Het geheim van de godsvrucht
1979-02-09
1 Timotheüs 3: 16- Jaargang 23
- nummer 6
Paulus houdt Timotheüs voor: Oefen u in de godsvrucht (4 : 7).
Hoe moet dat? Wat is godsvrucht?
Het geheim voor een gelovig en Godzalig leven is de verbondenheid aan onze Here Jezus Christus. Het geheimenis van de godsvrucht is Christus.
Alleen in Christus is de kracht, die wij nodig hebben om als gemeente de waarheid zichtbaar en hoorbaar te maken (3 : 15).
Het geheimenis van de godsvrucht is niet een ding, niet een zaak, niet een "het" (je hebt "het" of je hebt "het" niet). Het geheim van de godsvrucht is een Persoon, een HIJ. Het geheim van de godsvrucht is niet een leer of een belijdenis of een levensstijl. Dat zijn de vruchten. En die vruchten zijn belangrijk.. daaraan kent men de boom (Matth. 12 : 33).
Maar het geheim van de godsvrucht, de verborgen kracht in de godsvrucht is onze Here Jezus Christus in eigen Persoon. Dat leert Paulus ons hier. Hij zegt niet: Het geheim, dat geopenbaard is, maar hij schrijft: Het geheim der godsvrucht, DIE Zich geopenbaard heeft in het vlees. .
Het Woord is vlees geworden (Joh. 1 : 14). Als Paulus spreekt over het aardse leven van de Here Jezus vóór Zijn opstanding gebruikt hij het woord "vlees" (11 Kor. 5 : 16, Efeze 2 : 14, Koloss. 1 : 22). In dit vlees werd de zonde veroordeeld (Rom. 8 : 3). Dat weten we uit het Evangelie. Daarom is het Evangelie een kracht van God tot behoud voor ieder die gelooft. Want gerechtigheid van God wordt daarin geopenbaard uit geloof tot geloof (Rom. 1 : 16-17).
Hoe wordt de gerechtigheid van God in het Evangelie geopenbaard?
Doordat Christus daarin gepredikt wordt. Hij is in de volheid van de tijd geopenbaard in het vlees. Hij is gekomen in onze zwakke en vergankelijke bestaanswijze.
Waarschijnlijk hebben we in I Tim. 3 : 16 een oud kerklied, een lofzang op Christus (Vergelijk Liedboek voor de Kerken, Gezang 101, - Het is een pluspunt van het Liedboek, dat het 115 Bijbelliederen bevat).
Hij heeft Zich geopenbaard in het vlees.
Het begon in de Kerstnacht. Hier op aarde.
En het geheimenis is nu in de hemel. Hij is gerechtvaardigd door de Geest.
Bij zijn opstanding is Christus een andere bestaanswijze ingegaan.
Tegenover het vlees staat bij Paulus de Geest (Rom. 1 : 4, 8 : 10).
Vlees en Geest staan hier niet tegenover elkaar als twee "delen" in het bestaan van Christus.
We horen hier van vernedering en verhoging. Van Christus op aarde: geopenbaard in het vlees, verkondigd aan de volken, gelooft in de wereld. Maar we zien ook, dat zijn naam hemel en aarde verenigt tezaäm: Hij is gerechtvaardigd door de Geest, gezien door de engelen, opgenomen in heerlijkheid. Dat is Christus in zijn hemelse glorie.
Het Woord is vlees geworden. En Hij is gerechtvaardigd door de Geest. Hij werd openbaar als een arm en miskend Mens, maar Hij is als Zoon des mensen verheerlijkt en God is in Hem verheerlijkt. Zo kennen we de Here Jezus uit de Evangelieverhalen. Christus was en bleef de Zoon van God. Hij is gerechtvaardigd door de Geest. Na zijn doop door Johannes kwam een stem uit de hemelen: Gij zijt mijn Zoon, de Geliefde; in U heb Ik mijn welbehagen. Toen was onze Heiland wel de Zoon van God, maar in vernedering. Bij de verheerlijking op de berg klonk opnieuw die stem, uit een wolk: Deze is mijn Zoon, de Geliefde, hoort naar Hem. In de woestijn, eeuwen eerder, was Gods heerlijkheid ook al aan de Israëlieten in een wolk verschenen.
Toen de Here Jezus plaatsbekledend de zonde van de wereld op Zich nam, was Hij de Zoon des mensen en tegelijk de Zoon van God. God, geopenbaard in het vlees. In echt menselijk vlees. Ook na zijn opstanding is de Heiland als mens verschenen (Luk. 24 : 16, Joh. 20 : 15). Pas later, ná zijn hemelvaart, verscheen Christus aan Paulus in stralende hemelse heerlijkheid, (Hand. 9 : 3, 22 : 6, 26 : 13). En bij die hemelvaart is onze Here na zijn rechtvaardiging door de Geest, na zijn openlijke verhoging, aan de engelen verschenen.
De hemelen ontvingen Hem.
Deze Here Jezus is verkondigd onder de heidenen. De natiën, die vroeger heidenen waren, horen het Evangelie. Christus is verkondigd onder de volkeren. Want het heil is voor alle mensen. God, onze Heiland, wil, dat alle mensen behouden worden en tot erkentenis van de waarheid komen. Daarvan was Paulus diep doordrongen. Het Evangelie en de prediking van het Evangelie zijn geen zaken alléén voor de apostelen en de predikers.
Het Evangelie van Christus komt tot de gemeente en de gemeente heeft er deel aan. Als Johannes gaat verkondigen dat Jezus de Christus is, het Woord des levens en de Zoon van God, zegt hij: Hetgeen wij gezien en gehoord hebben, verkondigen wij ook u, opdat ook gij met ons gemeenschap zoudt hebben. En onze gemeenschap is met de Vader en met zijn Zoon Jezus Christus: De apostelen hebben Christus verkondigd.
De Here Jezus had Zelf tot hen gezegd: Vele profeten en rechtvaardigen hebben begeerd te zien wat gij ziet en zij hebben het niet gezien en te horen wat gij hoort en zij hebben het niet gehoord.
De profeten hebben gezocht en gevorst naar de zaligheid. Die profeten keken er naar uit. Hun werd geopenbaard, dat zij niet zichzelf, maar ons dienden met die dingen, die ons thans verkondigd zijn bij monde van hen, die door de Heilige Geest, die van de hemel gezonden is, ons het Evangelie hebben gebracht, in welke dingen zelfs engelen begeren een blik te slaan (I Petr. 1 : 10-12). Aan de profeten werd geopenbaard, dat ze niet zichzelf, maar de gemeente van de nieuwe bedeling dienden. De onderscheiding tussen het "Oude" en het "Nieuwe Testament" is zo ingeburgerd, zo diep geworteld, dat we die wel nooit meer zullen kwijtraken.
Maar wie Christus wil kennen, heeft óók de profeten nodig!
Wat zagen die mannen Gods niet, wat hoorden zij niet? Het enige dat zij nog niet zagen en hoorden was de openbaring van het geheim der godsvrucht: God geopenbaard in het vlees. Ze zagen en hoorden de Zoon des mensen niet, de Here Jezus. Maar ze hebben Hem en zijn werk wel op vele manieren verkondigd.
Het nieuwe na Pinksteren is, dat Christus dan verkondigd wordt niet alleen onder Israël, maar ook onder de heidenen. In het boek Handelingen valt ons op, dat de apostelen verkondigen en leren (4 : 2, 5 : 42, 15 : 35, 20 : 20 en 28 : 31).
Ze verkondigen Gods grote daden.
De verkondiging wil de hoorders laten horen en zien hoe het staat.
Het leren heeft betrekking op wat God wil, dat nu gedáán zal worden.
Zoals de verkondiging vraagt om geloof, vraagt de onderwijzing om gehoorzaamheid (pop, Bijbelse woorden en hun geheim).
Vaak vond de verkondiging weinig geloof. Jesaja klaagde: Wie gelooft wat wij gehoord hebben en aan wie is de arm des HEREN geopenbaard?
Maar Paulus kon juichen: Christus is geloofd in de wereld. .
In de eeuw van de apostelen werd het heil in de wereld verkondigd.
En dat gebeurt nog steeds.
En er zijn altijd mensen geweest, die amen zeiden op het Evangelie.
Dat is geloven: Amen zeggen op het Evangelie. Op de blijde boodschap.
Christus overwint. Hij is opgenomen in heerlijkheid. In de heerlijkheid van God. Heerlijkheid is bovenaardse lichtglans.
Naar die heerlijkheid heeft de Here Jezus in zijn aardse lijdenstijd uitgezien.
Hij heeft gebeden: En nu, Vader, verheerlijkt Gij Mij bij Uzelf met de heerlijkheid, die Ik bij U had, eer de wereld was (Joh. 17 : 5). Uit de hoge hemel daalde Hij neer. In die hemel werd Hij opgenomen.
Zo is Christus de Here der heerlijkheid.
Hij, die Zich geopenbaard heeft in het vlees, die,onder de heidenen verkondigd is en die in de wereld nog altijd geloof vindt, Hij die als de Heiland van zondaren Zich diep vernederd heeft, Hij is precies Dezelfde, die in zijn opstanding door de Geest is gerechtvaardigd, die bij zijn hemelvaart aan de engelen is verschenen, toen Hij werd opgenomen in heerlijkheid.
De Zoon des mensen is de Zoon van God. Aan Hem danken Wijde verlossing en het leven. Aan Hem danken wij het, dat we als kinderen van heidenen zijn huisgenoten zijn in het huis van God, de gemeente.
Daarom zijn we blij met de brieven van Paulus aan Timotheüs. Die brieven wijzen ons allen onze plaats, mannen en vrouwen en kinderen, ouderlingen en diakenen, oud en jong, weduwen en getrouwde en ongetrouwde mensen. Die plaats is een goede plaats. Want éénmaal is Gods genade reddend verschenen. En deze Jezus, die opgenomen is naar de hemel, zal op dezelfde wijze terugkomen als de apostelen Hem ten hemelen hebben zien varen.