Welzijnswerk, kerk en contact met de buurt

2012-03-17
  • Jaargang 56
  • nummer 6
De Havenkerk ligt aan de rand van de Schilderswijk van Den Haag, enigszins verscholen achter een aantal oude hofjeswoningen. Arme mensen mochten er gratis wonen op voorwaarde dat zij hun huis netjes hielden. Elke week werden de woningen gecontroleerd. Dat klinkt betuttelend, maar Jos van der Lans laat in het boek Erop af! zien dat zulke ‘bemoeizorg’ in de negentiende eeuw ook wel iets goeds had. Er kwam in elk geval regelmatig iemand bij de mensen thuis die goed op de hoogte was van de situatie en in staat was om in te grijpen voordat problemen escaleerden.

Het zijn lang vervlogen tijden dat de diaconie van de kerk bij de armen thuis kwam om te zien hoe ze leven.
Vroeger had de kerk nog een functie in het midden van het dorp of de buurt. De binding met de buurt rond de kerk is verdwenen. Veel kerken zijn streekkerken, zodat de leden niets hebben met de buurt waar de kerk in staat. De kerk kan heel levendig zijn, maar de activiteiten zijn bijna allemaal gericht op de eigen leden. Ik vind het een mooie ontwikkeling dat in veel kerken in elk geval wordt nagedacht over de vraag hoe de kerk weer contact kan maken met de buurt waarin ze staat.

Nieuwe aanpak
De kerk staat met zulke vragen niet alleen. Het lezen van Erop af! vond ik een verrassende en leerzame bezigheid.
Het is geen boek over de kerk, maar over sociaal werk. Maar er is wel een opvallende parallel tussen de kerk en het sociaal werk. Net als de kerk heeft ook het welzijnswerk het contact met de buurt verloren.
Volgens Van der Lans is het sociaal werk ontspoord en heeft het dringend behoefte aan een nieuwe aanpak van professionele en bevlogen mensen.

Onder invloed van professionalisering van het welzijnswerk is deze sector steeds meer opgesloten geraakt in logge bureaucratische structuren waar mensen makkelijk in kunnen verdwalen. In de ogen van Van der Lans is het hoog tijd dat de sociaal werkers in beweging komen; het motto moet weer zijn: erop af!
Binnen het kader van de Wmo (Wet maatschappelijke ondersteuning) ziet hij nieuwe kansen voor het sociaal werk om dicht bij de mensen te staan. Want de Wmo zet in op de eigen verantwoordelijkheid van mensen en ondersteuning door het eigen netwerk. Tot voor kort werkte de sociaal werker volgens een metafoor van Van der Lans als een ‘garagehouder’. Mensen kwamen aan het loket als er een probleem was, de sociaal werker loste het dan op. Tegenwoordig moet de sociaal werker een wegenwacht zijn. Hij rukt uit als het met iemand even niet gaat, lost kleine problemen en hindernissen op. Hij kan natuurlijk niet alles, maar wat heel belangrijk is, hij kent de weg in de buurt. Vanuit zijn kennis weet hij verbindingen te leggen tussen mensen die hulp nodig hebben en die hulp kunnen geven, tussen zwak en sterk, tussen arm en rijk. Mensen moeten niet afhankelijk gemaakt worden van professio nals, maar allerlei maatschappelijke netwerken kunnen daarbij worden ingeschakeld. Opmerkelijk genoeg heeft Van der Lans daarbij geen enkel oog voor de kerk. Hij noemt instellingen als scholen, bibliotheken en sportclubs, maar het komt niet in hem op dat kerken ook een rol kunnen spelen bij de verbinding tussen mensen. Terwijl de kerk toch bij uitstek een plek is waar sociaalmaatschappelijke scheidslijnen er niet toe (horen te) doen. Het is een teken aan de wand dat de kerk kennelijk niet gezien wordt als plek waar (buurt)mensen elkaar tegenkomen en helpen.

Oog voor de buurt
Hoewel het boek dus geen enkel oog heeft voor de rol van de kerk, kan de kerk, wil zij haar plek in de buurt (weer) innemen, wel veel leren van dit boek. Elke buurt ziet er anders uit, waardoor de manier waarop een kerk in de buurt aanwezig kan zijn van buurt tot buurt zal verschillen.
Het belangrijkste is dat de kerk weer oog krijgt voor de buurt. Dat vraagt een omslag in denken, om alleen al te beseffen dat de kerk niet alleen een functie heeft voor de leden, maar ook voor de buurt. Als ik dan in de lijn van Van der Lans een beetje wegdroom, dan denk ik: wat zou het mooi zijn als de kerk een ontmoetingsplek kan creëren in de buurt waar sociaal zwak en sterk, arm en rijk elkaar kunnen ontmoeten. Zo’n ontmoetingsplek is een uitgelezen kans om het evangelie zichtbaar te maken in de buurt. Zo’n ontmoetingsplek ontstaat alleen niet vanzelf.
De kerk zal daarvoor moeten investeren in de buurt. Niet met af en toe een foldertje met een uitnodiging voor de dienst, maar – in de woorden van Van der Lans – erop af! Aanwezig zijn. Wat Van der Lans bepleit voor het sociaal werk zou je in de kerk kunnen omschrijven als ‘incarnationeel’. Daarmee wordt bedoeld: in navolging van Christus in de wereld aanwezig zijn. Zoals Christus mens werd onder de mensen, zo zijn wij als volgelingen van Christus geroepen om midden in de wereld te staan om Hem zichtbaar te maken. Je hoeft als kerk daar geen ingewikkelde professionele sociale interventies voor te doen. Het gaat om aanwezig zijn, verbindingen leggen. Dat is vaak al genoeg om mensen met een gebrekkig netwerk perspectief te geven. De titel van het boek van Van der Lans houdt ook voor de kerk een simpel, maar radicaal appèl in: niet binnen blijven zitten, maar erop af!

N.a.v. Jos van der Lans (2010), Erop af! De nieuwe start van het sociaal werk. Atlas/Contact. 187 p. € 16,50.
ISBN 9789045704319.

Ds. Peter Strating is NGK-predikant van de Havenkerk in Den Haag.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief