De naam van onze kerken

1979-01-26
  • Jaargang 23
  • nummer 4
Door mevr. Kuiper uit Pijnacker is in Opbouw van 12 januari in een 'ingezonden' gereageerd op hetgeen met betrekking tot de naam van onze kerken gezegd is op de Landelijke Vergadering. Hetzelfde heeft Ir B. Jongeling gedaan in een artikel dat in Opbouw van 19 januari is gepubliceerd.
Hoewel het onderstaande ingezonden van dr Van Klinken niet rechtstreeks handelt over de naam van onze kerken, heeft het door hem geschrevene er indirekt wel mee te maken. Dr Van Klinken vraagt aandacht voor onze jongste kerkgeschiedenis, hetgeen voor de naam van onze kerken toch wel zal betekenen dat die een naar de jongste kerkgeschiedenis verwijzende inhoud zal moeten hebben.
De redaktie meent dat het in de naamgeving van onze kerken om niet een onbelangrijke zaak gaat en wil de lezers dan ook alle gelegenheid bieden op het door resp. mevr.
Kuiper, dr Jongeling en dr Van Klinken gestelde in te gaan.

Wat houdt ons als gemeenten samen.

(Wat bindt ons in de gemeente aan elkaar)

Gaarna wil ik iets zeggen over datgene, wat ons als gemeenten samenhoudt, over datgene, waarop de nadruk moet liggen wanneer het er om gaat iets te zeggen over hetgeen ons als gemeenten aan elkaar bindt en ook en zelfs in de eerste plaats wat ons in de gemeente aan elkaar bindt.
Aanleiding daarvoor is de Open Brief aan de afgevaardigden van de Landelijke Vergadering 1978 van de Geref. Kerken (Vrijgemaakt) buiten verband van Mevr. J. Kuiper te Pijnacker, die in de Noorden Zuidhollandse Kerkbode van 6 januari jl. en in "Opbouw" van 12 januari jl. is afgedrukt. De redakties van deze bladen hebben het kennelijk nodig en belangrijk gevonden het stuk van Mevr. Kuiper in zijn geheel op te nemen; een stuk, dat zich afzet tegen datgene, wat nog over is van het Gereformeerd karakter van de kerken buiten verband.
Ik was één van de afgevaardigden naar genoemde L.V.; vandaar deze reaktie.
Waarover gaat het hier? Het gaat hier naar mijn mening over de vraag: Wat bindt ons aan elkaar?
Wat is het fundament, waarop onze kerken staan; wat houdt ons als gemeenten samen; waarop spreken wij elkaar aan in de gemeente?
Dat is natuurlijk het fundament van de leer der zaligheid, de verlossing in Jezus Christus;; ik neem aan, dat een ieder in onze kerken, in onze gemeenten, het daar wel mee eens is. Het punt, waar de wegen uiteengaan lopen, ligt naar mijn mening daar, waar vastgesteld wordt wat dat in onze tijd voor fundament is, welke kerkelijke stukken tot dat fundament gerekend moeten worden.
Ik lees in het stuk van Mevr. Kuiper nl.: "Wat de naam vrijgemaakt Geref. Kerken betreft zou ik willen opmerken, dat de herkomst een kerkscheuring is. Moeten wij deze kwalijke zaak - wat een kerkscheuring toch altijd is - zo nodig voor het nageslacht in herinnering houden? Trouwens, wie van de jongeren onder ons kan uit de doeken doen hoe die kerkscheuring is ontstaan?
Het zullen er niet veel zijn.
Vele ouderen kunnen het niet eens meer goed navertellen. Mijns inziens zou het voor de geslachten, die na ons komen, toch wel een hele toer, zo niet onmogelijk, zijn om desgevraagd uit te leggen wat de oorsprong is van de naam Vrijgemaakt Geref. Kerken".
Mijn vraag is: Is dat zo? Is het onmogelijk uit te leggen, waar het in de vrijmaking om ging? Is het zo, dat de vrijmaking kan worden afgedaan met de kwalificatie een kwalijke zaak? En heeft de vrijmaking niets meer te maken met het leven in onze kerken vandaag en van de kerken, waaruit wij zijn voortgekomen, de syn. geref. kerken?
Het is de vraag naar het fundament, waarop onze kerken (willen) staan.
Het ging in de vrijmaking nl. om zaken als de Heilige Doop, die wel degelijk het fundament van de kerken raakten. Welk fundament dan?
Wel, het fundament van de drie formulieren van enigheid, die een hoofdsom geven van de leer der zaligheid, van de verlossing in Jezus Christus.
Ik proef in het stuk van Mevr. Kuiper de (steeds verder in onze kerken om zich heengrijpende) mening, dat de zaken, die in de vrijmaking of in andere kerkelijke perioden in het geding waren, in wezen niet het fundament der kerken raken. Hoe komt dat? Naar mijn mening komt dat, omdat men in feite het fundament van onze kerken beperkt wil houden tot het Credo, de Apostolische Geloofsbelijdenis. Daarover hebben wij nl. geen kerkelijke strijd gevoerd; daarover zijn met andere christenen geen verschillen van mening geweest. Maar wel over de drie formulieren van enigheid en dat kwam naar voren o.a. in de kwestie rond de Heilige Doop, die o.m. in de vrijmaking in geding was.
Is dit oude koeien uit de sloot halen?
Oude zaken, waarmee wij thans niets meer te maken hebben?
Is het zo, dat ons geloofsleven van vandaag niets te maken heeft met, geen invloed ondervindt van wat er in de kerkgeschiedenis is gebeurd?
Werkt Jezus Christus niet in en aan de kerkgeschiedenis? Staat Zijn vergaderingswerk, Zijn verlossingswerk los van onze kerkgeschiedenis?
Mevr. Kuiper gaat daar maar vanuit.
En dat doet zij, omdat zij in feite de drie formulieren van enigheid niet van belang vindt m.b.t. de leer der zaligheid; dat blijkt volgens mij uit haar ingezonden stuk.
Worden in de redenering - à la Mevr. Kuiper de individuele gelovigen niet te zeer op zichzelf gesteld, los van zijn of haar kerkelijke omgeving? Verindividualiseert men op deze wijze niet het kerkelijke leven? Zijn de kwesties in de vrijmaking alleen maar kwesties van een voorbijgaand geslacht geweest, die ons nu niet meer raken. Dat veronderstelt Mevr. Kuiper maar.
Aangetoond wordt door haar niet, dat deze veronderstelling aanvaardbaar is.
Gaat de kerkgeschiedenis de individuele gelovige niet aan en is hij of zij niet mede-verantwoordelijk voor deze geschiedenis? Kunnen wij ons zo maar afmaken van die mensen, die voor ons een kerkelijke strijd hebben gevoerd? En die ook voor ons van belang is?
Nu kost het ook wel enige moeite aan te tonen, dat genoemde formulieren wel van belang zijn voor hetgeen vandaag in onze en andere kerken gebeurt. Dat vereist nl. een behoorlijke kennis van zaken van wat precies in die formulieren staat en wat er o.m. in 1944 precies aan de hand was. Het vereist grondige studie.
Zou hem daar de schoen niet wringen?
Het schijnt sommigen (of velen?) gemakkelijk te vallen oordelen uit te spreken, zonder die te onderbouwen. Die niet gebaseerd zijn op een grondige analyse van de gecompliceerde gebeurtenis, die een kerkscheuring is. Of is men niet in staat of bereid door het bos de bomen te zien of het persoonlijke van het zakelijke in gebeurtenissen te scheiden.
Ik ben van mening, dat ik in dit artikeltje weinig aanvoer, dat duidelijk maakt, dat in 1944 (en ook in 1966/67?) ik ga dat steeds meer geloven, getuige de ontwikkelingen in onze kerken) wel degelijk de leer der zaligheid, die in de drie formulieren van enigheid vastligt, in geding was. Daarvoor is immers een grondige analyse nodig. En dat gaat ver uit boven een ingezonden stuk als dit. Het feit, dat niet iedereen in staat is die te maken, wil nog niet zeggen, dat daarom in 1944 de leer der zaligheid niet in het geding was. Het is mijn mening, dat onze predikanten hier een taak hebben. Van hen mag genoemde analyse wel verwacht worden.
Duidelijk moet gemaakt worden, dat genoemde formulieren, de leer der zaligheid, te maken heeft met het vergaderings- en verlossingswerk in ons land van onze Heer Jezus Christus, die in de geschiedenis en middels mensen werkt, ook al zijn het mensen, die zeer feilbaar zijn en zwart zijn in zonden en misdaden. Hoe dat kan begrijp ik ook niet, maar aldus heeft de Here God ons dat geopenbaard.
Ik begrijp wel, dat kerkelijke kwesties bijzonder onprettig zijn en dat niet ieder er tegen kan. Maar daar bij te blijven staan, is in feite redeneren vanuit de mens. Weet U zeker, dat Christus deze kwesties niet gebruikt voor Zijn werk in deze wereld? Mevr. Kuiper weet kennelijk zeker van niet, getuige haar ingezonden stuk. Is het zo, dat we kerkelijke kwesties uit de weg kunnen gaan; dat Christus ze niet nodig heeft?
Volgens mij komen mensen in onze kerken zo vlot tot het oordeel, dat een kerkscheuring altijd een kwalijke zaak is, omdat men in feite de strijd niet wil. Heeft de Here God ons daarvan thans ontslagen?
Het werken der mensen is echter bouwen en strijden. Wie de strijd niet wil zal ook niet bouwen.


Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief