Wat verwacht ik van een diaken?
1979-12-14
Graag neem ik in deze rubriek op een bijdrage van Johan van Klinken over de taak van een diaken, Hij hield dit verhaal tijdens de diakonale conferentie van 17 november, waar door vier personen (dominee, moeder, vader, jongen) korte toespraken werden gehouden over de vraag wat je van een diaken verwacht.- Jaargang 23
- nummer 47
Wat verwacht ik van een diaken?
De taak van de maken werd vóór de invoering van de sociale wetgeving hoofdzakelijk gezien in het financiële vlak; hij was degene, die voor financiële steun aan armen, weduwen en wezen moest zorgen.
Door de invoering van de sociale wetgeving zijn de taken op financieel gebied van de diaken min of meer weggevallen.
Thans is het diakenambt zich meer op andere noden gaan concentreren, althans zou dat volgens mij moeten doen. Er zijn nl. materieel gezien weinig financiële noden meer in onze gemeenten.
Door sommigen wordt daarom op het ogenblik gesproken over de diakonale hulpverlening buiten de gemeente, over hulpverlening aan naasten (buiten de gemeente dus), zowel dichtbij als veraf. Volgens mij ten onrechte.
Deze hulpverlening is financieel doorgaans moeilijk realiseerbaar, maar wat belangrijker is, in de Bijbel, nl. in 1Timotheus 3 : 6, heeft Paulus het over de taak van de diaken in de gemeente. Daartoe bepaalt zich in de Bijbel het diakenambt.
Ik zeg daarmee niet, dat hulpverlening buiten de gemeente nimmer zal mogen geschieden, integendeel, dat zal ook moeten geschieden, maar de diaken is hier krachtens zijn ambt echter niet toe geroepen. Daartoe zijn wij allen krachtens ons algemeen ambt van gelovige geroepen.
Nu er steeds minder sprake is van een christelijke samenleving, zal de kerk des te meer een hechte gemeenschap moeten zijn en zullen de kerkleden elkaar's steun des te meer nodig hebben.
De diaken moet evenals vroeger zorgen voor het lenigen van nood in de gemeente. De nood in de gemeente heeft thans evenwel een ander karakter dan vroeger. Zoals gezegd, was de nood vroeger hoofdzakelijk van financiële aard; thans is de nood meestal van velerlei aard, althans daarvoor hebben wij nu meer oog gekregen; zoals de soms moeilijke verhouding ouderen-jongeren, het probleem van de eenzaamheid van vele leden der gemeente, bijv.
dat van kamerbewoners in de grote steden, Problemen van meer sociaalethische en maatschappelijke aard dus.
De inhoud van de taak van de diaken staat naar mijn mening onder invloed van veranderingen in de samenleving.
En ook van de omstandigheid, dat wij meer oog gekregen hebben voor de noden van de mensen.
Dit houdt o.m. naar mijn mening in, dat de scheidslijn tussen het ambt van ouderling en het ambt van diaken minder duidelijk is komen te liggen, Ik zou mij vóór kunnen stellen, dat de diaken daarom ook huisbezoek doet, eventueel samen met de ouderling.
De ouderling doet huisbezoek krachtens zijn ambt van geestelijk opzichter in de gemeente, terwijl de diaken dat doet vanuit zijn ambt van hulpverlener.
De meeste jongeren zien de diaken als de man, die met de collectezak rondgaat. Wordt het niet hoog tijd, dat hij thans ook gezien wordt als degene, die hulp van meerdere aard biedt aan allen in de gemeente, die christelijke handreiking nodig hebben, waarbij deze handreiking dus gecompliceerder dan vroeger is komen te liggen.
Ik zou mij kunnen voorstellen, dat een diaken, wanneer hij bijv. hulp biedt aan een jongere, bijv. ingeval van drugverslaving. de steun van anderen of andere instanties inroept.
Zijn taak kan in een dergelijk geval zich bijv. hoofdzakelijk beperken tot coördinatie in de hulpverlening.
Het ambt van diaken is dus bepaald meer dan dat van iemand, die met de collectezak rondgaat. Het is nog steeds een zwaar ambt. Nu wellicht zwaarder dan vroeger, vanwege de meer ingewikkelde problemen op dit ogenblik.
Paulus stek dan ook niet voor niets hoge eisen aan het diakenambt.
Naar mijn mening dient de diaken goed op de hoogte te zijn van de noden van de leden in de gemeente.
Hij kan zijn taak als hulpverlener pas goed doen, wanneer hij ook goed op de hoogte is van de veranderingen, die in de samenleving zijn opgetreden.
Hij zal bijv. inzake de steeds meer vóórkomende echtscheidingen, ook in onze gemeenten, hulp moeten kunnen verlenen, Ik noemde reeds enkele andere probleemgebieden, Het zal U, gezien het voorgaande, wellicht niet verwonderen, dat ik de diaken reken te behoren tot de kerkeraad. Het onderscheid smalle kerkeraad en brede kerkeraad is wellicht niet zinvol meer, omdat ouderling en diaken voor problemen komen te staan, waar beide mee te maken kunnen hebben vanuit hun ambt.
Ook al meent men het onderscheid smalle/brede kerke raad te moeten handhaven, er zullen zich diverse situaties voordoen, waarbij ouderlingen en diakenen samen vergaderen, hetgeen thans trouwens ook gebeurt, en samen moeiten vergaderen, omdat beide ambten met de onderhavige kwesties op de kerkeraad te maken hebben.
Beide hebben een geestelijk ambt; de nadruk bij het ambt van ouderling ligt op het regeren van de gemeente, op het opzichter-zijn, terwijl de nadruk bij het ambt van diaken ligt op de hulpverlening.
Zoals ik naar voren heb willen brengen kunnen beide ambtsgebieden elkaar sterk raken en elkaar zelfs ook menigmaal overlappen.
Ik meen mij op grond van het voorgaande af te moeten zetten tegen het idee als zou het ambtelijk diakonaat geroepen zijn tot het zgn. werelddiakonaat: het ter hand nemen van allerlei vormen van hulpverlening op medisch, pedagogisch en sociaaleconomisch gebied in (met name) de zgn. derde wereld.
Afgezien dus van de moeilijke financiële realiseerbaarheid van een dergelijk werelddiakonaat; het dienstbetoon op grond van het diakenambt beperkt zich zoals gezegd, tot de gemeente.
Wel kan vanuit het diakenambt hulp georganiseerd worden, die de kerken gezamenlijk, in het gemeen, aangaat, bijv. in het geval van de steunverlening aan hulpbehoevende studenten in de theologie. Ook zou vanuit het diakenambt hulp georganiseerd kunnen worden voor kerken, die op het zendingsveld in noden moeten voorzien, die ze niet zelf kunnen lenigen.
Nu heeft de gehele gemeente de roeping barmhartigheid te beoefenen niet alleen jegens de broeder, maar ook jegens de vreemdeling, jegens hem of haar dus, die wel buiten de gemeente is, maar die op zijn of haar weg geplaatst wordt.
De gehele gemeente dient gestimuleerd te worden tot dienstbetoon in deze wereld. Daarbij kan het diakenambt naar mijn mening ook helpen, ingeschakeld worden; het kan hier naar mijn mening niet alleen een stimulerende, maar ook een coördinerende taak hebben, zonder dat zij deze vorm van lenigen van nood, van het beoefenen van barmhartigheid aan zich trekt. Ook hier zou het voorbeeld dat van het geval van drugverslaving kunnen zijn. Een jongere, die een andere jongere op school, niet lid van de gemeente, hulp moet bieden, moet kunnen rekenen op steun van zijn diaken. Het zou wellicht aanbeveling verdienen de diakenen ieder een eigen wijk in de gemeente toe te wijzen. Op deze wijze kan het diakenambt wellicht beter tot zijn recht komen en afgestemd worden op de noden van deze tijd.
Johan van Klinken