pastorale notities

1979-12-14
  • Jaargang 23
  • nummer 47
We hadden als kerkeraad een gesprek met enkele jonge leden van de gemeente. Het ging over de kerk als gemeenschap. Want vooral de jeugd verwacht van de samenkomsten der gemeente op zondag iets meer dan alleen maar naar een preek luisteren, een versje zingen en dan naar huis.
Niet, dat zij zelf ook eens aan het woord wilden komen of een getuigenis weggeven of een stukje muziek. Daar ging het niet om, maar over de vraag hoe de eenzaamheid van velen weggenomen kan worden door contactoefening met elkaar, tijdens het samenzijn als gemeente. Na die vergadering las ik het kerkblad van de Oud-Geref. Gemeente te Kinderdijk.
Daarin wordt geschreven door een amateur-kerkhistoricus. Hij had het over het geslacht-de Jong in Alblasserdam. Velen van dat geslacht zijn Ledeboeriaans. De Ledeboerianen letten meer op het verbond dan op het verband, staat er in dat stukje. Mooi gezegd!
Maar ik kan het in deze notitie niet uitleggen. Laat Veenhof dat maar eens doen. Een andere tak van die De Jongs is vrijgemaakt. "Degelijke en ernstige mensen" staat er in het kerkblad van de oud-gereformeerden.
Zo is de schrijver beland bij J. M. de Jong. Die werd in het dorp "de dove smid" genoemd.
Hij verstond niets van de preek, maar ging toch trouw naar de kerk. Hij nam een "oude schrijver" mee en las voor zichzelf een preek uit dat boek, zolang de dominee op de stoel bezig was.
En dan schrijft de verteller: "Wel een beschamend voorbeeld voor velen! Al hoorde hij niets, hij wilde toch gemeenschap houden; dat is zuiver Christelijk!" Ik vertel er nog even bij, dat die J. M. de Jong de grootvader is van onze broeder H. de Jong, de voorganger van de gemeente te Amsterdam.
De dove smid zocht dus gemeenschap met zijn broeders en zusters.
De vraag is nu, of die gemeente iets deed aan het contact met hèm.
Dat behoeven wij niet aan Alblasserdam te vragen, doch aan onszelf. In het belang van al degenen, die “contactuële moeilijkheden" hebben.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief