Kerknieuws

1979-01-05
  • Jaargang 23
  • nummer 1


Aangenomen het beroep van de kerk van Amstelveen: ds K. H. de Groot te IJsselmuiden.

Bedankt voor het beroep van de kerk van Groningen: ds A. H. Algra te Sliedrecht.

Beroepen door de kerk van Utrecht: ds G. van den Brink te Rotterdam-Overschie.

Oegstgeest - De kerkeraad van Oegstgeest heeft het volgende meegedeeld: Een vacature. Na het vertrek van br. Van der Berge naar Eindhoven, is in de kerkeraad een vacature voor een diaken ontstaan. Zoals bekend is in onze gemeente geruime tijd een discussie gevoerd over het onderwerp 'de vrouw in het ambt'. In zijn vergadering van 2 sept. 1976 heeft de kerkeraad een principebesluit genomen, dat wèl het diaken ambt voor zusters in de gemeente opengesteld zou kunnen worden. Punten van overweging daarbij waren diverse bijbelgegevens en het feit dat ook Calvijn ten zekere ruimte liet voor vrouwelijke diakenen. Dit principe-besluit is in eigen gemeente evenals in de regiokerken bekend gemaakt en in sommige gevallen ook uitvoerig besproken.
Daaruit zijn echter geen nieuwe gezichtspunten naar voren gekomen die de kerkeraad tot een heroriëntering betreffende deze zaak hebben gebracht.
De formulering 'de vrouw in het ambt' zou de gedachte kunnen doen ontstaan: gezien de ontwikkelingen in de maatschappij wordt het hoog tijd dat 'de' vrouw ook bij ons eens wat meer aan haar trekken komt. Deze benadering moet als niet bijbels van de hand worden gewezen.
Bijbels gezien moet de vraag luiden: heeft God door Zijn Geest aan een zuster in de gemeente gaven gegeven, waarmee zij de gemeente kan dienen in het ambt van diaken?
Diezelfde vraag moeten wij ook ten aanzien van broeders stellen. Om bovenstaande redenen heeft de kerkeraad gemeend de gemeente in de gelegenheid te moeten stellen namen op te geven van broeders en/of zusters die geschikt worden geacht de opengevallen plaats van br. Van der Berge in te nemen.

Persverslag van de 9e zitting van de Landelijke Vergadering van afgevaardigden van de Gereformeerde kerken (vrijgemaakt buiten verband), gehouden op 25 november 1978 in het vergadergebouw achter de Gereformeerde kerk te Wezep.
De praeses opent de vergadering. Hij laat zingen Psalm 147 : 1, leest Psalm 147 en gaat voor in gebed. Hij heet de aanwezigen welkom. Niet alle regio's blijken door 4 afgevaardigden vertegenwoordigd te zijn. Bovendien zijn diverse primi-afgevaardigden vervangen door hun secundi. De vergadering besluit een blijk van medeleven te sturen aan ds Visser, die in het ziekenhuis verblijft. De Acta van de 7e zitting worden vastgesteld.

De praeses geeft br. G. van Oord, penningmeester van de Raad voor Toezicht en Advies inzake de theologische studiebegeleiding, de gelegenheid om de vergadering toe te spreken over de financiën van de theologische studiebegeleiding. Doordat een deel van de kerken de afgesproken bijdrage van t 3,- per ziel zeer traag of in het geheel niet betaalt, is er niet voldoende geld in kas om de drie studiebegeleiders te betalen. Br. Van Oord doet een dringend beroep op de afgevaardigden om alle kerken per regio hierop zo spoedig mogelijk aan te spreken. Het gaat om de nakoming van de afspraken die de kerken zelf gemaakt hebben, alsdus br. Van Oord.
De praeses onderstreept het door br. Van Oord gedane appèl en wekt de afgevaardigden op daaraan snel gehoor te geven.
Op voorstel van de Raad voor Toezicht en Advies besluit de vergadering om met ingang van 1979 de bijdrage te verhogen tot f 4,- per ziel.
Voortaan zal hiervoor aan het begin van het jaar een aanslag worden verzonden aan de penningmeesters van de kerken in de hoop dat dit tot een vlottere betaling zal leiden.

De praeses dankt br. Van Oord, die de tijd gekomen acht om het penningmeesterschap neer te leggen, voor het vele werk dat hij jarenlang ten dienste van de opleiding tot de Dienst des Woords heeft verricht. Hij wordt lis penningmeester opgevolgd door br. Kooiman uit Doorn.

Vervolgens komt aan de orde een nadere opdracht aan de gezangenkommissie, tot de instelling waarvan op de vorige zitting werd besloten.
Het moderamen stelt voor deze opdracht, die o.m. het doen van aanbevelingen tot uitbreiding en vernieuwing van het gezangenrepertoire inhoudt, als volgt aan te vullen: c) Daarbij te werken in de richting van een selektief gebruik van het Liedboek voor de kerken, in kombinatie met een eigen, aanvullende bundel.
d) Attent te zijn op mogelijkheden tot samenwerking met andere reformatorische kerken, echter zonder dat dit leidt tot vertraging van het onder b) genoemde.
De 2e scriba, br. De Boer, licht het moderamenvoorstel toe.

Een opdracht aan de kommissie om te werken in de richting van een geheel eigen gezangenbundel voor onze kerken zou naar de mening van het moderamen op grote bezwaren stuiten: In de 20 kerken waar het Liedboek al (selektief) gebruikt wordt zal terugdraaien moeilijk zijn, en blijkens de vanuit de regio Enschede-Zwolle gehouden enquête hebben relatief veel kerken overwegende bezwaren tegen een eigen bundel. Bovendien kan bij een keus voor een eigen bundel van vernieuwing en modernisering van het gezangenrepertoire geen sprake zijn, doordat de Interkerkelijke Stichting voor het kerklied die de rechten bezit van het Liedboek elke bloemlezing uit het Liedboek in een aparte bundel weigert, met uitzondering van een klein aantal liederen dat ouder is dan 50 jaar, aldus br. De Boer.

Voor het moderamenvoorstel pleit z.i. dat daarbij wordt aangesloten bij wat al in de kerken gegroeid is, waardoor de kans op een gemeenschappelijke gedragslijn het grootst is. Op deze wijze kunnen ook veel nieuwe liederen uit het Liedboek gezongen worden en kan er sprake zijn van een echte vernieuwing van de gemeentezang.
Het toevoegen - bijv. in een apart katern achterin het Liedboek - van een kleine eigen aanvullende bundel opent de mogelijkheid om schriftuurlijke liederen die niet in het Liedboek staan op te nemen.

Wat de samenwerking met andere reformatorische kerken betreft, meent het moderamen dat de kommissie de mogelijkheden daartoe moet aangrijpen; maar dat mag een snelle uitvoering van de hoofdopdracht niet vertragen.
Aan de bespreking van dit voorstel, die in 2 rondes plaatsvindt, wordt deelgenomen door de brs. ds Bakker, ds Van Oene, Bosman, ds Versluis, ds Van der Kwast, ds Smit en Polderman.
Enkele sprekers ondersteunen het moderamenvoorstel.
Anderen stellen kritische vragen. Eén der sprekers, ds Van Oene, maakt bezwaar tegen het spoor van het Liedboek waarop het moderamen z.i. de kommissie wil zetten.

Hij verwerpt het gebruik van het Liedboek in de eredienst, ook als dat selektief gebeurt en vreest voor een verwijdering in liturgisch opzicht van de Chr. Geref. Kerken en de Vrijgemaakte Kerken (binnen verband). Hij wil de kommissie de keus laten tussen de weg die het moderamen voorstelt en een geheel eigen bundel met schriftuurlijke liederen.
In zijn beantwoording benadrukt br. De Boer, dat van een keus voor het Liedboek als geheel geen sprake is.
Het gaat om een selektief gebruik ervan: daaraan gaat een serieuze toetsing van de liederen op hun schriftuurlijkheid door de gezangenkommissie vooraf; zonder twijfel zal een deel van de liederen uit het Liedboek die toetsing niet kunnen doorstaan.
Dat is ook de praktijk in die kerken onder ons die het Liedboek gebruiken: dat gebeurt kritisch en selektief, aldus br. De Boer.

Ds Van Oene stelt vervolgens per amendement voor, om aan het moderamenvoorstel toe te voegen, dat de kommissie ook de wenselijkheid en mogelijkheid moet onderzoeken om - in plaats van het door het moderamen voorgestelde - te komen tot een komplete eigen bundel met schriftuurlijke liederen.
Het amendement-Van Oene wordt aanvaard met 32 stemmen voor, en 13 tegen. Het geamendeerde moderamenvoorstel wordt vervolgens aanvaard met 2 stemmen tegen, bij 4 onthoudingen.

Omdat een verzoek van het Contact-Orgaan Gereformeerde Gezindte om enkele vertegenwoordigers namens onze kerken in het COGG aan te wijzen erg laat is binnengekomen en de kerken zich daardoor niet erover hebben kunnen uitspreken, oordeelt de vergadering dat zij daarover geen beslissing kan nemen. Besloten wordt aan de Kommissie voor kontakt en samenspreking met andere kerken te vragen, zich over dit verzoek te beraden en daarover aan de volgende Landelijke Vergadering te rapporteren.

Deze kommissie krijgt verder opdracht om - kontakt te onderhouden met de "Dopperkerken in Zuid-Arika naar aanleiding van het verzoek tot korrespondentie van de L.V. van Utrecht-1974; - de eerder door de L.V. genomen besluiten inzake de GOS uit te voeren en daartoe o.m. de ontwikkelingen binnen de GOS nauwlettend te volgen, en ervoor te zorgen dat onze kerken een evenredig aandeel in de kosten van de GOS bijdragen en daartoe de kerken te vragen om een bijdrage per ziel; - art.39 van het Akkoord van kerkelijk samenleven over het zoeken van eenheid met andere kerken te herschrijven, zulks overeenkomstig een eerder door de L.V. genomen besluit.
Al deze besluiten worden zonder bespreking, op voorstel van het moderamen genomen.

Van de Vrijgemaakte kerken van Oost-Soemba zijn twee brieven binnengekomen, met daarbij o.m. de tekst van de nieuwe Soembanese kerkorde. De vergadering stelt aan de hand van een ter tafel liggend concept een antwoordbrief vast, waarin de band aan Christus die de kerken in Nederland en op Soemba aan elkaar verbindt centraal staat. Ds P. P.Goossens, die namens de Soembanese kerken aanwezig is, spreekt vervolgens de vergadering toe. Hij vertelt over de wijze waarop de Here op Soemba werkt, maar ook van het vele werk dat nog moet worden verricht, met name tot verdieping van de Schriftkennis van de broeders en zusters op Soemba. Vanuit Nederland hoopt hij in de komende jaren daartoe te kunnen arbeiden. Hij brengt de hartelijke groeten over van de Soembanese kerken en vraagt de Nederlandse kerken om hun voorbede. De praeses wenst ds Goossens Gods zegen toe op zijn werk en vraagt hem onze groeten over te brengen aan de kerken op Soemba.

Van het rapport over het landelijk archief van de kerken, van de hand van br. Smits uit Vlaardingen, wordt met waardering kennisgenomen.
Hierna wordt aan de hand van een ter tafel liggend concept de tekst vastgesteld van een brief aan de e.k, synode van de Chr. Geref. Kerken.
Aan de bespreking hierover wordt deelgenomen door de brs. ds Van Ommen, ds Bakker, ds Van der Kwast, De Boer, ds Van Keulen, ds Stuy, ds Smit, Boonstra en Bosman.

Gewezen wordt op de aanwezigheid als wettig lid van de L.V. van ds Broersma, predikant van de gekornbineerde vrijgemaakte-chr. geref. kerk van Lelystad, en afgevaardigde namens de regio Kampen.
Alle sprekers stellen redaktionele of stilistische wijzigingen voor in de brief. Besloten wordt om geen passage te wijden aan het Nederlands Gereformeerd Seminarie en voor wat betreft de vrouw in het ambt te verwijzen naar de Acta. Wel zal een appèl om overeenkomstig het gebod van de Here te streven naar eenheid worden opgenomen.

De praeses stelt vervolgens een voorstel aan de orde van de regio Enschede-Zwolle om een landelijk deputaatschap voor evangelisatie in te stellen. Tevens is ter tafel het resultaat van een tijdens het evangelisatiecongres in Zwolle gehouden enquête: daaruit blijkt dat de kerken grote behoefte gevoelen aan meer coördinatie en onderlinge uitwisseling van methoden en ervaringen op evangelisatiegebied.
Na een toelichting op genoemd voorstel door ds Bakker en na een korte bespreking, waaraan wordt deelgenomen door ds brs. ds Doornbos en De Boer, neemt de vergadering op voorstel van het moderamen het volgende besluit: De L.V. heeft kennisgenomen van het voorstel van de regio Enschede-Zwolle tot instelling van een landelijk deputaatschap voor evangelisatie.
Zij heeft begrip voor de behoefte die er in de kerken leeft aan groter onderling kontakt en koördinatie op het gebied van evangelisatie.
Zij is echter van oordeel, dat instelling van een landelijk deputaatschap, en als uitvloeisel daarvan bespreking en besluitvorming n.a.v. het werk van zo'n deputaatschap op de regionale en landelijke vergaderingen, niet de aangewezen weg vormen om aan genoemde behoefte tegemoet te komen. Zij meent dat andere vormen van samenwerking tussen kerken of kerkleden daartoe meer geschikt zijn, en zij verwacht dat de kerken op initiatieven in deze richting positief zulen reageren.
Daarna komen de rapporten van de Kommissie voor kontakt met de hoge overheid, vnl. handelend over de naam van de kerken, in bespreking.

Br. Venderbos, secretaris van de kommissie, geeft een toelichting op de door de kommissie gehouden enquête onder de kerken: daarin bleek een duidelijke voorkeur voor de naam Nederlands(e) Gereformeerde kerken.
Het moderamen stelt de vergadering voor, zich in de bespreking te beperken tot de namen Nederlands(e) Gereformeerde kerken, Vrijgemaakt(e) Gereformeerde kerken, Vrije Gereformeerde kerken, Evangelisch Gereformeerde kerken, en handhaving van de totnutoe gevoerde naam.

Aan de bespreking wordt deelgenomen door ds brs. ds Van Ommen, ds Van Tongeren, ds Jansse, ds Bakker, ds Smit, Brouwer, De Boer, ds Van Oene, Bosman en ds Van Keulen.

Als argumenten pro de naam Vrijgemaakt( e) Gereformeerde kerken wordt aangevoerd, dat deze kombinatie van twee historische namen duidelijk de band aan de konfessie en aan elkaar aanwijst, dat er een duidelijk appèl in doorklinkt en dat aangesloten wordt bij de naam die we al hebben.
Als argumenten contra deze naam wordt naar voren gebracht, dat deze naam ons onvoldoende onderscheid van de kerken binnen verband en daardoor erg onpraktisch is, en dat de naam vrijgemaakt in ons land een negatieve klank heeft gekregen.
Voor de naam Nederlands(e) Gereformeerde kerken pleit volgens sommigen dat deze naam aanknoopt bij de kerkhistorie van de 16e en 19e eeuwen precies uitdrukt wat we zijn.

Bovendien hebben de kerken uit uitgesproken voorkeur voor deze naam getoond. Anderen vinden dat deze naam onvoldoende onderscheid van De Gereformeerde kerken in Nederland, de syn, geref. kerken, en dat het een "gemaakte" naam is die door zijn kleurloosheid weinig mensen echt zal aanspreken.
Wat de naam Evangelisch Gereformeerd betreft, deze wordt verdedigd met het argument, dat het in elk geval een duidelijk onderscheidende naam is, en dat het woord evangelisch de laatste tijd steeds minder de betekenis krijgt van vaag en onbelijnd, en meer van bijbelgetrouw. Anderen vinden de naam toch te vaag en konstateren dat met het begrip evangelisch vandaag van alles en nog wat wordt gedekt.
Als argument pro de naam Vrije Gereformeerde kerken wordt aangevoerd, dat de naam zowel de oude kerkgeschiedenis (Gereformeerd) als de jongste geschiedenis (vrij) honoreert.
Anderen vinden de naam toch teveel de gedachte te wekken aan vrijblijvendheid.
Bij de eerste peiling verwerven de diverse namen de volgende aantallen stemmen: Nederl. Geref. kerken 17; Evang. Geref. kerken 5; Vrije Geref. kerken 2; Vrij gem. Geref. kerken 20; en handhaving van de huidige aanduiding 4.
Bij de daaropvolgende stemming tussen de twee hoogst scorende namen behaalt de naam Nederl. Geref. kerken 18 stemmen, en de naam Vrijgem. Geref, kerken 20 stemmen. De vergadering vindt dit een te wankele basis voor een beslissing, en besluit deze zaak over te laten aan de voortgezette L.V. in mei 1979, waarop alle kerken rechtstreeks vertegenwoordigd zullen zijn.

Hierna komt een voorstel van de kerk van Emmeloord aan de orde, om de koördinatie van de steunverlening aan hulpbehoevende theologische studenten niet langer uitsluitend door de kerk van Emmeloord te doen plaatsvinden, maar via regionale deputaten die de steunaanvragen beoordelen, waardoor ondersteunde en steunverlener dichterbij elkaar staan.
Aan de bespreking wordt deelgenomen door ds brs. ds Stuy, ds Bakker, ds Veefkind, ds Versluis, ds Van Keulen, ds Van der Kwast en De Boer.
In de bespreking overheerst de mening, dat de door Emmeloord voorgestelde regeling van regionale deputaten een te zware konstruktie zou worden, gezien het niet zo grote aantal studenten op wie de steunverlening betrekking heeft, èn het feit dat e band tussen de student en zijn gemeente van herkomst tegenwoordig sneller verslapt dan vroeger doordat veel studenten eerder trouwen en vanaf dat moment alleen nog de band onderhouden met de gemeente in de plaats waar ze studeren. Daarom, alsmede om de bij Emmeloord levende wens om niet meer alléén verantwoordelijk te zijn voor de koördinatie van de steunverlening toch te honoreren, besluit de vergadering om aan de kerken van Utrecht en Apeldoorn, waar veel studenten wonen, te vragen om Emmeloord in deze zaak te assisteren.

De regio Enschede-Zwole verzoekt de L.V. een door deze regio vastgesteld Ondertekeningsformulier voor proponenten over te nemen.
Na een korte bespreking, waaraan wordt deelgenomen door de brs. Brouwer en ds Van Tongeren, besluit de vergadering daartoe: Het formulier luidt: Wij, ondergetekenden, door de regio . . . . toegelaten om te proponeren in deze kerken, verklaren met onze ondertekening: dat wij de Heilige Schrift aanvaarden als het onfeilbare, geïnspireerde Woord van God en als enige regel voor geloof en leven; dat wij ons bij het proponeren, in de eenheid van het ware geloof, trouw zullen houden aan de belijdenis der kerk, te weten de drie algemene belijdenisgeschriften en de drie formulieren van enigheid; en dat wij niets zullen leren, dat daarmee in strijd is.

De regio Enschede-Zwolle heeft ook een nieuw Ondertekeningsformulier voor Dienaren des Woords op de tafel van de L.V. gelegd met het verzoek dit over te nemen. Het moderamen stelt voor, deze zaak in handen te geven van een door de L.V. te benoemen kommissie.
Aan de bespreking wordt deelgenomen door de brs. ds Van der Kwast, Brouwer, ds Smit, ds Doornbos, ds Van Keulen en ds Bakker.

Gehoord de mededeling van ds Bakker, dat in voormalige classis Enschede (voor de scheuring) al sinds de Vrijmaking en in de huidige regio Enschede-Zwolle (na de scheuring) geen ondertekeningsformulier op de classicale/regionale vergadering gebruikt wordt, en dat men zich daarom gezet heeft aan het maken van een eigen formulier, besluit de vergadering deze zaak verder te laten rusten en geen kommissie te benoemen, omdat ze zich niet geroepen acht te doen wat in en door de regio Enschede-Zwolle zeer wel gedaan kan worden.

De vergadering verricht een aantal benoemingen.
In de Kommissie Liturgische formulieren worden benoemd: ds J. Bouma, Loosdrecht; br. J. J. Lakerveld, Emmeloord; ds A. J. Moggré, Rijswijk en ds C. P. Plooy, Ede (samenroeper).
Als secundus ds J. D. Houtman, Wezep.
In de Kommissie Gezangen worden benoemd: ds C. Bakker, Enschede; ds P. Busstra, Breukelen; drs K. Goudriaan, Emmeloord; T. Hoekstra, Zwolle; K. Janssens, Kampen; M.Lok, Zwolle; ir. J. Mulder, Eindhoven (samenroeper); ds H. van Ommen, Bunschoten-Spakenburg; mej. mr. C. J. D. Roosjen, Groningen; G.Sneep, Koog aan de Zaan; ds J. H.
Veefkind, Krommenie; mevr. M. J.mTh. Wynia-Hartog, Zeist. Als secundi: H. Plender, Wezep; mevr. E. IJskes-
Kooger, Heemskerk.

De leden van de andere kommissies worden herbenoemd, met uitzondering van ds N. 't Hart, die op zijn verzoek niet wordt herbenoemd in de Kommissie voor kontakt met de hoge overheid, en van ds C. P. Plooy, die op zijn verzoek niet wordt herbenoemd in de Kommissie voor kontakt en samenspreking met andere kerken. In zijn plaats wordt in laatstgenoemde kommissie benoemd: prof. dr E. Schuurman, Breukelen.
Als algemeen secundus in deze kommissie wordt benoemd: ds H. van Tongeren, Bunschoten-Spakenburg.

Vervolgens stelt de praeses het moderamenvoorstel aan de orde om de voorlopig aanvaarde artikelen 34, 35, 37 en 40 van het Akkoord van kerkelijk samenleven - gezien het gewicht van deze zaak - definitief vast te stellen op een op 19 mei 1979 te houden voortgezette Landelijke Vergadering, waarop alle kerken rechtstreeks, en niet getrapt via de regio's, vertegenwoordigd zijn. Zulks overeenkomstig het bepaalde in art. 38, lid 2 en 3 van het Akkoord.

Na een bespreking waaraan wordt deelgenomen door de brs. ds Bakker, ds Versluis, ds Van Keulen, Brouwer, Boonstra, ds Janse en De Boer wordt konform het moderamenvoorstel besloten. Tevens worden enkele afspraken gemaakt voor de bij deze voortgezette L.V. te volgen procedure.
Uitgangspunt voor de bespreking op de voortgezette L.V. vormt de tekst van de aanvaarde artikelen; deze bespreking is immers niet het begin van een geheel nieuwe procedure, maar de laatste fase van een proces van besluitvorming dat reeds een eind is gevorderd. Daarom kunnen slechts die voorstellen in behandeling komen, die duidelijk het karakter dragen van een amendement, d.w.z. een voorstel tot wijziging van de ter tafel liggende tekst. Eventuele amendementen moeten voor 1 april 1979 bij de 2e scriba worden ingediend.
Op deze voortgezette L.V. zal ook de zaak van de naam der kerken aan de orde komen.
Als roepende kerk voor de Landelijke Vergadering van 1980 wordt de kerk van Breukelen aangewezen. De vergadering neemt met dankbaarheid kennis van de bereidheid van Breukelen om in 1980 de L.V. te ontvangen.

De vergadering besluit, dat de afgevaardigden hun mening over de werkwijze van deze L.V. kenbaar zullen maken via een enquêteformulier dat door de Ie en 2e scriba is opgesteld.
De antwoorden op de daarin gestelde vragen zullen voor 31 december aan de 2e scriba worden toegezonden.
De praeses dankt in zijn slotwoord de afgevaardigden voor hun medewerking en samenwerking. Al waren we het niet altijd eens, we waren één in de Here, aldus ds Goris. Hem komt de dank toe voor alles wat we konden doen. Hij spreekt speciale woorden van dank aan de moderamenleden, de journalisten en het kostersgezin.
De 2e praeses, ds Van Tongeren, dankt ds Goris voor de wijze waarop deze de vergaderingen heeft geleid.
Nadat is gezongen Ps. 48 : 4 gaat de 2e praeses voor in dankgebed. Daarna sluit de praeses voorlopig deze L.V. tot heropening en voortzetting op 19 mei 19779.
A. P. de Boer, 2e scriba

ADRESSEN

Aalten/Winterswijk - penningmeester is thans: G. van Leeuwen, Whemerstraat 3, 7121 DP Aalten, tel. 05437-2793. Het bank- en gironummer zijn ongewijzigd gebleven.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief