Mijn tijd Gods tijd

1979-01-12
  • Jaargang 23
  • nummer 2
De vakantie van Kringelein
In het bekende boek van Vicky Baum: "Mensen in 't hotel" komt een heer Kringlein voor. Hij is een boekhoudertje, die zucht onder de dwingelandij van zijn werkgever en de nukken van zijn vrouw.
Op een dag hoort hij van de dokter dat hij ongeneeslijk ziek is en nog maar een paar maanden te leven heeft. Hij besluit dan in die laatste weken van zijn leven het er nog eens goed van te nemen. Hij neemt vakantie, gaat in een duur hotel wonen in een grote stad en doet alles waar hij zin in heeft.
Hij is eindelijk volkomen vrij en leeft nu pas echt.
Kringe1ein is uit het leven gegrepen.
Laatst hoorde ik nog het verhaal van een meisje dat twee jaar lang gespaard had om een droomvakantie in St. Moritz te houden.
Veertien dagen lang leefde ze als een vorstin. Kort daarop moest ze in een zenuwinrichting worden opgenomen.
Gedragen wij ons op vakantie ook soms niet als kleine Kringeleins?
Is de vakantie niet het eigenlijke, het vrije leven? De tijd dat we werken, dat is maar niets. In de vakantie moeten we onze schade inhalen.
Dan zijn we vrij om te doen en te laten wat we willen. We doen waar we zin in hebben. Als je dan van vakantie terugkomt en weer aan het werk moet, is de overgang wel wat moeilijk. Zo graag zou je die vakantie nog wat vast willen houden.
We hebben gelukkig wat foto's van de vakantie waar we met een tikkeltje weemoed naar kijken. We praten nog wat na over de vakantie, maar toch: de vakantie is voorbij.
Je kunt de tijd nu eenmaal niet vasthouden.

Alles heeft zijn tijd
Een Kringe1ein vakantie is maar een namaakvakantie.
Elk ding onder de hemel heeft zijn tijd, zo lezen we in het boek Prediker.
Daar is een tijd om vakantie te houden, maar ook een tijd om te werken.
Zowel die vakantietijd als die werktijd zijn geschenken van God. Immers de tijd is niet van ons, maar van God.
Met vakantie zijn we vrij van ons dagelijks werk, maar ook dan zijn we geroepen tot de dienst van God. God is zo genadig voor ons, dat Hij ons vakantie geeft van ons dagelijks werk, opdat we kunnen rusten en ons verheugen in het werk van Zijn handen.
De engelsen hebben een mooi woord voor vakantie: "Holidays", heilige dagen.
Vakantiedagen zijn heilige dagen, dagen die op God betrokken zijn.
We moeten niet de vakantiedagen en de werkdagen tegen elkaar uitspelen.
Ze hebben beide betekenis. Beide hebben hun tijd.
Als we zo de vakantie beleven is het ook fijn om na de vakantie weer aan het werk te kunnen gaan.

Na de vakantie
Met vakantie gaan is fijn, maar terugkeren van vakantie ook. Je komt weer in eigen vertrouwde omgeving.
Je ziet je familie, je vrienden en ook je medekerkleden weer terug.
Mij treft het na elke vakantie weer, dat er in die tijd mensen sterven waarmee je een bijzondere band had. Je wordt er dan bijzonder bij bepaald, dat ons leven vergankelijk is. Een gedachte, die in de vakantie gemakkelijk op de achtergrond raakt.
Ja de tijd is niet van ons, maar van God.
Gebruiken we die tijd dan ook in Zijn dienst, zolang Hij ons het leven geeft?
Dat gebruiken van de tijd zal natuurlijk niet altijd bestaan in normale arbeid. Velen zijn daartoe nog niet of niet meer in staat, terwijl · anderen door werkloosheid uitgeschakeld zijn.
Maar in de dienst van God is geen sprake van vakantie of werkloosheid.
Laten we Zijn tijd goed gebruiken!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief