L IJ D E N (1)
1979-02-02
Stichting Anno 1970 - Jaargang 23
- nummer 5
Op donderdagavond 18 januari 1979 heeft onze jeugdconsulent drs Dirk van der Molen een zeer ernstig auto-ongeluk gehad. Op het moment, dat ik dit schrijf (30 januari) is hij nog steeds buiten bewustzijn, hoewel hij niet meer in direct levensgevaar verkeert. Wij bidden en hopen, dat zijn leven gespaard mag blijven en dat hij weer mag herstellen van het letsel, dat hij bij dit ongeluk heeft opgelopen.
Ook gaan onze gedachten uit naar zijn gezin; vooral voor zijn vrouw Ria is hef een heel moeilijke tijd, waarin hoop en vrees elkaar voortdurend afwisselen.
We danken U zeer voor de vele blijken van belangstelling en we vragen of U hem in Uw gebeden wilt blijven gedenken.
We danken U zeer voor de vele blijken van belangstelling en we vragen of U hem in Uw gebeden wilt blijven gedenken.
Wij zullen er alles aan doen om het werk tijdens de ziekte van Dirk te laten doorgaan.
Namens het bestuur, C. W. Bakker
N.B. In dringende gevallen kunt U zich wenden tot mejuffrouw Ike Nijhof, Wagenaarlaan 42, Ede, tel. 08380-21844.
Gisterenavond (21-1) bereikte mij het bericht dat de onder ons bekende D. van der Molen een auto-ongeluk heeft gehad en zwaar gewond in het ziekenhuis is opgenomen.
Vlak ervoor hadden wij nog een bespreking met hem gehad in Utrecht over de komende jeugddag in Amersfoort (op 24 mei a.s.). Hij schijnt van deze vergadering naar huis teruggereden te zijn om vandaaruit 's avonds nog even zijn vrouw te bezoeken, die na een bevalling in het ziekenhuis was opgenomen ... en daar plotseling op de autoweg daar treft hem het onheil.
Ik heb daar vannacht over na liggen denken. Temeer omdat mij op juist diezelfde avond een aantal artikelen voor ogen kwamen van de Utrechtse hervormde ds Van der Werf. Hij schreef in 'Hervormd Utrecht' vanaf zijn ziekbed een aantal artikelen over het bovenstaand onderwerp. Zelf is hij getroffen door een ongeneeslijke ziekte.
Dat maakte dat ik met extra aandacht zijn woorden gelezen heb.
Graag wil ik in deze rubriek over deze moeilijke vragen van het lijden met u nadenken. Iedereen loopt met vragen rond op dit punt. Bovendien is er de laatste jaren een stroom van theologische lektuur losgekomen, waarin diverse antwoorden ons worden voorgehouden van linker- en rechterzijde en het zou nuttig kunnen zijn u op dit punt wat achtergrondinformatie en richtlijnen te geven.
In dit eerste artikeltje begin ik met Zondag 10 van de Heidelbergse Catechismus.
Hierin wordt vanouds het klassieke antwoord gegeven op de bittere vragen van het lijden.
Ook in de artikelen van ds Van der Werf staat de bespreking van deze Zondag centraal. In Zondag 10 wordt het lijden belicht vanuit het geloof in de voorzienigheid van God als "de almachtige en alomtegenwoordige kracht Gods door welke Hij hemel en aarde, mitsgaders alle schepselen, gelijk als met zijn hand nog onderhoudt en alzo regeert dat loof en gras, regen en droogte, vruchtbare en onvruchtbare jaren, spijs en drank, gezondheid en ziekte, rijkdom en armoede, en alle dingen niet bij geval maar van Zijn Vaderlijke hand ons toekomen."
Deze Zondag ligt al sinds jaren vele mensen zwaar op de maag.
Wat moeten wij met deze uitspraken aan? Ds Van der Werf schrijft: "laat er geen misverstand over bestaan, ik struikel over het punt, dat deze God een God is die kanker uitdeelt aan deze of gene, maar ik kerkelijk leven zou ook kunnen struikelen over de kreet dat deze God rijkdom uitdeelt ... " Wordt je hier niet gedwongen te geloven in een God, die "als een almachtig Opperwezen de kaarten schudt en deze of gene de zwarte piet toedeelt ... " i.p.v. "in de Vader van Jezus Christus, die de dood bevochten heeft en overwonnen", uit Zondag I? Hij vindt de wind die ons uit Zondag 10 komt toewaaien ijzig koud.
Hier staat tegenover een ervaring, die ik eens had in een gemeente waar ik preekte over Mattheus 10 : 29, de tekst waar staat: geen mus zal ter aarde vallen 'zonder uw Vader', waarbij ik zei dat er niet staat 'zonder de wil van uw Vader'.
Kanker is tegen de wil van God, maar wij zijn in die ziekte niet alleen gelaten. Toen kreeg ik reaktie van een meisje, dat zei: u zou mijn moeder, die aan kanker gestorven is, van haar troost hebben beroofd.
Zij vond vrede in het feit dat God het zo heeft gewild en zij liet boven haar graf zetten: "Zijn doen is enkel majesteit."
Ik heb hier lang over nagedacht.
Zowel de woorden van ds Van der Werf, als die van dit meisje raken mij diep. Beide zijn echt. Je voelt: hier spreekt niet iemand, die zomaar eens een mening wil geven, maar iemand die tot op de bodem toe met angstige vragen geworsteld heeft. Daarom: laat ik bij voorbaat schrijven dat zowel ds Van der Wed en de moeder die ik citeerde mij lief zijn; ik zou bij beider ziekbed denk ik onder de indruk zijn weggegaan.
Toch staan de antwoorden wel erg sterk tegenover elkaar en ik schrijf hierover omdat ik een bepaalde visie heb op Zondag 10, die ons in deze vragen misschien kan helpen.
Zondag 10 eindigt met de bekende uitspraak dat zowel heil àls onheil ons niet bij geval, maar van zijn Vaderlijke hand toekomen.
Over dat onderstreepte zou ik iets meer willen zeggen. Hier stelt Zondag 10 ons namelijk voor een soort dilemma. Niet het éne, wèl het andere.
Het is Of, Of. Of wij geloven dat alles ons bij geval - door puur toeval overkomt, of wij geloven in Gods Vaderhand.
Het valt op dat slechts deze twee mogelijkheden worden genoemd.
Het is of toeval of Gods Vaderhand.
Voor die keus stelt ons Zondag 10.
Hierover zou ik twee dingen willen opmerken.
In de eerste plaats: is dat wel een juist dilemma? Stelt de Bijbel ons voor deze keus? Of het toeval regeert de wereld. . . of Gods Vaderhand?
Ik heb mijn best gedaan om dit in de Bijbel zelf terug te vinden, maar het is mij niet gelukt.
Ik heb mij afgevraagd waar er in de Bijbel mensen voorkomen die geplaagd worden door de angstige gedachte dat alles door het toeval geregeerd wordt, maar ik kan niemand vinden, behalve misschien de prediker.
De gelovigen in de Bijbel staan bijna altijd als zij door kwaad worden getroffen voor de aanvechting: van wie komt dit? van God, of van Zijn vijand? (Marc. 3 : 22 e.v., Jak. 1 : 13-18) Van de Here of van de grote Tegenspeler. Soms immers kan God ons tégenkomen (denk aan Uzzia), en soms ook kan de duivel ons zegenen (Openb. 13: 13).
Dat maakt de verwarring groot.
Maar de eerste grondregel blijft door heel de Bijbel heen gehandhaafd: wat goed is en heilzaam en het leven geneest, komt van God en wat slecht is en gemeen en het leven verziekt en bedreigt komt van Zijn grote Vijand, de duivel en zijn boze tegenmachten (Gen. 1 : 31 en 3 : 1).
Maar over het toeval als derde mogelijkheid spreekt de Bijbel bij mijn weten nergens.
Is dat erg? Of een fout van de Catechismus?
Welneen: bij het belijden van het evangelie zijn wij geroepen om niet tijdloos en kleurloos altijd de oude woorden te herhalen, integendeel, wij moeten ze toepassen op onze eigen situatie.
De situatie waar Zondag 10 in wil spreken is die van het Germaans fatalisme. Op de bodem van veler harten leeft hier in Noord-Europa bij alle nazaten van de Germanen en Batavieren nog een diep ingeworteld heidens fatalisme dat alles herleidt tot het toeval. "Ach, alles moet toch gaan zoals het gaat."
Hier in de Betuwe heb ik dit fatalisme bij verschillende "eenvoudige" dorpsbewoners nog steeds aangetroffen.
Zondag 10 spreekt niet tijdloos en situatieloos, integendeel: het gaat tegen die vorm van ongeloof in.
Ja, inderdaad: tegenover mensen, die fatalistisch denken is hier het dilemma zuiver gesteld: zij staan voor de keus: geloof je echt dat dat uiteindelijk het toeval het laatste woord heeft ... of geloof je het Evangelie: "toch overwint eens de genade", zodat uiteindelijk zelfs het ergste kwaad door Gods Vaderhand ten goede wordt gekeerd, voor wie Hem liefhebben (Rom. 8 : 28).
Waarschijnlijk heeft de moeder van het meisje dat op mijn preek reageerde. zich voor deze geloofskeus gesteld gezien en hier de goede keus gemaakt en zich in vertrouwen aan Gods heilsplan overgegeven.
Dit ten goede van de catechismus.
In de tweede plaats zou ik echter willen opmerken dat ook ds Van der Werf volkomen gelijk heeft.
Want vanuit de Bijbel gezien staan wij niet voor déze keus. Er worden bij deze catechismus-zondag twee Bijbelplaatsen geciteerd: Matth. 10 : 29 en Spr. 16 : 33.
In Mattheus 10: 29 gaat het juist over die angstwekkend grote macht van de Tegenspeler van God, die zelfs de discipel van Christus in zijn greep kan krijgen en hem murw maken. Ziekte, en kanker en auto-ongelukken, zij zijn dingen die bij de bedreigende kanten van ons be staan horen, ze horen er eigenlijk niet bij. Jezus werd woedend, staat el, aan het graf van Lazerus en daarna weende Hij. Dat is misschien wel de meest veelzeggende tekst over het vraagstuk van het lijden (Joh. 11: 33, 34). ZÓ is God.
Wij hebben de roeping om met Jezus mee woedend te worden en te wenen als het leven wordt ontluisterd of geschonden. Inderdaad hier is geen ruimte voor de ogenschijnlijk zo direct uit Zondag 10 afleidbare bewering dat het toch Gods Vaderhand was die Lazarus keel dichtgeknepen had. Jezus ziet het als werk van de Vijand en zó treedt Hij deze ook tegemoet en ontworstelt hem zijn prooi: nadat Hij zijn Vader gebeden had. Want deze was erbij! Erbij aanwezig en er in te betrekken!
Wat Jezus hier voorleeft geeft Hij (lok zijn discipelen als bemoediging mee: als straks de Vijand toeslaat, weet dan wel dat de Vader erbij is.
Zelfs geen mus van van het dak zonder Hem. Hij vergeet u niet, zo omschrijft Lucas dit woord van Jezus (12: 6).
In Spreuken 16: 33 gaat het niet over het vraagstuk van het lijden.
Wel is er sprake van het werpen van het lot, een weg waarlangs in het Oude Israël de wil van de Here mocht worden bevraagd, zij het alleen in heel speciale gevallen (Num. 27 : 21 e.v.).
Ds Van der Werf heeft gelijk dat de Bijbel ons veeleer verplaatst in een strijdsituatie, waarbij wij ons moeten realiseren dat de duivel rondgaat als een briesende leeuw en de machten die het leven bedreigen nog machtig zijn. Ook al is de basis overwinning al behaald. Want Jezus heeft de dood overwonnen.
leder sterven, ieder ziekbed, ieder auto-ongeluk, iedere misvorming herinnert ons er aan dat de wereld nog niet is zoals God ze wil hebben.
Wij ervaren kanker en letsel als pijnlijke herinneringen dat het leven abnormaal is - bedreigd en gevloekt.
Maar gelukkig: in hope. Straks wordt eruit weggenomen wat God er niet in wilde hebben - en wat van Gods vijand komt. Dat vertrouwen hebben wij aan Jezus te danken.
Daarom is de keus niet: Toeval of Vaderhand, maar Vriend... of Vijand ... Hoe moeilijk het is om op die laatste vraag een goed antwoord te geven, daarop kom ik de volgende keer terug.