Wij doorgronden het niet

1979-01-19
  • Jaargang 23
  • nummer 3
De Prediker heeft begrepen dat de kennis van de mens een duidelijke grens heeft. Voor de moderne mens is dat moeilijk om te aanvaarden.
De mens is immers razend knap, de technische ontwikkelingen en de wetenschappelijke studies liegen er niet om. Maar toch kan dat alles de kloof tussen het "ten dele kennen"
en de volmaakte kennis niet overbruggen.
Zelfs ons geloof kan dat niet.
Dat klinkt misschien wat ongelovig, maar dat is het toch niet.
Ons geloof is wel een zeker weten, maar dat weten is niet gebaseerd op ons volledig doorgronden van God en Zijn werken.
Hierover schrijft Prediker in hoofdstuk 8 : 10-17.
Met grote zekerheid stelt hij (vers 12) dat het de gelovigen goed zal gaan en dat het de goddelozen niet goed zal gaan. Dat gelóóft hij.
Maar als hij om zich heen kijkt, klopt het allemaal niet (vers 14), dan ziet hij juist het omgekeerde.
Hij probeert dat allemaal na te gaan en de verborgen eindjes aan elkaar te knopen teneinde zó een passend geheel te krijgen, maar dat lukt hem niet, want "de mens (kan) niets ontdekken van het werk Gods, dat onder de zon geschiedt ... ".
Prediker durft dit hardop te zeggen: ik begrijp het niet.
Prediker durft hardop z'n moeite met Gods wijze van werken, zijn twijfels hierover, uit te spreken.
Prediker zegt er nog bij dat als er iemand is die meent alles wèl op een rijtje te kunnen zetten, dat een vergissing is (vers 17 slot).
Prediker heeft erover getobd: Gods woorden èn Gods werken, ze kloppen niet altijd, het verband is niet altijd te vinden of te zien.
Maar God blijft voor hem God!
En dát is zijn geloof.
God geeft hem zijn dagen, elke dag die hij beleeft is een dag van God.
En ook al ziet hij om zich heen dat de gelovigen er vaak beroerd voor staan, hij weet toch dat "het de godvrezenden wel zal gaan".
Kijk, dat is geloof: niet zien èn toch geloven.

Veel mensen menen wijzer te zijn dan Prediker. Ze doen net alsof ze alles wel verklaren kunnen, ze redeneren Gods woorden en Zijn werken aan elkaar, precies zoals die vrienden van Job deden, ook zij wisten het allemaal nauwkeurig.
Job trapt daar bijna ook in, totdat God hem de keiharde vraag stelt: "Wil de bediller twisten met de Almachtige?" (Job 39 : 35). Dán pas komt Job tot het erkennen van zijn eigen kleinheid en legt hij de hand op zijn mond (vers 37).
Maar intussen heeft Job van God niet op alles een antwoord gekregen.
De mens die alles verklaren wil zal zijn twijfels houden.
De mens die de grenzen van zijn begrip - ook inzake God en Zijn werk - erkent zal zijn twijfels gelovig verliezen omdat hij leert zeggen: " ... ik verkondigde zonder inzicht, dingen, mij te wonderbaar en die ik niet begreep"
(Job 42: 3).

De dichter van Psalm 73, Asaf, heeft met precies hetzelfde probleem geworsteld. Ook hij zat met de voorspoed van de goddelozen en de tegenspoed van de rechtvaardigen, ook hij probeerde alles te begrijpen (vers 16), totdat hij heel eenvoudig God op Zijn woorden gelooft zónder antwoord te krijgen op al zijn vragen. Tóch zullen de rechtvaardigen het land bewonen maar de goddelozen zullen worden uitgeroeid (vgl. Spreuken 2 : 21, 22 en Joh. 8 : 35).
Betekent dat nu dat Asaf alles snapt? Welnee!
Betekent dat nu dat Asaf geen vragen meer heeft? Welnee!
Het betekent wel dat Asaf dwars door al zijn twijfels en vragen heen God erkent als God, God is God en God is geen mens. Daarom is God niet na te rekenen en wie dat toch wil doen handelt als een dwaas zonder verstand (Ps 73 : 22).
Ook Asaf moet, evenals Job, leren zwijgen.
Eén ding blijft dan over: " ... ik zal bij U zijn ... " (ps. 73 : 23).

Twijfels hebben is niet zo erg.
Jezus had ze ook toen Hij aan het kruis hing: "Waarom, waarom ... ?"
In die twijfels blijven zitten, erin stikken, dát is erg.
Jezus kreeg ook geen antwoord, God zweeg! En toch riep Jezus een paar uur later: "Het is volbracht!"
Geen antwoord van God, maar dát wist Hij zeker.
God is God, te wonderbaar voor ons. Dát zullen we als moderne mensen moeten geloven en erkennen.
Er is een grens aan ons verstandelijk beredeneren. We zijn, ondanks Psalm 8, "maar" mensen.
Als zéker weten blijft dan slechts over: God is mijn Vader, Hij haalt mij er doorheen.
"Al leeft uw volk verschoven kyrieleison, in 't land van vuur en oven, in 't land van Babylon, al is de hemel boven voor mensen doof en stom, nog moeten wij u loven met stem en fluit en trom." (Lied 301).
Rijnsdorp schreef in zijn dagboek op 27 september 1946 (dr C. Rijnsdorp, Literair dagboek, blz. 140): "Dat Gods wegen hoger zijn dan onze wegen is tenslotte niet alleen de diepste, maar ook de enige troost".
Wat anders zei het een roomskatholieke oude vrouw in Zaltbommel een aantal jaren geleden. Ze moest geopereerd worden op 82-jarige leeftijd en toen de chirurg haar op de risico's had gewezen zei ze het ongeveer zó: "Ik heb het goed begrepen; als ik wakker word en Petrus zie, dan is de operatie mislukt, maar als ik wakker word en U zie, dan is de operatie geslaagd.
Maar wat er ook gebeurt, het gebeurt toch zoals Hij het hierboven wil".
En zó is het!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief