Gods kerstbestand
1979-12-21
De evangelisten Mattheüs en Lucas beschrijven elk op hun eigen manier de gebeurtenissen rondom de geboorte van Christus. Mattheüs, met, zijn Joodse achtergrond, geeft, ze een plaats in de ontwikkelingslijn van het geloof der vaderen, verwijst daarom naar de profeten Jesaja en Micha en plaatst in feite het gebeuren in een eschatologisch perspectief. Lucas de tot geloof gekomen arts en medewerker van Paulus, met zijn sterke voorkeur voor de arme en verdrukte, legt meer de nadruk op de betekenis van het gebeuren in algemeen menselijke zin. Zo beschrijft Mattheüs het verhaal van de geboorte (waarin de aankondiging is verwerkt) en de wijzen en Lucas dat van de aankondiging, de geboorte en de herders, De onvolledigheid van beide verbalen op zich en de parallelle structuur van het verhaalgebeuren in de verhaaldelen over de wijzen en de herders, wijzen erop dat we met één verhaal te maken hebben. Daarom is het verantwoord de onderdelen tot een geheel samen te voegen. Het eigenlijke verhaal verkrijgt zo een drieledige structuur: 1. geboorte en aankondiging (Lucas beschrijft deze het indringendst, daarom is zijn versie voor onderdeel 1. gekozen); 2. de herders; 3. de wijzen.- Jaargang 23
- nummer 48
1. Geboorte en aankondiging
Het begin van het verhaal lisoverbekend: keizer Augustus verordent de registratie van de inwoners van het Romeinse Imperium. Dit betekende niet het bevel tot een volkstelling, maar was bedoeld om de inkomsten van de bevolking te taxeren teneinde de grootte van de belastingaanslag te kunnen vaststellen. De naam van de man werd in de officiële belastingsregisters ingeschreven, met daarbij de vrouw, het aantal kinderen, het grondbezit en de eventuele andere eigendommen. In de praktijk kwam het er op neer dat iedere burger ongeveer de helft van zijn inkomen aan belasting moest opbrengen.
Om de veertien jaar vond meestal zo'n inschrijving plaats, vermoedelijk niet in de stad der voorvaderen, dit zou een chaotische toestand hebben veroorzaakt, maar in de vaste woonplaats.
Deze inschrijving zal mee de oorzaak zijn geweest dat Jozef en Maria naar Bethlehem zijn gegaan. Moderne uitleggers zijn van mening dat Jozef in Bethlehem woonde en tijdelijk werkte in Nazareth, niet als timmerman, maar als metselaar. Hout was zeldzaam in die tijd en werd nauwelijks meer gebruikt voor de bouw van paleizen en woonhuizen. Bovendien ontleent Jezus veel beelden aan de arbeid van de metselaar en niet aan het werk van de timmerman: de hoeksteen, de steen des aanstoots, een huis dat op zand is gebouwd etc.
Voor de betekenis van het verbaal is slechts van belang dat God bier een menselijke verordening volledig naar Zijn band zet, en op ironische wijze het bevel van Augustus, die als god en heiland door de Romeinen werd vereerd, gebruikt om de eeuwenoude profetie over de geboorteplaats van de Messias in vervulling te doen gaan. De verhevene tegen wil en dank in dienst van de Verhevene.
Na een tocht van 170 km door "de hitte des daags", het was vermoedelijk voorjaar tijdens Christus' geboorte en geen winter, zoals de traditie ervan heeft gemaakt, - onze kerstviering is samengevallen met het heidense feest van de geboorte van het licht op 21 en 22 december bereiken Jozef en Maria Bethlehem, de Davidsstad.
Ze vinden onderdak in het gedeelte van een woonhuis waar 's winters het vee wordt ondergebracht, De eeuwendikke zoet-sentimentele kitschlaag die de Westerse cultuur over het geboorteverhaal heeft aangebracht is nauwelijks nog te verwijderen. De woonhuizen van de burgerbevolking bestonden in die tijd meestal uit één ruimte, begrensd door vier stenen muren, waarboven een gewelfd stenen dak. Mens en vee leefden in dezelfde ruimte, het vee soms in een afgeschermd gedeelte .. In zo'n voor het vee bestemd deel vonden Jozef en Maria een onderdak. Meer de nuchtere werkelijkheid, dan de sfeervolle kerststal met de os en de ezel.
Dan volgt het prachtige. sobere verhaai van Christus' geboorte, waarin Maria naar voren komt op dezelfde evenwichtige, ingehouden wijze als in het annunciatieverhaal, Toen, negen maanden geleden, had ze geantwoord op de boodschap van de engel Gabriël met de ontroerend oprechte, kalme, directe woorden: Hoe kan dat, ik heb immers geen intieme relatie met een man? Het lijkt wel of de engel was voorbereid op deze vraag, zo rechtstreeks geeft hij antwoord. En dan is er die bevrijdende, aangrijpende geloofsbelijdenis van Maria - misschien heeft de hemel op dit moment van geweldige spanning wel de adem ingehouden - haar onvoorwaardelijk ja en amen, haar volledige bereidheid tot de dienst des Heren. Dit zijn niet het optreden en de woorden van een eenvoudig volksmeisje, maar van een waardige nakomelinge van koning David. "
Deze zelfde houding en beslistheid in gebaren zien we in het geboorteverhaal. Mama zelf zal bepaald hebben dat de krib dienst moest doen als wieg. Waar haal je in zo'n situatie zo gauw een wieg vandaan? Zelf ook wikkelt ze het Kind in doeken en legt Het in de krib. Materiële geringheid spreekt wel uit het verhaal, maar Maria's houding wordt er niet door bepaald.
2. De herders
Ditzelfde geldt m.m. voor de herders, die alleen door Lucas worden beschreven. Hun doen en laten lijkt zelfs opvallend veel op dat van de wijzen, over wie Mattheüs vertelt.
Het woord herder roept in het verband van de.
tekst verscheidene associaties op: David de herderskoning, Christus de ware herder der schapen, herders horen bij een stal, herders zijn volgens de Joodse traditie sociale outcasts en juist naar deze mensen gaat Christus' belangstelling uit.
Vooral op dit laatste legt de traditionele uitleg de nadruk. Wat evenwel vooral opvalt in het gedrag van de herders is hun grote openheid en onbevangenheid t.a.v. het gebeuren en daardoor hun sterke betrokkenheid. Herders staan dicht bij de natuur, schrikken niet van een plotselinge windhuiver in de bladeren of van de grillige bewegingen van een vreemdvormige schaduw. Ze staan meer open voor wat op hen afkomt, hun natuurlijk gevoelsleven is minder dichtgeslibd dan dat van de cultuurmens.
Plotseling gaat de hemel open, alsof reeds het nieuwe Jeruzalem neerdaalt (Openb. 21) en wordt Gods heerlijkheid zichtbaar op aarde.
Bij dit gebeuren kan de mens slechts eerbiedig luisteren en ontvangen. De hernet komt naar de aarde toe en Gods boodschappers proclameren een nieuwe tijd: Gods Vredesrijk wordt gevestigd, op de pijlers van de eer van God en de vrede voor de mens. De hemelse blijdschap over het gebeuren straalt af op de herders en tilt ze veruit boven de alledaagsheid van hun bestaan en maakt ze tot de eerste evangelieverkondigers van de nieuwe tijd.
Een sterk verlangen drijft de herders naar het Kind en nadat ze Het gezien hebben geven ze uiting aan hun blijdschap door het overal rond te vertellen. Waarbij hun vreugde vooral gericht is op de eer van God. Maria heeft intensief naar de herders geluisterd - weer zo'n treffende, rake tekening van Maria - en als ze zijn weggegaan, overweegt en overdenkt ze steeds opnieuw de gebeurtenissen van die dag in haar hart.
3. De wijzen
De structuur van het verhaalgebeuren die we in het verhaal over de herders aàntreffen, is ook hier aanwezig: een teken van de hemel, enkele personen begrijpen het teken, ze ondernemen een tocht, vinden het Christuskind, aanbidden Het, keren terug naar de vertrekplaats.
Sommige uitleggers zijn zelfs van mening dat het verbaaldeel over Herodes en de Joden later is ingevoegd. Meer voor de hand liggend is dat Mattheüs indirect vanuit de overlevering met deze geschiedenis de juistheid van de interpretatie van het hemelteken heeft Willen aantonen. De overpriesters en Schriftgeleerden wijzen Bethlehem 'aan als geboorteplaats van de Messias en bevestigen daarmee indirect de juistheid van de interpretatie van de ster door de wijzen.
Sterrenverering was een bekend verschijnsel in die tijd en als afgoderij verboden in Israël.
(Amos 5: 25, 26; Hand. 7: 42 v.v.; Gal. 4: 9 v.v.).
Aan de andere kant waren de sterren het symbool van Gods heerlijkheid (Ps. 19 : 1) en had Bileam (Num. 24 : 17) over de Messias als de ster uit Jakob geprofeteerd. Mattheüs verhaalt in hfdst. 24 : 29 dat als teken van het naderend wereldeinde de sterren van de hemel zullen vallen.
Het opvallende in het verhaal is derhalve niet dat de Oosterse wijzen, astrologen, die vermoedelijk behoorden tot de groep achtergebleven Joodse ballingen, hun aandacht concentreren op een opvallende ster. Maar wel dat zij het teken van God op de juiste manier interpreteren.
De ster, de natuur, verwijst niet alleen naar de heerlijkheid van Gods schepping, maar ook naar de heerlijkheid van Gods verlossing.
Over de ster, die de astrologen, die wel afkomstig geweest zullen zijn uit de bekende astrologenschool te Sippar in de buurt van Babylon, hebben gezien, zijn nogal. wat theorieën in omloop.
De momenteel meest gangbare luidt: De Joodse traditie hield het sterrenbeeld de Vissen voor het teken van de Messias. Jupiter gold als de planeet, die als geluksster en koningsster werd aangeduid. De planeet Saturnus had de naam van schutster van Israël. Op het moment dat Jupiter en Saturnus in het sterrenbeeld de Vissen zo dicht bij elkaar stonden dat ze een bijzonder heldere straling uitzonden, lazen de astrologen uit ons verhaal eruit af dat een nieuwe koning der Joden was geboren, Het zij zo. Voor het verhaalgebeuren is van meer belang, dat God de geleerde astrologen een teken uit de hemel geeft in een taal die ze begrijpen.
Evenals de herders een boodschap ontvingen in de taal die zij konden begrijpen. (Aardig in dit verband is dat in de Joodse traditie engelen, wachters der hemel, wel worden vergeleken met planeten.) Zo krijgen naast de hemel en de eenvoudige gelovige, de natuur, kennis, overlevering, aanzienlijken en de niet-Joodse wereld hun plaats in het geboorte verhaal. Ook wat betreft de openheid voor het gebeuren lijken de beide verhaaldelen op elkaar.
Beide verhalen maken eveneens een uitnodigend gebaar naar de lezer om mee te aanbidden en God te prijzen.
Maar zodra de wijzen in Jeruzalem aankomen, slaat het verhaal dicht en zakt het af naar een onthutsend dieptepunt. De opschudding die de wijzen met hun vraag in Jeruzalem onder de mensen veroorzaken, is de opwinding van de massa over een sensationeel bericht. Opwinding die snel wegebt. Herodes laat de overpriesters en schriftgeleerden, de Joodse leiders roepen, omdat hij geloof hecht aan de woorden der wijzen. De kerk wordt op wel heel cynische wijze bij het gebeuren betrokken. En zij die zichzelf uitleggers van de Schriften noemen, blijven op een verbijsterende manier in gebreke. In de traditie vastgelopen kerkelijke leiders onder wier handen Gods levende Woord verdort tot dood archiefmateriaal. Van Herodes, de genadeloze bezetter, vernemen de Oosterlingen dat Bethlehem de geboorteplaats is. Prachtig is de typering van de houding der wijzen tegenover Herodes, ze hoorden Herodes aan, duidt op beleefde minzaamheid en geleerde afstandelijkheid, vermoedelijk hebben ze Herodes doorzien en is hun latere droom de bevestiging van hun vermoedens; eveneens om te voorkomen dat Herodes hen zou doden.
Een korte samenvatting van het verhaal vanuit een wat ander gezichtspunt.
In hun historische situatie heeft een aanval mensen een open hart voor de vestiging van Gods Koninkrijk. Ieder gaat op de voor hem karakteristieke wijze, in zoverre Gods openbaring hem toebedeeld is, ermee aan het werk.
Gereformeerden meten graag de mate van iemands geloof af aan de meetlat. De kerk is verstrikt geraakt in de traditie, zodat de buitenstaande in de kou blijft staan en de bezetter straks hard en genadeloos kan toeslaan. De vijand van Gods Koninkrijk slaat wel acht op Gods werk, evenwel met de bedoeling het te vernietigen.
In dit historische moment komen zoveel lijnen bij elkaar dat het duidelijk een voorstadium is van de eeuwige harmonie en vrede van Gods Vredesrijk. Een bestand, dat uitmondt in werkelijke vrede, bewerkstelligd door het bloed van Christus.
Wij in onze historische situatie kennen ook het kerstbestand. Een wat vreemd aandoend, maar daarom niet te veroordelen, gevoel voor vrede en harmonie maakt zich van de wereld meester in de kerstdagen. Uit een verre haven komt de zeeman thuis, Israël en Palestijnen tekenen een staakt-het-vuren, een kapotgeslagen gezin zingt gezamenlijk kerstliederen, de pooier zit onder de kerstboom. Zelfs de commercie past zich aan, in de vermomming van een goedlachse kerstman. Maar geloven we werkelijk nog in harmonie en vrede, in de heil- en vredebrengende werking van Gods Koninkrijk?
De kerstdagen zijn nauwelijks verstreken of op de markt in Jeruzalem ontploft weer een bom, de rechter bekrachtigt de zoveelste echtscheiding, de pooier versjachert zijn vrouwen, de gastarbeider krijgt de kous op de kop, kerstafval puilt uit de vuilnisbak. En de kerk, wat doet zij voor de vrede?
Maar Gods kerstbestand is overgegaan in eeuwige vrede, "Mijn vrede geef Ik u, Mijn vrede laat Ik u ... ", door lijden en sterven heen. De vernieuwende en heilbrengende werking van Gods vrede openbaarde zich allerwegen na Christus' opstanding: Het voorhangsel in de tempel was gescheurd, want God woonde weer onder de mensen (verg. Openb. 21), een inquisiteur werd apostel, een visser schreef adembenemende visioenen, een verrader werd in eer hersteld, velen kwamen tot geloof. Gods Koninkrijk ontplooide zich tegen verdrukking, vervolging en verabsolutering van de traditie in.
Willen wij in onze tijd van democratisering, mechanisering en middelmatigheid weer meewerken aan de ontwikkeling van Gods Vrederijk, dan is daarvoor hetzelfde geestelijke elan, hetzelfde geloof nodig van dat oude kerstverhaal.
Het geloof van Maria, dat intensief luistert en overdenkt; 'het geloof van de herder, dat open en spontaan zijn blijdschap uitzegt; het geloof van de wijze, dat de tekenen van de tijd opmerkt, ze overweegt en ze als vernieuwende kracht, dode kracht of tegenwerkende kracht in relatie weet te brengen met God en Zijn Vredes rijk.