'Het is niet moeilijk of verheven, maar je kunt er wel wat hulp bij gebruiken’

2012-03-17
  • Jaargang 56
  • nummer 6
Hoe word je een goede kringleider?
Met een recent verschenen handboek en een aanstaand symposium hoeft de kringleider niet over belangstelling te klagen.
Zijn rol wordt steeds meer op waarde geschat. Dat mag ook wel, vindt kerkelijk werker Peter van Genderen. ‘Om een kring gezond te laten functioneren, heb je een leider nodig. En die kan wel wat begeleiding gebruiken.’

Kringen. Ze bestaan sinds jaar en dag. Waarom dan een handboek? En waarom een symposium? Het gros van de gereformeerde populatie bestaat waarschijnlijk uit doorgewinterde kringgangers: wat valt er dan nog te vertellen?
Veel. Het symposium op 23 maart is getiteld ‘De kracht van kringen’. Van die kracht waren veel gemeenten zich voorheen klaarblijkelijk niet bewust. Nu lijken ze het te ontdekken. Met alle vragen van dien.
Kerkelijk werker Peter van Genderen uit de NGK Houten krijgt elk jaar heel wat telefoontjes van mensen die advies of materiaal zoeken voor hun kring of de kringenstructuur in hun gemeente. ‘Er zijn nog niet veel gemeenten die zo’n uitgebreide structuur hebben als bijvoorbeeld in Houten. Maar mijn beeld is wel dat een redelijk deel van de gemeenten met dit onderwerp bezig is’, vertelt hij.
Onder meer vanwege die behoefte aan ondersteuning schreef Van Genderen samen met een kringencoach en een toeruster het Handboek voor kringleiders, recent uitgebracht.
In samenwerking met uitgeverij Buijten & Schipperheijn organiseren ze bovendien op vrijdag 23 maart het symposium ‘De kracht van kringen’ in de Evangelische Hogeschool in Amersfoort.
Tijdens het symposium worden kringleiders en beleidsmakers toegerust voor hun werk en gevoed met een heldere visie op kringenwerk.

Het werkt echt
Het boek en het symposium stoelen op de visie dat kringen veel kunnen betekenen voor een gemeente. Veel meer dan ze nu vaak nog betekenen. ‘De kracht van kringen’ waar de titel van het symposium over rept, is een hele grote kracht.
De NGK in Houten heeft die visie in verregaande mate toegepast in de gemeente. Er zijn zo’n zeventig kringen, bestaande uit zes tot veertien mensen. Elke kring heeft een of twee leiders. De kringen zijn geografisch ingedeeld, waarbij ze samen regio’s vormen die begeleid worden door een kringcoach en af en toe ook grotere activiteiten doen.
Deze geografische insteek komt de zorg voor elkaar zeker ten goede. Niettemin bezint de gemeente zich momenteel om meer te gaan werken met doelgroepkringen, vertelt Van Genderen.
‘Ik kan me bijvoorbeeld voorstellen dat een alleenstaande niet graag op een kring zit met allemaal gezinnen met kinderen. Daarom hebben we bijvoorbeeld ook speciale kringen voor 25-plussers en jonge stellen. Maar doelgroepkringen kun je ook benutten om meer naar buiten te kijken. Zo is er een kring die er helemaal wil zijn voor hun eigen straat en probeert om niet-gelovigen te bereiken.’ Ondanks die overwegingen lopen de huidige kringen uitstekend. Ruim 80% van de gemeente doet eraan mee.
‘Niemand wordt gedwongen om mee te doen, maar we zeggen wel: het hoort erbij’, vertelt Van Genderen. ‘En de mensen komen graag. Ik hoor vaak genoeg dat het echt werkt.’ Zonder moeite somt Van Genderen op waar een kring dan zo goed voor is. ‘Je bouwt samen iets op. Je voelt verbondenheid en onderlinge zorg. Een kring is een plek om te leren en te groeien in je geloof. Het is een plek om andere mensen te ontmoeten.
Het is een plek om dieper met elkaar door te praten. Een plek om met en voor elkaar te bidden en een plek om de eerste pastorale en praktische zorg te geven. Een voorbeeld: een alleenstaande vrouw in onze gemeente wordt door de vier andere vrouwen van haar kring regelmatig bezocht.’ Volgens Van Genderen heeft God het ook zo bedoeld. ‘Lees Handelingen 2. God heeft ons bedoeld voor relaties. Zeker in deze maatschappij – die zo gericht is op het
individu – kan een kring een gave plek zijn om elkaar te ontmoeten en relaties op te bouwen.’

