Mens of decor? (Openingswoord Jeugddag 1980)

1980-06-20
  • Jaargang 24
  • nummer 25
Nuttig dat Jezus heenging
Hemelvaart is het feest van een mens die opvaart naar de hemel, het is ook het feest van God die terugkeert naar Zijn woning. Het moet op dat moment voor de discipelen niet gemakkelijk zijn geweest. Er gebeurt op de Olijfberg immers iets dat voor mensen haast niet is te geloven. Tot vrijwel het laatste moment hebben ze gehoopt dat de Here Jezus een koninkrijk op aarde zou oprichten (Hand. 1 : 6). Ze zijn blijven hopen tegen beter weten in.
Ze willen iets tastbaars voor hun geloof maar ze moeten leren om, net als Thomas, te geloven zonder te zien. Toch heeft Jezus de mensen steeds op Zijn vertrek gewezen. In Joh. 6 : 7 lezen we zelfs dat Hij zegt 'Hel is goed voor u dat Ik wegga'. Een korte preek maar óók een preek die het je moeilijk maakt. Want laten we eerlijk zijn: Jezus vandaag in ons midden hebben, menselijk aanwezig, zou een geweldige stimulans zijn voor ons geloven. Er is niet zo veel verschil tussen de discipelen en ons.
Nuttig voor de discipelen dat Jezus vertrekt...
Jezus heeft deze boodschap wel aan hen uitgelegd: 'het is goed voor u dat Ik heenga, want als Ik niet heenga, zal de Helper niet tot u komen'. Jezus moet plaatsmaken voor de Trooster; voor de Heilige Geest, Die zal de gelovigen kunnen helpen om tot de volle kennis van de waarheid te komen. Die hulp zal nodig zijn, want Jezus erkennen als áánwezig terwijl hij àfwezig is, is niet gemakkelijk.


God stijgt blinkend schoon met gejuich ten troon. Zo zingen we het.
Maar op de Olijfberg is de zon opeens weg en verdwijnt de Zoon des mensen, God die mens werd, zonder gejuich achter de wolken. En er blijft een verbijsterd stelletje mensen achter.
In Bethlehem wordt God mens, wordt Hij lichamelijk zoals wij, om zó ten volle medemens te kunnen zijn, om zó deel te kunnen hebben aan ónze zonden.
Op de Olijfberg legt Jezus Zijn lichamelijkheid af om als verheerlijkte mens naar de Vader te gaan, en zó wil Hij ons laten delen in Zijn zondeloosheid. Als Jezus op dat moment aan Petrus de vraag had gesteld die Hij eerder aan de discipelen stelde (Markus 8 : 29) 'wie zegt gij dat ik ben', dan was Petrus waarschijnlijk het antwoord schuldig gebleven. Jezus erkennen als Zoon van de levende God op het moment dat al je verwachtingen tot puin worden is voor 'n mens vrijwel onmogelijk. Toch is het Petrus wel duidelijk geworden, al vrij gauw zelfs. Tien dagen later kan hij op de Pinksterdag tegen de mensen in Jeruzalem zeggen dat Jezus is opgewekt en door God is verhoogd (Hand. 2 : 31,32). Als we op Hemelvaartsdag aan dit gebeuren terugdenken, er van lezen en er van zingen, dan stelt God niet alleen de vraag 'wie denk jij dat Jezus is', maar oo'k de vraag 'wie, wat, waar ben je zelf?'. Belangrijk immers is wat jouw plaats in dit gebeuren is, wie jij bent temidden van dit alles, hoe jij in 1980 denkt over de Hemelvaart van Jezus bijna 2000 jaar geleden.

