kerknieuws
1979-02-02
- Jaargang 23
- nummer 5
Barendrecht - de kerk van Barendrecht zond het volgende schrijven aan de leden van de Tweede Kamer van de Staten-Generaal over de abortus-wetgeving: "Met het oog op het in het vooruitzicht gestelde wetsontwerp inzake abortus, dat eerstdaags bij U zal worden ingediend, waarvan de hoofdlijnen reeds eerder bekend zijn gemaakt en ons met grote zorg vervullen, vragen wij als raad van de hierboven vermelde kerk te Barendrecht, Uw welwillende aandacht voor het volgende.
In het zesde gebod "Gij zult niet doodslaan" leert God ons, dat wij het leven van de mens hebben te eerbiedigen als een gave van God, waarover Hij alleen de beschikking heeft en houdt.
Velen stellen evenwel de vraag of de geboden eerbiediging van het leven van de mens ook van toepassing is op het ongeboren kind, dat zich in de moederschoot ontwikkelt. Wij zijn ervan overtuigd, dat déze vraag bevestigend moet worden beantwoord en dat wij het menselijk embryo hebben te zien als een uniek mensenleven in opbouw.
Elke lägere kwalifikatie berust op een benadering, waarin het menselijk embryo wordt beschouwd als een ding op zichzelf en losgemaakt van zijn ontwikkelingsgang naar de geboorte toe. Als men evenwel in zijn denken deze ontwikkelingsgang als het ware stilzet, begaat men een gewelddaad, die bij vóórbaat zijn verwantschap met de geest van de abortus provocatus verraadt!
In Psalm 139 : 13 evv. zegt David, dat Gods zorg over het leven al aanwezig was, toen zijn moeder hem verwachtte: "Want Gij hebt mijn nieren gevormd, mij in de schoot van mijn moeder geweven". Hij spreekt daar eenvoudig van "mijn" en "mij" in de erkenning van een door God gestelde kontinuîteit en hij valt niet in een verkeerd abstraheren, waarin het ongeboren kind als een vóórvorm of een lágere vorm van menselijk leven wordt beschouwd.
Wij zijn dan ook van overtuiging, dat de kwalifikatie van het vergrijp tegen het leven van de mens doodslag ook van toepassing is op de aanslag op het leven van het ongeboren kind, zoals deze in de abortus provocatus plaatsvindt. Wij willen er ook op wijzen, dat de subjektieve gevoelens van de naastbetrokkenen de waarheid bevestigen van wat wij aanvoerden.
Immers, een vrouw, die abortus wenst, ageert daarmee niet tegen een klompje cellen in haar lichaam maar tegen de mens, die in de weg van de geboorte in haar leven "dreigt" binnen te komen en voor wie zij om welke reden dan ook geen plaats meent te hebben.
Alle redenering, die haar de abortus provocatus als ethisch-waardevrij voorschildert, is zonder meer als bedrog te kwalificeren. Zij verlangt de liquidatie van de komende mèns!
Nu wordt aangevoerd, dat het in het Kamerberaad niet gaat om het vóór of tégen ten aanzien van de abortus provocatus, maar om een wettelijke regeling dienaangaande. Daarbij zou een belangrijke stem en inspraak moeten worden verleend aan de praktijk, zoals deze zich nu eenmaal heeft doorgezet, en aan het volksgeweten, zoals dat zich in deze praktijk laat kennen.
Ten aanzien hiervan stellen wij de vraag, of de wetgeving niet iets anders behoort te zijn dan een registratie, kanalisering en legitimering van een bestaande praktijk.
En dat temeer als deze praktijk in het licht van Gods Woord als een praktijk van wetteloosheid behoort te worden beschouwd!
Is het volksgeweten - wat het ook moge zijn en zeggen - dan de eigenlijke wetgever geworden? Wanneer men deze lijn van denken en handelen kiest, wordt de laatste hand gelegd aan de onttrekking van ons volksleven aan het beslag van Gods Woord en Wet! Maar ook wordt dan aan de wet het karakter van norm en gebod geheel ontnomen, omdat zij immers niets anders meer kan zijn dan een meer of minder (!) geslaagde weerspiegeling van wat in het volksgeweten leeft. Zulk een wetgeving en zulk een wet kunnen slechts de wetteloosheid dienen!
Het is een zeer kwalijke zaak aan deze ontwikkeling zijn medewerking te verlenen!
Tenslotte. .. wij weten, dat aan de tegenstanders van de abortus provocatus en van het wetsontwerp dienaangaande vaak verweten wordt, dat zij geen oog hebben voor de diepe nood van de betrokenen. Die kritiek achten wij op ons niet van toepassing.
Men moet het leven van het ongeboren kind beschermen, maar daarbij dient de moeder zeker niet aan haar lot te worden overgelaten.
Wij zijn er van overtuigd, dat God ons en àllen verbiedt de doodslag aan te wijzen en te hanteren als de oplossing voor het probleem!
Gods Woord leert ons, dat uit zonde geen vrede en vreugde kan voortkomen maar slechts verderf en dood voor enkeling en volk.
Daarom doen wij een beroep op U uw krachten in te spannen tot de verwerping van het bij Uw Kamer in te dienen wetsontwerp."
Aalten-Winterswijk - uit het kerkeraadsverslag d.d. 4 jan. 1979: "Br. M. heeft van de commissie Jongerendiensten van de Ned. Herv. Kerk een verzoek gekregen om volgend jaar een jongerendienst te leiden; de kerkeraad heeft geen vrijmoedigheid om deze mogelijkheid tot Evangelieverkondiging te verhinderen op grond van formele bezwaren".
Haarlemmermeer O.Z. - uit het kerkeraadsverslag van 11 jan. jl.: "De commissie 'gezangenbundel' heeft een lijst opgesteld van gezangen, die in onze eredienst eventueel gezongen kunnen worden. De kerkeraad zal deze lijst doornemen, waarna een bundel aan de gemeente zal worden aangeboden. "
Hoorn - uit het kerkeraadsverslag van 8 jan. 1979: "N.a.v. de notulen wordt besloten de brief van Amsterdam-C., betreffende vrouwelijke diakenen op de eerstkomende classis aan de orde te stellen."
ADRESSEN
Drs W. G. Rietkerk - Het telefoonnummer van ds W. G. Rietkerk is gewijzigd in: 03449-1914.
Baarn - Het scribaat berust nu bij de heer C. J. Schepen, Gentiaanlaan 11, Soest, tel. 02155-14513.
Langerak (Z.H.) - Het adres van de scriba is: H. van Middelkoop, Lekdijk 3b, 4235 VK Tienhoven (p. Ameide), tel. 01836-1672.
l'Abri in februari 3 februari: H. G. Geertsema, ZENboeddhisme en de kunst van het motoronderhoud.
10 februari: B. Goudzwaard, ?
17 februari: G. Birtwistle, Kunstweekend.
24 februari: H. van Seventer, Marx, Dutschke, Geroepenen of Gedrevenen?
Graag een telefoontje vóór u komt: 03449-1659 of b.g.g. 1914.