Vrouwen-emancipatie, EEN BIJBELSE OPDRACHT

1979-01-12
  • Jaargang 23
  • nummer 2
Vrouwen-emancipatie is een wat geladen woord. Velen denken hierbij aan Dolle Mina's, aan roerige, linkse betogingen en dat is jammer want dat vertroebelt de juiste kijk op de zaak zelf. Vrouwen-emancipatie wil niet anders zeggen dan het streven naar opheffing van de ongelijkwaardigheid van de vrouw ten opzichte van de man. Nog steeds blijkt dat de vrouw in bepaalde bedrijfstakken minder verdient dan de man hoewel ze precies hetzelfde of meer presteert en nog steeds blijkt dat in bepaalde kerkgenootschappen de ambten wel door mannen en niet door vrouwen bekleed kunnen worden hoewel vrouwen niet minder gelovig en niet minder verstandig zijn dan mannen.

Ter vermijding van misverstand, vrouwen zijn niet gelijk aan mannen, men moet dus het begrip gelijkwaardigheid niet verwarren met gelijkheid.
De vrouw is lichamelijk anders dan de man en de vrouw behandelt mensen en problemen anders dan de man. ANDERS, dat wil niet zeggen beter of slechter, maar gewoon anders!

De opwekking tot emancipatie van de vrouw is helaas niet het eerst naar voren gebracht door christenen, althans niet wat men onder orthodoxe christenen verstond of verstaat. Het was - gemakshalve genoemd - de wereld die hierin (denk aan het vrouwenkiesrecht!) voorging en het was de kerk en het waren de kerkmensen die murmurerend en pruttelend achteraan kwamen strompelen. Velen gaven tenslotte maar toe, moe als ze waren van het tegen de stroom in moeten roeien. Voor het laatste bastion, de kerk, hielden ze stand en dat kon ook makkelijk want dit was hun eigen (veilig) terrein. De kerk staat immers buiten de bemoeienis van de staat en buiten bemoeienis van Jan op de straat, deze kunnen denken wat ze willen maar ze hebben geen zeggenschap over of in de kerk.

De handhaving van de ongelijkwaardigheid van man en vrouw (met betrekking tot de ambten) heeft tot gevolg dat de kerk zich wel wat buiten de maatschappij opstelt. Daar komt nog een moeilijkheid bij, buiten de kerk hebben die kerkmensen blijkbaar niet de minste moeite met het aanvaarden van een vrouw als staatshoofd, minister, staatssekretaris, gemeenteraadslid, rechter, hoofd van een school, enz. Binnen de kerk zijn de diakenen uitsluitend mannen, zijn de ouderlingen alleen mannen en zijn de predikanten uitsluitend en alleen mannen. Het lijkt er haast op dat men in de kerk de revolutionaire gedachte heeft dat man en vrouw "gelijk"
zijn en dat het dus geen verschil uitmaakt of een man of een vrouw diaken, ouderling of predikant is. We zien dus dat ten eerste binnen de kerk de ongelijkwaardigheid man-vrouw wordt gehandhaafd en ten tweede dat de gelijkwaardigheid man-vrouw buiten de kerk wordt geaccepteerd.

Dit verschil in benadering van kerk en wereld klopt precies met het R.K. natuur en genade schema, maar hoe zit het dan in de reformatorische kerken? We dachten in onze eenvoud (onnozelheid?) dat de kerk tegenover buitenstaanders - en ook tegenover vele binnenstaanders - wel enige verklaring voor zijn uitzonderingspositie zou geven. We zijn dan ook wel een weinig verbaasd te moeten lezen dat de voorstanders van de vrouw-in-het-ambt moeten bewijzen dat de gehandhaafde traditie in de kerk in strijd is met de H. Schrift. We zouden het ook anders kunnen zeggen nl. dat voormelde voorstanders moeten bewijzen dat de kerk in en niet buiten de wereld moet staan. Men spreekt blijkbaar niet meer buiten de poort en men heeft dan ook kennelijk geen besef dat de wereld een beetje gnuift, een beetje grinnikt om die buiten de maatschappij staande kerk. Op zichzelf is dat niet zo erg, maar het heeft wel tot gevolg dat de kerk een drempel - een steen des aanstoots - vormt voor andersdenkenden om naar het Evangelie te luisteren en te leven, terwijl alleen het Evangelie zelf een hindernis mag zijn. Men kan zich afvragen of de tegenstanders van de gelijkwaardigheid man-vrouwen de onverschilligen zich bewust zijn dat de verkondiging van het Evangelie aan de kerk is toevertrouwd. Toevertrouwd om in de wereld te laten schijnen als een schijnwerper met een lamp van 1000 of meer Watt en niet toevertrouwd als een walmend kaarsje om je erbij op eigen erf te verwarmen.