Herder
Een andere krachtige werking van kringen is dat ze voor een groot deel het basispastoraat kunnen wegnemen, zegt Van Genderen. In een tijd waarin veel kerken worstelen om voldoende ambtsdragers te vinden, kan dat essentieel zijn. Het pastoraat kan zo gewaarborgd blijven, of zelfs verbeterd worden (lees het kader ‘De gemeente floreert’).
Om op dat punt te belanden, moet er echter wel veel gebeuren. En kringleiders spelen daar volgens Van Genderen een belangrijke rol in. ‘Om een kring gezond te laten functioneren, heb je een leider nodig’, zegt hij. ‘Want als niemand zich verantwoordelijk voelt, wie grijpt er dan in als het minder gaat? Je hebt iemand nodig die zorg draagt voor de kring en het onderlinge pastoraat. Je kunt de leider zien als een herder. Hij moet bijvoorbeeld de visie warm houden. Gaat de kring de goede kant op?’ In Houten verwacht men van een kringleider dat hij volwassen in zijn relatie met God staat en ervaring heeft met een groepsproces.
‘Maar belangrijker is dat hij een verlangen heeft om te dienen’, zegt Van Genderen.
‘Je vaardigheden hoeven niet super te zijn, het is het hart dat belangrijk is.’ Bovendien hoef je als kringleider niet alles zelf te doen.
In het handboek introduceert Van Genderen met zijn medeschrijvers het ‘Jetroprincipe’.
Jetro adviseerde zijn schoonzoon Mozes om nieuwe leiders aan te stellen.
Op diezelfde wijze kan een kringleider de verschillende kringleden eigen verantwoordelijkheden geven. ‘Je kunt anderen avonden laten leiden of op andere wijzen inschakelen. Denk aan mensen die goed zijn met muziek of met kinderen.’

Vierdejaarscomplex
Juist omdat je van een kringleider niet allerlei coachingsvaardigheden kunt en mag verwachten, is toerusting van groot belang. Daarom krijgt elke kringleider in Houten bijvoorbeeld een coach. ‘Als je begint aan een nieuwe baan, krijg je ook begeleiding.
Dit is geen baan, maar het is wel heel belangrijk’, zegt Van Genderen. ‘Voor een kringleider is zijn taak vaak een nieuwe stap. Hij is onervaren en staat niet altijd stevig in zijn rol. Bovendien bestaan kringen niet uit allemaal dezelfde mensen. Dat is lastig. Je hebt jongeren en ouderen, introverte mensen en extraverte mensen en ga zo maar door.
Het is niet makkelijk daar een geheel van te maken.’ ‘Iets als Bijbellezen is in een groep ook echt anders dan in je eentje. En de vraag hoe je iedereen gemotiveerd houdt, is ook geen makkelijke. In het begin lukt dat nog wel, maar als je kring drie of vier jaar draait, kan de routine toeslaan. Wij noemen dat het vierdejaarscomplex. Als je dan niks doet, loop je kans dat mensen teleurgesteld afhaken.’ Daarnaast kom je ook lastige situaties tegen als kringleider, vertelt Van Genderen. ‘Denk aan een echtscheiding of iemand die op een andere manier in de problemen komt.
Of denk aan het omgaan met conflicten.’ Van Genderen is zelf ook kringleider in Houten. Hij vindt het vooral een uitdaging om van de groep meer dan een verzameling individuen te maken. Een echt geheel.
‘Ook is het uitdagend om de kring een veilige plek te laten zijn, waar mensen kwetsbaar kunnen zijn’, zegt hij. ‘Verder probeer ik mensen veel met hun eigen gaven bezig te laten zijn binnen de kring en de gemeente. Ik pas graag het Jetro-principe toe. Het voelt dan ook niet alsof ik in mijn eentje moet zorgen dat het goed loopt. Dat doe je samen als kring.’ Van Genderen wil daarom ook niet de indruk wekken dat een kringleider een loodzware taak te dragen heeft. ‘Het is niet moeilijk of verheven, maar je kunt er wel wat hulp bij gebruiken.’ Het handboek en het symposium kunnen deels die ondersteuning bieden, hoopt hij. Het is het in elk geval waard hier energie in te steken, voegt hij eraan toe. ‘Kringleiders en hun coaches nemen in onze kerk sleutelposities in. Want als een kring goed draait, maakt dat zó’n verschil in de gemeente. Het vergroot de onderlinge verbondenheid en zorg. Bovendien is het de beste manier om de achterdeur van je kerk dicht te houden.’

Het handboek is in de boekwinkel te verkrijgen voor 16,90 euro (ISBN 9789058815712). In het boek worden onderwerpen als samen bidden, samen Bijbellezen, gastvrijheid, omgaan met conflicten en onderlinge zorg behandeld. Verder bevat het boek vele bijlagen om kringleiders en beleidsmakers verder te helpen.

Het symposium vindt plaats op 23 maart van 17.00 tot 21.45 uur in de Evangelische Hogeschool in Amersfoort.
Zie voor meer informatie www.dekrachtvankringen.nl.


NGK Wageningen: ‘Je geeft een kleine geloofsgemeenschap vorm’
De NGK Wageningen werkt sinds 2004 met een kringenmodel.
Er zijn dertien kringen, allemaal met een eigen karakter. De één is meer gericht op studie, de ander op bijvoorbeeld film, muziek of zang. Leden kunnen zelf kiezen bij welke kring ze zich willen aansluiten. De pastorale en diaconale zorg is in eerste instantie bij de kringen zelf ondergebracht. Twee leden - een echtpaar of twee afzonderlijke leden - hebben de leiding in handen.
Adriaan Oosterloo is kringleider van de kring ‘Verrassend Veelzijdig’ en ondersteunt daarnaast als ouderling de kringleiders. ‘Wat ik mooi vindt, is dat je als kringleider een kleine gemeenschap vormgeeft. Je faciliteert als het ware het proces om samen je geloof te verdiepen. Of dat makkelijk gaat of niet, is erg afhankelijk van de leden. Zo is het in het algemeen een uitdaging om de diversiteit aan karakters, verwachtingen en geloofsbeleving binnen een kring tot een gemeenschap te laten ontwikkelen. Maar als dat lukt, neem je er heel veel van mee.’

NGK/CGK Rotterdam-Alexanderpolder: ‘De gemeente floreert’
In de samenwerkingsgemeente in Rotterdam-Alexanderpolder is het kringenwerk de afgelopen jaren steeds belangrijker geworden.
Om de week heeft de gemeente een ‘kringenweek’, waarin geen andere activiteiten dan de kringbijeenkomsten gepland staan. Iedere kring wordt geleid door een koppel (vaak een echtpaar), dat benoemd wordt door de kerkenraad en van tevoren een cursus van drie à vier avonden moet volgen. Kringouderling Giel Rolfes houdt bovendien een aantal maal per jaar de vinger aan de pols om te zien hoe het in de kringen loopt.
‘De gemeente floreert er enorm bij’, zegt hij. ‘Dit hadden we honderd jaar eerder al moeten doen, dan waren heel wat ontsporingen voorkomen. Het bevordert de samenhang, omdat je zo op elkaar betrokken bent en er zo diep met elkaar gesproken wordt.
Het werkt ook veel beter dan het klassieke huisbezoek. Op een huisbezoek zitten mensen vaak niet zo te wachten, terwijl ze naar een kringavond echt voorbereid toe gaan. Het werkt heel natuurlijk.’ Van de kringleiders wordt verwacht dat ze ‘pastoraal zorg dragen voor de kring’, vertelt Rolfes. Verder zorgen ze voor de huisvesting en voor onderwerpen waarover gesproken kan worden. ‘Ook is het goed als ze fijngevoelig zijn. Komt iedereen mee? Zijn er blokkades? Daar moet je alert op zijn. Maar in essentie is hun rol beperkt. Het slagen van een kring staat of valt met de werking van de Geest, niet met de leider. Het is om zo te zeggen niet onze zaak, maar Gods zaak.’

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief