Het gaat goed met de economie
1979-01-19
Alleen ...- Jaargang 23
- nummer 3
de bananenhandelaar is de pisang en de tabakshandelaar de sigaar; de bakker verdient geen droog brood meer en de herenmode is de das omgedaan.
De lampenwinkeliers zien de toekomst donker in en de scheepvaart is de wind uit de zeilen genomen.
Menig timmerman heeft het bijltje erbij neergelegd terwijl de kousenfabrikanten er geen gat meer in zien.
De horlogemakers zouden de tijd terug willen zetten en de confectieindustrie moet er een mouw aan passen.
De tuinders heeft men knollen voor citroenen verkocht; de binnenschippers zijn aan lager wal geraakt en de chauffeurs zijn de macht over het stuur kwijt, omdat de wegen aan de belasting bezweken zijn.
De wielrenners weten niet meer rond te komen en de badmeesters kunnen het hoofd niet meer boven water houden.
De bierbrouwers moeten uit een ander vaatje tappen en voor de bioscopen valt het doek.
De kwekers zitten op zwart zaad.
De schoorsteenvegers komen op straat te staan en de stratenmakers kunnen wel op het dak gaan zitten.
De mijnbouw graaft zijn eigen graf en de Rijnmond gaat de pijp uit.
De N.S. is het spoor bijster; de luchtvaartmaatschappijen vliegen de lucht in en dat terwijl de metselaars in de put zitten en de caféhouder het zat is.
De kapper zit met de handen in het haar, de boer is uit het veld geslagen en de helderziende schemert het voor de ogen.
Zou het helpen als de wapen-industrie inzag, dat er geen schot meer inzit?