Volgens de bijbel zijn man en vrouw, beiden, geschapen naar Gods beeld en gelijkenis. Nergens, in geen één godsdienst, wordt de gelijkwaardigheid man-vrouw zo duidelijk en zo klaar geopenbaard als in het scheppingsverhaal in Genesis 1. Nergens wordt zo duidelijk als in Genesis 3: "en hij zal over jou (vrouw) heersen" verklaard, hoe het ko~t dat de vrouw de eeuwen door door de man wordt overheerst. Lange tijd hebben de mannen deze text gebruikt, dus misbruikt, om hun heerschappij over de vrouw goed te praten. Wat waren we toch vrome dienaars van Gods gebod! De Here God gaf hier geen gebod dat nota bene in strijd zou zijn met Zijn eigen scheppingsordonnantie, maar Hij kondigde aan het lot van de vrouw. Als gevolg van de zonde van de mens, zal in de zonde gevallen man zijn (lichaams)kracht misbruiken om de in de zonde gevallen vrouw te overheersen en zij zal als zwakkere hebben te gehoorzamen.

De Mozaïsche wetgeving heeft de positie van de vrouw, vergeleken met die van de buiten Israël levende vrouwen, nog enigszins draaglijk gemaakt.
Vanwege de "hardigheid der harten" was een terugkeer naar de scheppingsordinantie niet haalbaar, immers de Mozaïsche wet konden de Joden al niet aan zoals Petrus uitdrukkelijk zegt. De overpriesters en schriftgeleerden - let wel, de theologen van die tijd - hadden ondertussen met hun overleveringen de positie van de vrouw al heel wat meer naar beneden gehaald.
Eerst onder Christus begint het eerherstel. Tekenend voor Zijn optreden en voor dat van de Farizeeën vind ik altijd het verhaal in Johannes 8: En de schriftgeleerden en Farizeeën brachten een vrouw, op heterdaad op overspel betrapt. Zij wilden haar wel stenigen, maar wat dacht Christus er van. De VROUW was op heterdaad betrapt!! En de MAN, was hij dan niet op heterdaad betrapt? Had hij dan niet het bepaalde in Lev. 20 : 10 overtreden en moest hij dan niet gestenigd worden?? De Hypokrieten en verdwaasden! En onze christelijke voorvaderen en wij? Hoe oneindig lang is de geschiedenis van de vrouw waarin zij met de vinger nagewezen werd en de man vrijuit ging. Welke christenen-van-naam - hopenlijk zijn ze er wel, maar ik ken ze niet - hebben tegen deze moraal openlijk geprotesteerd?

"Ja maar Paulus dan", hoor ik reeds ongeduldig roepen, "hij heeft toch maar gezegd dat de vrouw in de gemeente moet zwijgen (1 Cor. 14: 34 ev.) en hij heeft ook gezegd ... ". Ik weet niet wat door Petrus' hoofd gespeeld heeft toen hij over de brieven van Paulus schreef (2 Petr. 3 : 15): "daarin is een en ander moeilijk te verstaan, wat onkundig en onstandvastige lieden tot hun eigen verderf verdraaien". Het zou me niet verwonderen dat dit zou kunnen slaan op die ontstellend brave mannen die zo ontstellend getrouw de woorden van Paulus hun vrouw voorhouden dat zij onderdanig behoren te zijn. Vanwaar die getrouwe volgzaamheid van de man, eeuw in eeuw uit, Reformatie of geen Reformatie. Hó! Er is een heel klein lichtpuntje geweest. In 1568 is er een soort convent van Nederlandse kerken in Wezel gehouden en bij die gelegenheid zijn er 22 artikelen opgesteld. Arta X luidt: "Daar het ook bekwamelijk kan geschieden, oordelen wij, dat vrouwen van vermaarde proeve, en vroomheid en bejaard, tot dit (diaken - Ws) ambt naar het exempel der apostelen, wel mogen worden aangenomen". Ik vrees dat men over dit artikel naderhand gezegd heeft "zullen we niet eerst een kommissie benoemen?" of "lopen we niet te hard van stapel?" of ... , hoe het ook zij, ondanks het exempel der apostelen, horen we er niets meer van.

Paulus is niet konservatief en de wanbegrippen die vooral de buitenwereld heeft over zijn werk en zijn geschriften, zijn n.m.m. in de eerste plaats te wijten aan de kerken en de kerkmens en. Paulus heeft m.i. veel meer gedaan voor de opheffing van de tweede rangs positie van de vrouw dan al onze R.K. en Gereformeerde voorvaderen bij elkaar. Het is meer dan schandelijk hoe men Paulus heeft laten optreden als 13e eeuwse, 16e eeuwse of 20e eeuwse figuur en PAULUS LEEFDE IN DE EERSTE EEUW NA CHRISTUS. Ieder boek dat de eerste eeuw na Chr. beschrijft laat de lezer niet in de mist over het lot van de vrouw: zij was zowel in Israël als daarbuiten praktisch rechteloos en werd als een onmondig kind of door haar vader of door haar echtgenoot betutteld.

In de door Paulus gestichte of de aan hem bekende christengemeenten mochten de vrouwen openlijk - in de gemeente - bidden en profeteren en mogelijk spraken ze ook nog in tongen. Dat was voor die tijd bijkans revolutionair en dat bracht ook gevaren met zich mee. De jonge kerken mochten door hun afwijkingen van de toenmalige zeden en gewoonten niet de indruk wekken van een Dolleminaasgemeente te zijn en om dat te voorkomen doet Paulus tegenover die jonge gemeente precies hetzelfde als ieder ouderpaar vandaag tegenover zijn jonge kinderen doet: Jij (2 jaar) mag niet buiten het hekje komen; jij (3 à 4 jaar) mag niet van de stoep af komen; jij (5 jaar) mag uitsluitend na eerst links, dan rechts en dan weer naar links goed uitgekeken te hebben, de straat recht oversteken; iets ouder: kinderen, zullen jullie goed uitkijken.

Paulus houdt met zijn voorschriften rekening met de toenmalige maatschappij, maar de maatschappij is voor hem niet normgevend, nee, hij werkt op herstel van de scheppingsordinantie: man en vrouw schiep God, beiden naar Zijn beeld en gelijkenis. Het woord Paulinische wetgeving is nonsens, laat staan het begrip. Paulus trad niet op als een Nieuwtestamentische Mozes met geboden en verboden. Hij was er zelf bij toen in Jeruzalem een grote vergadering gehouden werd over de vraag waar de niet-Joodse christenen zich aan moesten houden. En waaraan moesten ze zich houden (Hand. 15)? Aan een viertal voorschriften om de vrede met de Joodse christenen te bewaren, voorschriften van tijdelijke aard. Christenzijn is een zaak van het hart, "van God liefhebben boven alles en je naaste gelijk jezelf" en niet daarbij ook nog het naleven van (zgn.) voorgeschreven regels.

Hoe is het mogelijk dat wij mannen - en langzamerhand ook, vnl. gehuwde, vrouwen - eeuwenlang de aankondiging van het lot van de vrouw (Gen. 3) en de aan tijd gebonden voorschriften van Paulus m.b.t. de vrouw, gehouden hebben voor eeuwig geldende geboden? Was dat allemaal uit liefde tot God??
En nu, gaan we nu wachten op een uitspraak van een aantal wijze mannen of op een uitspraak van een landelijke kerkenvergadering in het jaar ... vanwege de eensgezindheid, of vanwege ... ? Lopen we dan niet het gevaar dat Christus ook van ons zegt wat hij gezegd heeft tegenover de schriftgleerden en Farizeeën - mensen die meenden zo trouw te zijn aan Mozes en aan hun overleveringen - in verband met hun korban: "Eu zo maakt gij het woord Gods krachteloos door uw overlevering, die gij overgeleverd hebt" (Marc. 7 : 11 e.v.).
De geschiedenis van de vrouw is zwartgekleurd ondanks het Evangelie, maar helaas mede dankzij Evangeliebelijders-van-gisteren. En wij-vandaag?

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief