DE KERK EN DE RECHTEN VAN DE MENS (1)
1979-01-05
Uit de periode van de Franse Revolutie?- Jaargang 23
- nummer 1
Er gaat vrijwel geen dag voorbij of we worden door de pers of andere media geconfronteerd met de kwestie van de rechten van de mens. We hebben daarin blijkbaar te doen met een van de grote drama's van onze tijd, een dogma, dat fungeert als grondslag van en motivatie voor akties van uiteenlopende aard, Dat kan zijn het opkomen voor gevangenen, die om hun politieke, godsdienstige of andere overtuiging van hun vrijheid zijn beroofd, het roepen om emancipatie van de vrouw, het strijden tegen rassendiscriminatie of welke andere zaak ook. En daarbij wordt dan veelal een beroep gedaan op of in elk geval gedacht aan de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, zoals die op 10 december 1948 door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties te Parijs werd geproclameerd. Te denken valt ook aan verdragen, die deze Verklaring nader hebben uitgewerkt en daarop hebben voortgebouwd, zoals o.m. het Verdrag van Rome. Maar we beperken ons in dit artikel tot de Universele Verklaring van 1948, in het vervolg als regel aangeduid als de U.V.
De uitdrukking "rechten van de mens" heeft in de oren van vele (oudere?) christenen geen bijster goede klank. Zij doet hen denken aan de periode van de Franse Revolutie van 1789, die immers kwam met haar Verklaring van de rechten van de mens en van de burger.
En wat was deze Franse Revolutie anders dan het produkt van het ongeloof?
Zij ging gepaard met terreur en geweld, met afschaffing van de christelijke kalender, met verheerlijking van de rede als god.
Wat stamt uit de periode van deze revolutie draagt daarom het schandmerk van zijn geboorte aan zijn voorhoofd. Zo is voor heel wat christenen de term mensenrechten belaste term geworden.
Hoe begrijpelijk dit ook is, we moeten enkele dingen toch niet vergeten.
In de Franse Revolutie komt een ontwikkeling tot rijping, die zich al enkele eeuwen daarvoor heeft ingezet, die zich in Frankrijk wel op een eigen wijze heeft voltrokken en is beïnvloed geworden.
maar ook in andere landen werd gevonden en daar niet alleen op andere, onbloedige wijze verliep, maar ook vreemd was aan de specifiek Franse ongeloofstheorieën.
En ook daar was sprake van de rechten van de mens en werden zij in verklaringen vastgelegd. We kunnen zelfs zeggen dat Frankrijk wel een verklaring van de mensenrechten heeft geproclameerd, maar deze niet zelf heeft geproduceerd.
De Franse Revolutie heeft haar óvergenomen. We treffen reeds voor 1789 - het jaartal van de Revolutie in Frankrijk - verschillende Verklaringen over de rechten van de mens aan in die Staten van Noord-Amerika, die zijn opgestaan tegen Engeland. "Het zijn de zogenaamde Bills of Rights. Deze Verklaringen werden opgesteld in verband met de Vrijheidsoorlog en bedoelden daarvan een rechtvaardiging te geven. Zij zijn te beschouwen als een soort vaandel, waaronder men zich tegen Engeland wist te verenigen. Deze vrijheidsoorlog droeg een ander karakter dan de Franse Revolutie. En zijn verschillende ook beroemde historici geweest die deze laatste scherp en principiëel bestreden hebben en de Amerikaanse vrijheidsoorlog met klem hebben verdedigd.
Toch doet zich het merkwaardige feit voor dat we veel uit de Amerikaanse Verklaring over de rechten van de mens terugvinden in de Franse van 1789. Met name schijnt dit het geval te zijn speciaal met de Bill of Right van de staat Virginia, in 1774 geproclameerd. Verschillende historici hebben zich met deze kwestie bezig gehouden. De vroegere historicus aan de Vrije Universiteit, prof. dr A. A. van Schelven, heeft er een interessant artikel over geschreven onder de titel De Reformatie en de Revolutie.
Hij komt daarin tot de conclusie dat men zich in Parijs 1798 formeel zeer nauw aansloot bij Virginia, maar dat men al overnemende onbewust een heel andere zin hechtte aan de gebruikte woorden.
