DE BLOEIENDE TWIJG

1979-12-14
  • Jaargang 23
  • nummer 47
Melodie: Er is naar 't woord der
vromen.
LbvdK 132

1. Hij die de hoge bomen
geveld heeft door zijn kracht,
Hij liet een loot opkomen
uit Isaï's geslacht.
De afgehouwen tronk,
geworteld in Gods aarde,
gaat bloeien in de nacht.

2. Een twijgje is gesproten
aan Davids dorre boom.
Gods Geest is uitgegoten
op Davids grote Zoon:
inzicht en goed beleid
en wijsheid en vermogen
spreidt deze Spruit ten toon.

3. Zijn Vader in de hoge
dient Hij met diep ontzag.
Hij ziet niet naar de ogen –
op recht rust zijn gezag.
Wie arm is en verdrukt,
weet dat hij rechtsbescherming !
van Hem verwachten mag

4. Wie zich onschendbaar waande,
kastijdt Hij met zijn mond;
de hitte van zijn adem
brengt de verdrukkers om.
Hij is met trouw omgord,
het recht is om zijn heupen,
vrede regeert rondom:

5. De schapen en de wolven
zijn samen in de wel.
De panter en het bokje,
zij grazen zij aan zij, -
een jongen die ze hoedt.
Een zuigeling mag spelen
met adders op de hei.

6. Voorkoeien en berinnen
is 't met de strijd gedaan:
't zijn nu goede vriendinnen,
hun jongen spelen saam.
En niemand doet nog kwaad,
want kennis van de HERE
zwelt tot een oceaan.

7. Het twijgje, opgeschoten
uit lsai's geslacht.
rijst op voor aller ogen
als teken van Gods macht.
De volken zoeken Hem,
en dragen op de handen
Israëls nageslacht.


Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief