Wat mankeert er aan dat boek?
1979-12-07
Er is een schoolboek onder de titel: Ik heb al een boek! Kent u het mopje dat daarachter zit?- Jaargang 23
- nummer 46
De kapitein is binnenkort jarig en de onderofficieren overleggen: wat voor cadeau zullen we hem geven? Eén van hen komt op het originele idee: een boek! Maar het kan geen kwaad eerst eens de vrouw van de kapitein te vragen wat zij ervan denkt. De delegatie komt terug met de boodschap: liever iets anders, de kapitein hééft al een boek!
In dat schoolboek staat een aantal soorten argumenten die gebruikt worden bij de beoordeling van een letterkundig werk. Als de uitslag negatief is, rekent men het werk tot de "lectuur".
Ook in het hoek "Literatuur en ethiek", onder redactie van H. v. d. Ent, komt een soortgelijk overzicht voor van de hand van professor Roscam-Abbing.
De zes voornaamste soorten noem ik hieronder:
1. Realistische argumenten: zo is het niet, zulke mensen bestaan niet. Leest u maar eens één van die suikerzoete verhalen van Courts-Mahler, Zo is het leven niet! Dergelijke lectuur geeft een verkeerd beeld van de werkelijkheid en zij kan de lezer bederven.
2. Emotivistische argumenten: het boek is leuk, spannend, interessant, saai, langdradig, aangrijpend, gevoelig.
3. Morele argumenten: dat boek is vies, sadistisch, opbouwend, leerzaam. Soms kun je horen: "Het moest verboden worden!"
4. Structurele argumenten. ,!Het zit knap in elkaar" of: "er zit geen enkele lijn in". Meestal stelt men: een boek is goed, als elk element een functie heeft, zodat "alles met alles samenhangt".
Daarnaast heeft men er waardering voor als een schrijver iets heel ingewikkelds tot een sluitend geheel weet te maken. Ik verwijs nog eens naar "Witte Chrysanten" van Jan Siebelink.
5. Intentionele argumenten: bereikt de schrijver met het boek wat hij gewild heeft, zijn doel? Overtuigt hij ons van "wat" hij heeft te zeggen door de manier (het "hoe") waarop hij dat doet? Oftewel: "Komt het over?"
6. Vernieuwingsargumenten: is het werk origineel of brengt het niets nieuws?
Welke van deze argumenten het zwaarste wegen, dát hangt van de lezer af. Meestal betrekt men bij zijn oordeel meer dan één van deze argumenten, soms zelfs worden ze, vermengd.
In onze christelijke kring wordt vooral naar de morele aspecten gekeken, maar ook dat van de verhouding tot de werkelijkheid speelt mee.
Over het verhaal "Ouderlingenbezoek" werd bv. gezegd: Zo wás het niet, dit is een onjuiste weergave! En wie dat zegt, gebruikt eigenlijk ook een moreel argument: de schrijver liegt!
Een volgende keer meer daarover. Deze stukjes mogen niet te lang worden. Aan het begin heb ik een mopje verteld; waarom zouden wij ook steeds zo serieus doen? Zo kom ik er nu toe U eens attent te maken op de schrijver H. P. de Boer. Ik neem aan dat u met de humor van mensen als Bomans en Carmiggelt bekend bent, maar ik heb gemerkt dat heel wat boekenliefhebbers H. P. de Boer niet kennen. Hij schrijft een heel apart soort humor, waarin vooral het absurde een belangrijke rol speelt.
Waarschijnlijk zult u niet om alles lachen, maar er zijn ook verhalen bij die erom vrágen hardop voorgelezen te worden. Literatuur of lectuur?
Op die vraag geef ik geen antwoord. Laat de lezer zelf maar oordelen!
Allereerst wil ik aanbevelen de bundel: Het damesorkest en andere stadsverhalen, uitgegeven bij Elsevier. U vindt daarin b.v. het verhaal over de jongen die gespaard had (hij is acht jaar en komt bij de bank met vierhonderdvijftigduizend gulden die hij gespaard heeft!) Ook "Een klier van een jongen" is een kostelijk, gek verhaal. Of: "De man die met een plank over straat liep", weken lang met dezelfde plank zonder dat iemand erop reageert!
Het is weer eens wat anders! En nog eens: waarom altijd zo serieus?