Bijbel en (Geschiedenis) - wetenschap (II) 2)
1979-02-09
Geschiedenis staat steeds in verband met de mens, iets precieser gezegd: met de mens voorzover zijn handelen of zijn arbeid bekend is uit de bronnen, met name de schriftelijke.- Jaargang 23
- nummer 6
Het zal duidelijk zijn dat hier met geschiedenis gedoeld wordt op geschiedeniswetenschap, -verhaal of -onderwijs. Met deze omschrijving van het begrip geschiedenis zijn tevens bepaalde grenzen gesteld aan -dit begrip. Zo kan "de geschiedenis van de aardkorst"
de titel zijn van een zeer interessant boek, een geschiedenisboek is het beslist niet. Zo ook kunnen in déze zin de schepping van hemel en aarde geen historische feiten genoemd worden. Theologen 2) zeggen dat wel eens en dan bedoelen ze met deze woorden aan te geven dat de schepping van hemel en aarde echte en geen gefantaseerde feiten zijn. Iedereen zal het met ons eens zijn, dat de schepping een daad-spreken van God is geweest en als zodanig nooit toegankelijk voor welk wetenschappelijk onderzoek ook maar.
Ds B. vraagt kritisch of de gebeurtenissen uit onze geschiedenis behalve uit wetenschappelijk-historisch oogpunt óók niet bekeken moeten worden uit geloofs-oogpunt, met name als die gebeurtenissen tevens de bevrijding van de kerk inhielden en hij geeft hierbij als voorbeelden de jaren 1572 en 1945.
Naar zijn mening werd dat vroeger op de Scholen met de Bijbel wel, en terecht, gedaan.
Dat dit vroeger gedaan werd, geloven wij ook. Wij moeten hier ter bezinning - aan toevoegen dat voormelde scholen ook niet vrij waren van de God-Nederland en Oranjegedachte, een gedachte die direkt verwant is aan de (zgn.) geloofsmatige geschiedschrijving, welke gedachte we vandaag toch ook niet (meer) voor onze rekening nemen.
Dat de scholen met de bijbel geloofsmatig geschiedenisonderwijs gaven, is vnl. te "danken" aan de geschriften van Groen van Prinsterer.
Groen beriep zich voor zijn "bizondere" geschiedschrijving op Ps. 78 : 4, 6, 7 en dat wordt nog gedaan door zijn "precies~" opvolgers (zie Gereformeerd Schoolblad van november 1978 - mij door vriendelijke hand toegezonden). Wij - en voor de historisch geïnformeerden voegen we er aan toe dat we niet behoren tot de "rekkelijken"
- werken in de stijl van Groen als we voormelde psalm nader bekijken: "Hetgeen we gehoord ... en onze vaderen verteld hebben . . . dat willen wij niet verhelen voor hun kinderen ... (nl.) des Heren roemrijke daden. .. opdat het volgende geslacht die zou kennen en ... "
Het is zonder meer duidelijk dat de psalmdichter Asaf geen Nederlandse gebeurtenissen op het oog had toen hij de Joodse vaders voorhield de daden des Heren aan hun kinderen te vertellen, opdat, enz. Verder mag aangenomen worden dat niemand meent dat Nederland een tweede Israël is (was). Tot slot veronderstellen we dat orthodox Nederland de bijbel beschouwt als een uniek boek waarin niet een zekere Asaf persoonlijk bepaalde gebeurtenissen aan het ingrijpen van God toeschreef, zulks ter navolging van volgende en navolgende geslachten.
Asafs boodschap wordt sinds onheugdlijke tijden weergegeven met de alom bekende woorden: Ouders, voedt Uw kinderen op in de voorzeide leer, en ... de voorzeide leer kent geen hoofdstukken vaderlandse geschiedenis. Nee, met het beroep van Groen op Ps. 78 is zijn "bizondere" geschiedschrijving niet te verdedigen en men hoede zich er voor - en wij spreken uit ervaring - van de protestantse Groen een onfeilbare heilige te maken.
Maar - zo kan men zeggen Groens beroep op Asaf kan dan onjuist geweest zijn, dat houdt niet in dat zijn geloofsmatige benadering van de geschiedenis 3) ook onjuist behoeft te zijn. De moeilijkheid, om niet te zeggen de onmogelijkheid, van de geloofsmatige benadering
van historische gebeurtenissen is het ontbreken van een norm.
Moeten wij bijv., omdat de Nederduits Gereformeerde kerken in de Republiek wèl, tot stand gekomen zijn, in dit verband spreken over Gods zegen en vervolgens, omdat deze kerken in de Zuidelijke Nederlanden - ondanks de. geloofsarbeid van De Brès en vele anderen - niet tot stand kwamen, spreken over het tegengestelde van zegen??
Met andere woorden: is het behalen van (geestelijk) sukses de norm?? Ik meen dat zulk een gevolgtrekking meer heidens dan bijbels is. Het zou toch eigenlijk wel hoogst merkwaardig zijn als wij ten aanzien van bepaalde gebeurtenissen uit het verleden, dus gebeurtenissen die wij slechts uit de boeken kennen, geloofsmatige uitspraken zouden moeten doen, terwijl niemand van ons eist dat wij dusdanige uitspraken doen ten aanzien van gebeurtenissen uit ons eigen leven.
Tot slot, het lijkt er op dat de inzender geloof, dat uiteraard niet van wetenschappelijke aard is, en wetenschap aanvullend naast elkaar wil zetten en hij heeft de R.K. en gedeeltelijk de gereformeerde traditie met zich mee. In deze gedachtengang wordt de wetenschap in de grond der zaak beschouwd als iets werelds, op z'n best als iets neutraals, waaraan het geloof beslist nog iets moet toevoegen. In ons vorige artikel noemden wij dat het plus-verschijnsel van de pseudowetenschap, immers zodoende krijgen wij het terrein van de wereld (natuur) + het terrein van het geloof (genade) en deze twee terreinenleer lijkt ons in strijd met de absolute souvereiniteit Gods over Zijn enige schepping.
1) Als gevolg van ziekte is dit antwoord op het ingezonden van ds F. Boonstra (Opbouw 24-11-78) als reaktie op mijn artikel (Opbouw 29-9-78) behoorlijk verlaat.
Mijn exkuses.
2) De hoogleraar in de theologie dr Berkhof heeft geschreven: Christus de zin der geschiedenis. Het is zonder meer duidelijk dat hier met geschiedenis niet gedoeld wordt op de geschiedeniswetenschap, enz.
3) De geloofsmatige geschiedschrijving heeft in de laatste eeuwen voornamelijk of uitsluitend betrekking op de vaderlandsegesdhiedenis en werd niet ailleen in ons land beoefend. Er zijn steeds versobillende volken en kerken geweest die meenden dat God met hun land (kerk) een bizonder doel op het oog had.