeelte (Zach. 9 : 9, 10), dat vooral bekend is· gewerden via het verhaal van Jezus' intocht in Jeruzalem (Matth. 21 en Joh. 12). Dit evangelisch perspectief heeft de berijming dan ook duidelijk gunstig beïnvloed. De melodie is gemakkelijk zingbaar, hoewel bet "feestelijke karakter van de melodie weinig tijd laat voor frasering, zodat de ademhaling tussen de regels snel en beheerst, maar onopvallend moet geschieden" (Comp.).
Tekst: 3; melodie: 3.

Lied 43 Bij het goed overwegen van dit Lied rijzen er wel enkele bezwaren. Zo verzwakt strofe 3 "zon der gerechtigheid" uit Mal. 4 vs. 2 tot "zon der wereld", terwijl strofe 2 niet bepaald duidelijk aanspreekt. De uitdrukking in strofe 4 "l.:aat dan de lef van God in 't ronde schallen", klinkt niet erg fraai. De melodie is die van Psalm 110.
Tekst: 2; melodie: 3.

Lied 44 Dit Lied klinkt ons, ais algemeen bekend, vertrouwd in de oren. De vraag zou kunnen worden gesteld waarom strofe 2 in de 2e regel heeft: "moge ons" in plaats van b.V. het meer directe "wil ons". Dit zou de samentrekking van de 2 woorden in het eerste geval kunnen voorkomen en bovendien meer in overeenstemming zijn met de rest van deze strofe "God, Die ons belhoudt ... en Die ons bevrijdt". De melodie is terecht in zijn oorspronkelijke vorm hersteld. De tot dusver gebruikelijke zangwijze is gemakkelijk af te leren.
Tekst: 3; melodie: 3.

Lied 45 Ook bij het overwegen van deze liedtekst rijst de vraag of deze wel goed bruikbaar is als kerklied. Daarvoor zijn er o.i, teveel vraagtekens te plaatsen betreffende zin en strekking van dit Lied, gemaakt naar het apocriefe "Lofgebed van Esther". Is b.v. strofe 3" niet erg beperkt met het ook op de geschiedenis van Haman? En leidt de sterke beeldwisseling aangaande 's Heren trouw, de ontrouw van Gods volk en het oordeel over Zijn vijanden niet gemakkelijk tot onduidelijkheid?
De melodie is die van Psalm 91.
Tekst: 2; melodie: 3.


A. t.a.v. de tekst der liederen:
het cijfer 1 voor een niet-aanvaardbare melodie;
het cijfer 2 voor een onbekende melodie die na enige oefening, eventueel met behulp van een koor, door de gemeente wel te zingen is en voorts ook voor een melodie die niet bepaald tot "de beste" behoort;
het cijfer 3 als de tekst volkomen Schriftuurlijk en zonder meer verstaanbaar is.

B. t.a.v. de melodie der liederen:
het cijfer 1 bij niet voluit Schriftuurlijke tekst, b.v, vanwege het humanistisch karakter of door een sterk piëtistische inslag;
het cijfer 2 bij een weliswaar Schriftuurlijke, maar niet direct begrijpelijke, en aanspreekbare tekst;
het cijfer 3 voor "een goede" melodie, geschikt voor de gemeentezang.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief