Ik heb zo'n medelijden met Adam

1979-01-05
  • Jaargang 23
  • nummer 1
Ik heb zo'n medelijden met adam omdat hij niet kon zitten op de schoot van zijn moeder omdat hij niet alles kon zeggen aan zijn vader omdat hij niet kon spelen aan de ingang van de hut Ik heb zo'n medelijden met adam want hij zou wel nooit van de appel gegeten hebben als hij maar had mogen zitten op de schoot van zijn moeder.

inleiding
Ik denk dat Uw oog bij het zien van deze bladzijde eerst is gevallen op let lied van die eenzame Adam. Het is een lied dat ons misschien tegen onze gereformeerde haren instrijkt.
Anna Terruwe heeft het in één van haar boekjes ("Ouders en kinderen op weg naar de toekomst", van dr A. A. A. Terruwe, uitgave De Tijdstroom) geciteerd om de wijze aan te geven waarop ouders in onze tijd nogal eens met hun kinderen omgaan. Omdat deze negro-spiritual eveneens een rake illustratie vormt bij dit artikel vindt U het lied in Opbouw afgedrukt.

een pessimistische visie
De laatste tijd verschijnen er steeds meer publikaties die blijk geven van een pessimistische visie op het huidige opvoedingsklimaat. In de eeuw van het kind wordt het kind zelf de dupe.
Omdat ik een aantal faktoren noem die de opvoeding in onze tijd bemoeilijken bent U misschien van mening dat ik een te sombere kijk op dit onderwerp heb. U hebt daar dan ook wel gelijk in, want we mogen er als opvoeders immers op vertrouwen dat we er nooit alleen voor staan. Die pessimistische grondtoon heeft meer te maken met het karakter van dit artikel: aangeven waarom opvoeding tegenwoordig een minder vanzelfsprekende zaak is dan een aantal jaren geleden.
Natuurlijk kan ik slechts heel kort enkele punten aanstippen; daarbij ga ik vooral in op de situatie van de opgroeiende jeugd op de grens van gezin en maatschappij.

geen nieuwe normen
De Tweede Wereldoorlog heeft een schok teweeg gebracht in het denken van de moderne mens. Alle regels waar men op vertrouwde bleken een wereldramp niet tegen te kunnen houden. Men ging aan die regels twijfelen. Eigenlijk is er een soort vakuüm ontstaan: God is dood, kompetitie mag niet meer, van het gezag moet je het niet hebben.
Wat ervoor in de plaats komt, wat wel mag, is vaak niet duidelijk.

kultuurpessimisme
Het is zeer duidelijk hoe vooral in de afgelopen twintig jaar een optimistische visie op de mogelijkheden van de mens plaats heeft gemaakt voor kultuurpessimisme. Dat vindt zijn weerslag op de jeugd. Het rapport van de Club van Rome, de dreiging van een ekonomische krisis, het gevaar van de atoombom, de machteloosheid van het individu: het zijn allemaal bergen die waarschijnlijk niet verzet kunnen worden. Je vraagt je af waarom je nog op school zit (voor de WW?). Als je werk hebt vraag je je af wat er de zin van is. Is het een wonder dat we het soms echt niet meer zien zitten?

een overvloed aan informatie
Onze wereld is veel meer open geworden.
Het leven eindigt niet meer bij de grens van het dorp. We krijgen zoveel informatie dat we soms niet meer weten wat er nu waar is en wat niet. Iedere keer weer horen we achtergronden van gezaghebbende mensen of partijen die ons vertrouwen doen wankelen.
Het lijkt er wel op of de hele wereld korrupt is. En er gebeurt zoveel dat we er helemaal niets meer aan kunnen doen; we staan machteloos.

tegenstrijdige antwoorden
Ook op school en zelfs binnen de kerk hoort men vaak zeer verschillende oplossingen voor de samenlevingsproblemen.
Dat is niet alleen voor de jeugd soms verwarrend, maar ook voor de ouders wordt het moeilijker. Dit geldt trouwens niet alleen voor de 'grote problemen', het begint al dichter bij huis.
Als Anneke van haar ouders maar één keer naar de kerk hoeft en naar catechisatie gaat als ze er zin in heeft dan wordt de argumentatie er voor Hilda's ouders niet gemakkelijker op.

"omdat ik het zeg"
Jongeren hebben een heel duidelijke behoefte aan gesprekken. Juist in onze tijd, waarin ze overspoeld worden door informatie, komt het dan des te schrijnender over als er nog ouders zijn die denken dat ze niet met hun kinderen hoeven te praten. "Bij ons thuis werd er vroeger ook niet gepraat". Dat (soms wel eens vertrouwde) opvoedingspatroon waarin (meestal) Vader alles weet voedt de kinderen niet op
tot weerbaarheid in de samenleving.
Als Kees vraagt waarom hij niet naar een lezing over transcendente meditatie mag en z'n Vader komt niet verder dan: "omdat ik het zeg!" dan heeft die Vader z'n zoon niets geleerd. Veel ouders weten op die manier niet eens wat er in hun kind omgaat. Want luisteren is er in zo'n situatie natuurlijk niet bij (vader heeft dus ook niet geleerd).
Als jongeren behoefte hebben aan gesprekken, dan hebben ze ook behoefte aan ouders die naar ze luisteren.
Dat wil dus ook niet zeggen dat ouders een eindeloze monoloog moeten gaan houden; soms is dat haast hetzelfde als "omdat ik het zeg" .
Helaas hebben veel jongeren een dergelijke opvoeding achter de rug.
Het gevolg kan onzekerheid en eenzaamheid zijn als ze eenmaal op eigen benen moeten staan.

de fout van Spock
De Amerikaanse kinderarts dr Spock gaat ervan uit dat ouders hun kinderen zoveel mogelijk hun eigen gang moeten laten gaan.
Rousseau was één van de eersten die deze visie naar voren bracht (Emile, 1762), maar pas halverwege de 20e eeuw sloeg deze gedachte massaal aan (hoewel Spock er zelf op terug is gekomen).
Veel ouders die een gevoel van onbehagen hebben over de wijze waarop ze zelf zijn opgevoed, gaan - al dan niet met Spock in de hand - van dezelfde opvoedingsprincipes uit.
Kinderen die echter steeds zelf mogen kiezen zullen iedere keer weer moeilijke situaties uit de weg gaan.
Het gevolg is dat ze later op iedere hindernis (waar het leven nu eenmaal vol van is) met gevoelens van onbehagen zullen reageren.

de welvaartsstaat
Door de hoge mate van welvaart waar we mee mogen leven kunnen we de bevrediging van onze behoeften steeds minder gemakkelijk uitstellen.
Als het licht op rood staat raken we geïrriteerd, we nemen de auto omdat het met de fiets te lang duurt, en onze kleurenfoto's moeten overmorgen klaar zijn. En omdat we niet meer in staat zijn om te sparen lenen we maar geld, dan kunnen we die dure stereo-installatie direkt in huis hebben. In de praktijk komt deze wijze van handelen op hetzelfde neer als de gevolgen van de vrije opvoeding van Spock.

het individualisme
Vroeger durfden veel kinderen er niet van de dromen dat ze een eigen kamer mochten hebben. In onze tijd zie je (ondanks het feit dat de meeste kinderen wel een eigen kamer hebben) dat de storingen in het gezin toenemen. Niet alleen de moderne woningbouw, ook de moderne gezinsopbouw, werkt het individualisme in de hand.
Daarmee wil ik die eigen kamer niet afwijzen (die kan zelfs erg belangrijk zijn). Wel kan gekonstateerd worden dat men in de gezinnen steeds minder op elkaar is aangewezen. Vroeger moesten broers en zussen (en ook ouders en kinderen) veel meer rekening met elkaar houden. En wil iemand in het gezin een gesprek met de ander dan wordt dat in heel veel gevallen onmogelijk gemaakt door de 'grote afleider', de televisie.

stikken in je eenzaamheid
In de voorgaande gedeelten kwam steeds weer naar voren dat maatschappelijke- en gezinsomstandigheden een rol kunnen spelen bij de problematiek van veel jongeren.
Als gevolg van deze problemen zien we een enorme toename van de agressie (als ons iets niet zint gebruiken we geweId). Veel jongeren zoeken gezelligheid in kortdurende vrijblijvende kontakten omdat ze zich niet meer kunnen binden. Ze zitten hele weekenden in de diskotheek waar door de geluidsoverlast ieder gesprek onmogelijk is. Anderen gaan, b.v. omdat ze zich ze eenzaam voelen, maar ook om te frustrerende situaties te ontduiken, over tot het gebruik van slaapmiddelen, alkohol en drugs. De kranten staan bol van deze onderwerpen en ik ga er dan ook niet verder op in. Waar nauwelijks over geschreven wordt is echter het feit dat er ook een groeiend aantal jongeren is dat zich zo eenzaam voelt dat ze een eind aan hun leven maken. Hoewel ik weet dat daarmee een uitermate moeilijk onderwerp wordt aangesneden wil ik er toch even dieper op ingaan.
In juli 1978 verscheen er in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde een artikel van Prof. dr N. Speyer over dit onderwerp. Pas door deze publikatie werd er in de kranten meer aandacht besteed aan het gegeven dat steeds meer jongeren de hand aan zichzelf slaan. Het is in de leeftijd van 15 tot 25 jaar na verkeersongelukken zelfs de belangrijkste doodsoorzaak.
Ook voorheen waren er mensen die een eind aan hun leven maakten (b.v. omdat men politieke of religieuze belangen hoger achtte dan het eigen leven of ten gevolge van een bepaald psychiatrisch ziektebeeld).
Prof. Speyer wijt echter de enorme stijging van het sterftecijfer aan de faktoren die ik in het bovenstaande gedeelte ook heb genoemd.

(g)een waardeoordeel
Prof. Speyer heeft het in zijn publikatie over 'zelfdoding'; hij vermijdt het woord 'zelfmoord' omdat dit een waardeoordeel inhoudt, waardoor het taboe versterkt wordt.
Hij acht het juist nodig dat er over het onderwerp gesproken wordt.
Vanuit een christelijke visie zeggen we dat de mens leven en dood niet in eigen hand mag nemen en ik ben het daar mee eens. Toch plaats ik bewust twee opmerkingen van Professor Speyer in dit artikel.
Dit omdat een waardeoordeel soms maar al te gemakkelijk wordt gegeven.
In de eerste plaats is het denken van mensen die een (poging tot) zelfdoding ondernemen vaak ernstig gestoord. Wat wij als absurd beschouwen is het in het denken van mensen in zo'n situatie vaak niet meer.
In de tweede plaats is een póging tot zelfdoding vaak geen poging om te sterven, maar om te leven, om hulp te verkrijgen, om een nieuwe start te maken. Dat men zover komt kan veroorzaakt worden doordat wij tekort schieten in de kontakten met die ander.

jesaja
Totnutoe hebt U waarschijnlijk één onderwerp gemist: de relatie met God. De enorme sekularisatie in onze tijd heeft eveneens gemaakt dat veel mensen zich erg eenzaam voelen. Maar ook in de kerk komt eenzaamheid voor: als de mensen tijdens de kerkdienst net zo naast elkaar zitten als in de tram. Of als er veel gepraat wordt over God maar nooit met God.
In Jesaja 1 : 9 staat de volgende tekst: "En de dochter van Sion is achtergebleven als een hut in een wijngaard, als een nachthut in een komkommerveld, als een belegerde stad". Ook Jesaja leefde in een erg donkere tijd. Hij voorspelde dat Israël zou worden weggevoerd, het volk leefde in sterk zedelijk verval.
En toch zit er - zelfs in die donkere tekst - het aspekt van de veiligheid. Het is maar een heel primitieve beschutting, maar toch: midden in dat verwoeste land is er nog een schuilplaats. Overal in de Bijbel zie je dat weer terug. Soms heel moeilijk te vinden, soms heel ver weg, maar er is altijd een veilige beschutting. Die beschutting is er bij God.

Tenslotte
Ik ben in dit artikel eenzijdig geweest, want de suggestie wordt gewekt dat alle ouders fouten maken en dat de kinderen vrijuit gaan.
Maar kinderen kunnen heel onredelijk zijn tegenover hun ouders.
En niet voor niets zegt de catechismus dat we geduld moeten hebben met de gebreken van onze ouders.

Ook mag er nooit sprake zijn van een oorzaak - gevolg redenering.
Als een jongen uit een gezin aan de drugs verslaafd is mogen we nooit zeggen dat de opvoeding 'dus' fout is geweest. Oordelen is gemakkelijk, maar luisteren is maar al te vaak erg moeilijk.
Er is nooit iemand geweest die zich zo eenzaam heeft gevoeld als Jezus.
Toch was Hij nooit haatdragend.
Het staat zo mooi in de Bijbel: Hij was met ontferming bewogen!

eenzaamheid is: om één uur 's nacht liften op een landweg twee uren praten zonder iets te zeggen met z'n drieën fietsen en jij rijdt achteraan veel praten over God maar nooit met God.

(uit 'Aktie' (Youth for Christ) december 1978)

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief