Pastorale notities
1983-09-02
Herberg- Jaargang 27
- nummer 32
"Als we van thuis niet zoveel meegekregen hadden, dan was ik in Gorkum van de kerk afgeraakt".
Aan het woord is mevrouw Marie Geerlings- Wesdijk, te Barendrecht.
Verscheidene lezers van dit stukje kennen haar uit Bandoeng, toen ze samen met haar man, Oom Frits dagelijks open huishield voor militairen en voor iedereen die in de jaren na de oorlog loslopend was op Java. Misschien waren die twee bijzonder gastvrij, omdat ze zich" vroeger' herinnerden, de jaren twintig. Zuster Wesdijk - "zuster" vooral in de betekenis van verpleegster ging werken in het ziekengasthuis aan de Haarstraat in Gorkum. De lonen waren zo laag, dat ze niet met de trein naar huis kon. De tocht naar huis en terug werd te fiets afgelegd, 35 km. enkele reis. Maar je had als verpleegster niet vaak vrij. Eens in de maand. Je was dus sterk op de kerk aangewezen. Eén maal per zondag naar de kerk, dat kon volgens het reglement, maar de directrice had er een handje van, de zusters pas te laten gaan vijf minuten voordat
de dienst begon. Dan was er vaak geen plaats meer voor haar in de kerk. Kerken zaten in die tijd nog bomvol. De jonge zuster ging met haar attestatie naar het ,,kerkelijk bureau" dat "zitting hield" op vrijdagavond van zeven tot acht. Wat een ambtenaarstermen. Ze vroeg meteen om een gereserveerd plaatsje, maar daar konden ze niet aan beginnen, zei de kerkelijke ambtenaar. De doven en de domineeskinderen hadden een gereserveerde bank, maar om nu ook voor de verpleegsters een plaats vrij te houden, dat ging te ver. Bovendien waren die meisjes vaak maar voor korte tijd in de stad, zei hij, en ook nog ongeregeld. Hij zei er niet bij: Jullie kunnen ook niet veel bijdragen in de kerkelijke kosten, maar misschien was dat toch ook wel een motief. Het was voor zo'n meisje genoeg om het te laten afweten, maar ze bleef naar de kerk gaan; dat had ze zo van thuis meegekregen. Soms hupte er wel een mevrouw een beetje opzij om haar een plekje te geven. Vaak duurde dat langer en dan stond je daar maar; kijken of er ergens nog een plaatsje was. Vroeger had je de herbergen. Later kwamen ze "Café-Biljard" te heten en het volk had het over een kroeg. Het valt wat moeilijk om in een blad als dit van die instellingen iets goeds te zeggen. Er is ellende genoeg uit de herbergen voortgekomen. Maar wat ze wèl hadden, was de gezelligheid voor eenzame mannen. "Kom erbij zitten, man!" En een man met een moeizaam leven vergat de zorgen, als hij onder de stamgasten was. Ze praatten en lachten hem er overheen. Het is voor de kerk geen schande, als ze het gezellig maakt en gastvrij is.
Vergeet de herbergzaamheid niet, staat er geschreven.