De lofzang van Anna
1979-01-12
Interessant?- Jaargang 23
- nummer 2
Wat Lucas weet te vertellen over Anna, de profetes, lijkt nauwelijks interessant (Luc. 2 : 36-38). Een paar aardige of eigenaardige bijzonderheden over haar privéleven, maar veel "geestelijk voedsel" zit er zo te zien niet in. Van Simeon wordt tenslotte nog verteld wát hij profeteerde, maar de lofzang van Anna zullen we nooit zingen. Een en ander mag dan behoren tot "de dingen die onder ons volkomen zekerheid hebben" (1 : 1), maar wat koop je daarvoor? Zou misschien Lucas' ijdelheid als wetenschapsman hem parten spelen, zodat hij zijn feitenkennis kan etaleren voor het brede publiek der niet-joden?
Kijk, zulke vragen kun je verwachten als je leeft bij losse teksten, als je koste wat het kost uit bent op "voedsel voor je ziel", als het je te doen is om bevrediging van je religieuze gevoelsleven - meestal met uitschakeling van je verstand ...
Zó was Lucas in elk geval niet ingesteld.
Hij heeft het nog steeds over Jezus' geboorte, of liever over wat de geboorte van Jezus' begeleidde.
Daar kwamen een keizer en een stadhouder aan te pas, engelen uit de hemel en herders uit Ephrata's velden. En Jozef en Maria, die met het kind Jezus handelden overeenkomstig "de wet en de profeten".
Jezus werd, thuis, besneden op de achtste dag, en in de tempel "voorgesteld"
(losgekocht als eerstgeboren zoon naar Ex. 13 : 11-16) na veertig dagen. Alles volgens oud gebruik en voorschrift.
In het raam van Gods werken
In het kader van die voorstelling in de tempel komen Simson en Anna ter sprake. De eerste uit Jeruzalem, de tweede er zover mogelijk vandaan: het gebied van de stam Aser lag in het uiterste
noord-westen van Galilea. Simeon behoorde tot de kring der vromen die "de vertroosting van Israël"
verwachten (vs. 25), Anna sprák tot die kring (vs. 38). Bovendien bevonden beiden zich in de tempel, in het centrum van Israëls godsdienstig leven. Leden van het sanhedrin liepen daar uit en in, zo goed als de gewone man en vrouw. De priester, die het vereiste offer bracht voor Jezus' loskoop, stond er met zijn neus bovenop.
Jezus mocht dan in het duister van 8ethlehem zijn geboren, wat God doet gebeurt niet in het verborgene: op het voorplein van zijn "paleis" wordt zijn voornemen publiek gemaakt. Te weten: licht tot openbaring voor de heidenen, heerlijkheid voor zijn volk Israël (vs. 30-32).
Tussen al dat volk bevond zich dus Simeon, een man op wie de heilige Geest rustte, en Anna, een vrouw die profetes mocht heten.
Nu was de tempel zelden of nooit (maar zie 1 Sam. 2 : 27 v.v.) de plaats waar werd geprofeteerd.
Wèl had kort tevoren in die tempel Zacharia een gezicht gehad en was hem door Gabriël te verstaan gegeven dat hij vader zou worden van een zoon, Johannes: Jahweh is genadig. En daar (H)anna - genadekind - dag en nacht (bij het morgen- en avondoffer) in de tempel God diende met vasten en gebeden moet zij die vreemde eredienst zonder slotzegen wel hebben meegemaakt. Ze moet, als zovelen, begrepen hebben dat Zacharia "een gezicht had gezien" (1 : 22).
Ze moet haast wel, na alles wat in het bergland Judea van mond tot mond ging (1 : 65) hebben geweten: God maakt een nieuw begin.
Maar net als de andere profeten (1 Pt. 1 : 10, 11) wist zij het fijne van de zaak, dag en uur, ook niet.
Maar dag en uur bleken gekomen, toen Jozef en Maria het kind Jezus kwamen voorstellen in de tempel.
Dan barst Sim eon uit in lofzang en Anna, de profetes, beaamt het.
Simeon neemt het kind in zijn armen en loofde God ... "en zij kwam op datzelfde ogenblik daarbij staan, en zij loofde mede God ... ". Simeon en Anna vormen, in de tempel, bij de priester, tussen de mensen, een duet: beiden loven God, beiden zingen: "ere zij God". Natuurlijk: niet het kind Jezus staat centraal, maar de God van Israëls heilsgeschiedenis. Hèm "zegenen" zij: zij spreken goede dingen van en tot Hem.
De mens - meer dan engelen
Zo nemen mensen de lofzang over van engelen. Dat is iets groots.
Want engelen weten, zij dienen Hem dag en nacht rond zijn hemelse troon. Maar mensen hebben God nooit gezien, hun "zeker weten" is een zaak van op gezag -geloven, verwachten, uitzien naar.
'Daarin zijn mensen grootser dan engelen: "zalig die niet gezien en toch geloven" (Joh. 20 : 29). Dat gold allen die de verlossing van Israël verwachtten en dat verandert nooit.
Een uitlegger zegt van Anna: "haar loven ... was een echo van Simeon. Mooi gezegd, maar toch te weinig. Wanneer staat een zaak (bijv. licht voor de heidenen, heerlijkheid voor Israël) vast?
Precies: in de mond van twee of drie getuigen. Op het temp elplein zegt God zelf voor het vereiste getuigenis: Israël kan nu zeker weten ...
Dank zij een man op wie Gods Geest rustte en een vrouw die profetes mocht heten!
Een vrouw als profetes - dat alleen is al bijna een dubbel getuigenis.
We kennen alleen Mirjam (Ex. 15 : 20), Deborah (Richt. 4 : 4) en Hulda (2 Kon. 22 : 14).
Daarom is de profetie van Joël (2 : 28 v.v., zie Hand. 2 : 16 v.v.) zo veelzeggend: ... uw zonen en uw dochters zullen profeteren!
Een opvallende zaak dus, ook in een ander opzicht: het loven van God door engelen (vs. 13) wordt overgenomen door "de mens", een andere categorie. Wie die "mens" is? Het antwoord kent u: ... en God schiep de mens als zijn beeld; als Gods beeld schiep Hij hem, man en vrouw schiep Hij hen.
En God zegende hen ... " (Gen. 1 : 27 v.). De mens als Gods beeld? Ja, maar dan wel als man èn vrouw. Samen vertegenwoordigen zij Hem in dit rijksdeel. En Anna doet wat God mag verwachten: "zij sprak over Hem tot allen die voor Jeruzalem verlossing verwachtten".
Ook háár woord telde zwaar. Man èn vrouw zijn present, al bij het begin van Jezus' leven - als een vooruitgrijpen op Paulus' woord: "in Christus is noch man noch vrouw" (Gal. 3 : 28).
Wie heeft, dien zal gegeven worden
Aan wie vertelde Hanna het? Niet aan iedereen! Niet aan schriftgeleerden die neerzagen op "de schare die de wet niet kent" en bijv. ook niet aan de Essenen die zich uit het wufte Jeruzalem hadden teruggetrokken in de woestijn en zelf óók hun eigen Messiasmodel hadden. Beider oordeel was juist - maar waarom baden zij niet om de vertroosting en wezenlijke verlossing van Jeruzalem, van het diep gezonken Israël?
Er waren er toch wel die erom baden. En als altijd: wie de belofte heeft (en er uit leeft, in gelovig vertrouwen, dien zal gegeven worden (de vervulling van de belofte).
Wie gelooft zal uiteindelijk niet beschaamd worden! Wat zullen deze mensen ... geduld, volharding, geloof hebben nodig gehad: nog dertig jaren moeten zij op Jezus' optreden wachten, en dan nog zien zij Hem sterven aan een kruis ... Maar wat zullen Jezus' woorden hun als nieuwe muziek in de oren hebben geklonken terwijl alle profetieën gingen meeklinken!
In de tempel, aan het begin, loven een man en een vrouw God. Het láátste vers van Lucas' evangelie luidt: " ... en zij (Jezus' volgelingen, mannen en vrouwen) waren voortdurend in de tempel, lovende God" (24 : 53). Vandaaruit zal op Pinksterdag het evangelie, en dus ook Gods lof, de wijde wereld ingedragen worden!
Staat Hanna, zo oud, zo lang weduwe, model voor weduwen?
Ja en nee. Zij was en bleef uniek.
Maar zij was en bleef ook een kind van Gods volk. Zelfs als zij 84 jaar is, is haar leven nog niet zin- en doelloos: zij dient God dag en nacht in de tempel: met vasten en bidden. En het gebed van een (al is het er maar één) rechtvaardige vermag veel (Jac. 5 : 16; Op. 8 : 4).
Wij kunnen de vervulling van Gods beloften naderbij bidden!