Of anders gezegd: "Virginia volgend ging men te Parijs tegelijk zijn eigen weg". We kunnen de mening van Van Schelven adus samenvatten: Parijs bracht er de lading in van de wereldbeschouwelijke ideeën van de theoretici van de Franse Revolutie, terwijl ze aanvankelijk in Noord-Amerika niet meer bedoelden te zijn dan een praktische rechtvaardiging van de vrijheidsoorlog op de basis van het toen algemeen aanvaarde natuurrecht.
Het praktische Manifest werd tot een theoretisch getint Handvest.
Soortgelijk spreekt ook Windel band in zijn bekende leerboek van de geschiedenis van de filosofie. De Franse Revolutie, zegt hij, poogde de verwerkelijking van de mensenrechten te decreteren nach dem praktischen Vorgange der Amerikanischen Freistaten und der Wesen der Sach nach im Geiste von Rousseaus Contrat Social".
Met het bovenstaande wil ik slechts zeggen dat woordelijke aansluiting of overeenkomst nog niet alles zegt over de geest van een stuk.
De directe voorgeschiedenis
Daar komt nog iets bij.
De U.V. van 1948 sluit woordelijk in enkele uitspraken aan bij haar voorgangster uit de tijd van de Franse Revolutie, zoals deze aansluit bij de Verklaring van Amerikaanse Staten ten tijde van de vrijheidsoorlog.
Maar het moet ons niet ontgaan dat zij haar directe impuls niet ontving vanuit Frankrijk, maar vanuit Noord-Amerika. Op 6 januari 1941 hield president Roosevelt voor het congres zijn beroemd geworden Freedoms-Speech, waarin hij tegenover de gruwelen van het Nazidom vier vrijheden poneerde: elk mens heeft recht op vrijheid van meningsuiting, vrijheid van godsdienst, vrijheid van vrees en vrijheid van gebrek. Op 14 aug. van hetzelfde jaar werden deze vier vrijheden in het zogenaamde Atlantisch Pact aangenomen als doel van de tweede wereldoorlog.
Dit Pact was het werk van Roosevelt en Churchill, de toenmalige premier van Engeland: zij waren ook de ondertekenaars ervan. Het Handvest van de Verenigde Naties legde op voetspoor van dit Atlantic Charter de grondrechten van de mens vast. Zij vonden een nadere uitwerking in de nu zo bekende Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Deze verklaring is voorbereid door een commissie, waarvan de echtgenote van de inmiddels overleden president van de Verenigde Staten, Mevr. Roosevelt, presidente was. In haar Preambule herinnert deze Verklaring duidelijk aan deze voorgeschiedenis.
Hiermee is natuurlijk niet gezegd dat de U.V. geen invloed heeft ondergaan van de ideeën van de Franse Revolutie. Drs J. G. van der Land heeft er in dit blad in een bespreking van de koers van Amnesty International terecht op gewezen dat in art. 21 de opvatting van de volkssoevereiniteit duidelijk wordt gehuldigd en deze idee is inderdaad te beschouwen als een produkt van de Franse Revolutie. We vinden haar bij Rousseau voor het eerst in volle duidelijkheid uitgewerkt.
Zij is sindsdien wijd verbreid geworden en als het ware versmollen met die van de democratie.
Het zou daarom te verbazen zijn als zij ook niet in de U.V. zou zijn terug te vinden! Reden genoeg om deze U.V. met een kritisch oog te bezien. Maar dit rechtvaardigt nog niet de gedachte dat deze U.V. als geheel en als zodanig stamt uit de periode van de Franse Revolutie, met de stilzwijgende bijgedachte dat alles, wat er in staat daarom bij voorbaat onaanvaardbaar, ja, zelfs verwerpelijk zou zijn. Er is nu eenmaal een ontwikkeling in de historie van onze Westerse cultuur, waarin ook krachten hebben gewerkt die niet als christelijk zijn te kwalificeren en nochtans door het christendom zijn heengegaan en resultaten hebben opgeleverd, die we niet bij voorbaat als wanprodukten behoeven te beschouwen, ook al wijzen we hun geestelijke wortel af.
Het is niet allemaal zwart-wit wat de geschiedenis ons geeft te zien.
Maar hierover meer in een volgend artikel, waarin we de U.V. zelf nader willen bekijken. Om daartoe de weg een beetje te effenen werd dit artikel geschreven.