Jezus en je identiteit
Er wordt vandaag veel gesproken over onze identiteit, over een identiteitscrisis die er zou zijn en over identiteitsproblematiek. Wie ben ik, wat vinden anderen van me, waar sta ik? Dit alles is niet nieuw. Prediker wijst er op dat at wat is, al eerder is geweest.
Als gelovigen behoeven we over onze identiteit niet in het onzekere te verkeren. God maakt ons tot mensen met een gezicht, Hij maakt ons tot mensen met een opdracht, Hij maakt ons herkenbaar, Vragen naar je identiteit heeft alles te maken met Hemelvaart en omgekeerd heeft Hemelvaart alles te maken met je identiteit. Ais Jezus vraagt 'wie ben ik' heeft dat alles te maken met de vraag Wie je zelf bent. Tot Jezus zeggen 'Gij zijt de Zoon van de levende God' betekent op hetzelfde moment erkenning van afhankelijkheid, van slechts mens-zijn alleen, Je identiteit bewaren is een goed ding. Als je die identiteit maar niet losmaakt van Jezus die vandaag tot ons zegt 'het is goed voor jullie dat ik heenging'. Wie Zich aan die verbinding met Jezus onttrekt, zich aan die verbinding tracht te ontworstelen, is ten diepste bezig haar of zijn identiteit te verliezen.
Natuurlijk zijn hiermee allerlei actuele vragen niet opgelost maar wel is er mee een richting aangegeven om naar antwoorden te zoeken. We kunnen veel Ieren van de vrouw van Lot. Als Sodom verwoest wordt en God Lot en zijn gezin spaart, wil Lot's vrouw toch nog steeds niet voor honderd procent afhankelijk zijn van de almachtige God. Ze staat stil, kijkt om en wordt tot een zoutklomp (Gen. 19 : 26). Ze kan zich niet meer bewegen, ze verliest haar identiteit, ze is niet meer herkenbaar, ze wordt mens af, ze wordt tot een dood ding, ze wordt gelijk aan een etalagepop die wel op een mens lijkt maar geen mens is, ze wordt tot een stuk decor midden in de woestijn.
Als Jezus later aan deze gebeurtenis herinnert (Luk. 17 : 32) voegt Hij er aan toe: 'Wie zijn leven zal willen behouden, zal het verliezen'. Anders gezegd: wie zijn leven zèlf wil maken, zelf wil verwerkelijken, die zal het verliezen, die raakt zijn leven kwijt ook al grijpt hij het leven waar hij kan. Zo'n meisje, zo'n jongen wordt in Gods ogen tot een etalagepop, een stuk decor zonder identiteit. Zo wordt een mens mens af, ook al heeft God of hem nog zo mooi gemaakt.

De hemelvaart en wij
De vraag 'wie ben ik eigenlijk' is voor ons al beantwoord op de OIijfberg in Jeruzalem. Jezus heeft daar onze herkenbaarheid bevestigd.
Eerst Hij bereid om deel te hebben aan onze menselijkheid, dank zij Zijn hemelvaart hebben wij deel aan Zijn goddelijkheid (2 Petr. 1 : 4). We zijn mèt Christus gestorven en begraven (Gal 2 : 19) en we zijn met Hem opgewekt en gezet in de hemel (Ef. 2 : 6).
Paulus schrijft in zijn brief aan de gemeente van Colosse: 'Als je dan met Christus tot leven bent gewekt, zoek dan walt boven is, daar waar Jezus zetelt aan de rechterhand van God' (Col. 3 : 1). Zoek wat boven is!Dal heeft álles te maken met ons zijn hier beneden, hier op aarde.
Het heeft alles te maken met de vraag die we vandaag aan elkaar stellen 'Waarom ga je naar de kerk?'. Zoek wat boven is! Als Jezus het heeft over het 'hemelse' drukt Hij ons met de neus op het 'aardse'. Ook al zetelen we vandaag al in de hemel (Ef. 2 : 6), we zijn hier op aarde en moeten hier en nu de vraag beantwoorden 'wat vind je van Jezus, wat vind je van jezelf?'. Het antwoord van jou op deze vragen is beslissend. Van dát antwoord hangt het af of je hier op aarde mèns blijft. Bij alle vragen rondom onze identiteit en wat we met onszelf áán moeten is een machtig gegeven dat Jezus ons leven verwerkelijkt, omdat Hij ons leven wil zijn (Col. 3 : 4). Van Je antwoord op dit gegeven hangt af of je je leven behoudt of verliest, of je in beweging blijft in Gods gemeente óf wordt tot een zoutklomp in de woestijn.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief