Literatuur: wat doen we ermee?

1979-01-26
  • Jaargang 23
  • nummer 4
De redaktie van Opbouw heeft mij gevraagd nog eens iets te schrijven over literatuur. Maar ik heb mij afgevraagd: Wat zou de lezer nu eigenlijk interesseren?
En daarom kom ik tot u met die vraag. Misschien wilt u mij eens laten weten waarover u iets zou willen lezen. Misschien wilt u bepaalde vragen stellen? Ik zal het erg op prijs stellen als u wilt reageren.

U kunt mij schrijven: Spoolderbergweg 18, Zwolle, en u kunt ook bellen (na zes uur): 05200-11017.
U kunt wat in de sfeer komen door het gedicht te lezen dat U hieronder aantreft.


Het menselijk gelaat - hoe droef mistekend,
Des morgens in de tram grauw van de nacht,
Des avonds in de tram grauw afgejacht
Van al waar men zich deerlijk in verrekent.

Retour kantoor, kliniek en magazijn
Tobt elk van al wat er kan tegenvallen.
Zie in de mondhoek onder de oogwallen
Onverwisselbaar de paraaf der pijn.

Hoe als nu plotseling de bazuinen schallen,
Het hemellicht hoog neerstraalt over allen?
Verhoord gebed, gevonden wat gij zocht!

Ooch God is zuinig op zijn wonderwerken,
En vreest dat zij het zelfs niet zouden merken,
Tegen elkander schuddend in de bocht.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief