Gods verrassende "maar"
1979-11-23
"Maar nu, zo zegt de HERE, uw Schepper, o Jacob, en uw Formeerder, 0 Israël: Vrees niet, want Ik heb u verlost, Ik heb u bij uw naam geroepen, gij zijt mijn."- Jaargang 23
- nummer 44
(Jes. 43 : 1)
Hier is letterlijk de HERE God zelf aan het woord. En het eerste woord is het woord "maar".
Als wij beginnen te "maren" is dat meestal geen goed teken.
"Jij altijd met je ge-maar ... " zeggen we tegen iemand die altijd met tegenwerpingen en bezwaren komt aandragen.
Als de HERE met "maar" begint is dat meestal een goed teken. Dan komt er iets wat wij niet hadden verwacht: de verrassing van de blijde boodschap!
Als u de moeite neemt eens te lezen wat in Jes. 42 : 18-25 voorafgaat, dan ziet u direkt, dat het er niet zo best voorstond.
Jeruzalem verwoest, het volk in ballingschap, en wie heeft dat allemaal gedaan? Is het niet de HERE zelf, tegen wie wij gezondigd hebben, - zo zeggen de ballingen in Babel. God laat niet met zich spotten en spelen, zeker niet door zijn eigen volk. We hebben het niet te ruim als Gods verguisde liefde ontbrandt in toorn! Niet om te verdelgen, maar om te behouden, kastijdt de hemelse Vader zijn kinderen soms, zij het met een bloedend hart.
Zij zullen 't in Babel bijna niet meer hebben durven geloven, en toch komt er het "verrassende maar" van het Evangelie!
"Maar ... vrees niet, want Ik heb u verlost, ik heb u bij uw naam geroepen, gij zijt van Mij, zegt de HERE uw Schepper 0 Jacob en uw Formeerder, 0 Israël"
Dat is een ommekeer van de duisternis tot het licht, van Babel naar Jeruzalem, en je mag wel zeggen: een ommekeer als in de Pniëlnacht, van Jacob naar Israël. Toen heeft de HERE met Jacob afgerekend, maar Israël kwam geloofsoverwinnend uit de strijd. Wel gekneusd, maar toch overwinnend. En met de zegen van God!
Zo zal Israël uit Babel komen, gekneusd en uitgedund, maar onder de zegen des HEREN.
Zouden tegenover dit verrassende "maar" van Gods genade alle maars van onze twijfels niet moeten verdwijnen als sneeuw voor de zon?
"Vrees niet." Hoe vaak klinkt dit woord niet als de HERE zich openbaart in zijn genade en heerlijkheid: vrees niet?
Ik kom u niet verdelgen, maar verlossen!
Komt God dan niet afrekenen met ons?
Dat heeft Hij al gedaan. Op Golgotha. Met Jezus aan het kruis heeft Hij onze zonden verrekend. Daarom behoeven we toch niet meer bang te zijn?
Er zijn nog altijd christenen, die bang zijn om hun God te ontmoeten, ... bij het avondmaal, en bij het sterven, en in het laatste gericht.
Hoe kunnen wij God ontmoeten, met al onze schuldige tekorten, met al onze twijfels? Maar de HERE zegt: "Vrees niet, want Ik heb u verlost ... op Golgotha.
Ik heb u toch bij uw naam geroepen."
Maar geen algemeen aanbod van genade, maar heel persoonlijk bij uw naam geroepen!
Zegt u, dat dat toch bij het avondmaal niet gebeurt?
Neen, maar het is al veel eerder gebeurd: bij uw doop.
Toen is toch uw naam genoemd vanwege de HERE God zelf, en toen is uw naam met Zijn Naam verbonden: Petra, André ... ik doop je in de Naam ... ! En Hij schaamt zich daar nog altijd niet voor. Als een rijke jongen trouwt met een arm meisje zeggen we dat dat helemaal niet past. Maar wat denkt u van de combinatie: Gods Naam met uw naam? Maar de HERE schaamt zich niet voor deze verbintenis.
Hij heeft ons bij onze naam geroepen: Hij ons ... wij Hem niet. Hij is begonnen. En Hij heeft ons zo tot de zijnen gemaakt.
Zijn eigendom. "De schapen zijner weide". Dan behoeven we toch niet te vrezen, als we als zijn schapen maar blijven in zijn weide. Want daar staat het kruis van Christus achter. Zijn offer van verzoening staat er achter, achter ons verlost zijn, achter dat geroepen zijn bij onze naam, en achter dat van de HERE zijn. Achter onze doop en achter het avondmaal en vóór het laatste gericht verrijst levensgroot en levenreddend het Kruis!
Vrees daarom niet, geloof alleen!
En toen de HERE ons riep bij onze doop, riep Hij ons al tegelijk naar het avondmaal. Daar hebben we geen extra roeping tussendoor en nog eens overheen voor nodig. Onze roeping bij onze naam toen we gedoopt werden "blijft gedurende heel ons leven van kracht". Ze geldt dus ook voor het avondmaal, ja, ze blijft gelden tot in het uur va. onze dood. Ook dàn moogt u in geloof horen en aannemen de blijde boodschap: vrees niet, want Ik heb u verlost, Ik heb u bij uw naam geroepen, gij zijt van MIJ!
Wat een troost en licht en blijdschap! In leven en sterven, met lichaam en ziel, ondanks zonde en twijfel, door strijd en aanvechting heen - van HEM, gekocht met het bloed en geheiligd door de Geest van Jezus Christus, mijn Heer en mijn God.