Leider van de landverhuizing

1979-02-16
  • Jaargang 23
  • nummer 7
N.a.v. dr J. Stellingwerff, Amsterdamse Emigranten, Buijten & Schipperheijn, A'dam

Evenals Wormser was ook Scholte van Duitse afkomst, Luthers gedoopt, overgestapt naar de hervormde kerk van Amsterdam. Tot zijn vrienden hoorden: Groen van Prinsterer, Wormser, Maurits van Hall, Kohlbrugge, V.d. Brugghen, Da Costa. Goed gezelschap. Maar in tegenstelling tot de nederige en stabiele Wormser was Scholte personalistisch, briljant, onberekenbaar, trots en soms heerszuchtig; maar vooral onafhankelijk.

Deze eigenschappen hebben het hem en anderen moeilijk gemaakt. Door zijn aristocratisch karakter en zijn grote begaafdheid was er een afstand tussen hem en zijn gemiddelde volgeling. Dat maakte hem eenzaam in de prairie van Iowa. Hij was vermogend, wat hem moeilijk vergeven werd door arme landverhuizers. Een predikant die te Pella het mooiste huis bewoonde, onafhankelijk was van kerkelijke middelen en eigenaar van het kerkgebouw, zou vastlopen op wantrouwen, afgunst, laster en onbegrip.

Het pleit voor hem, dat hij niettemin iets groots tot stand bracht.
Zonder het te begeren werd hij leider van de landverhuizing, werden de landverhuizers Scholtianen genoemd. Dat hij zijn gemeenteleden tot zelfstandig christendom, zijn ambtsdragers tot herders trachtte te brengen, werd hem kwalijk genomen. Men wenste dominocratie, als in Mozes' dagen, en geen te grote verantwoordelijkheid. Zijn volgelingen spraken meermalen om hem op te hangen. Toen dat niet kon werd hij geschorst, afgesneden van de gemeente. Al is dit later ongedaan gemaakt, zijn wonden bleven als lidtekens zichtbaar.

Reeds als student vormde zich een "club van Scholte" om hem heen, waarin Brummelkamp, Van Velzen, Gezelle Meerburg, Van Raalte. De invloed van Bilderdijk werd hieraan geroken. Toen Kohlbrugge niet als predikant door de staatskerk werd aanvaard, zag Scholte dat de weg van een predikant niet over rozen zou gaan. Hij zag reformaties in Zwitserland, Frankrijk, België, Schotland - hij begreep dat dit ook in Nederland kon gebeuren. In 1835 was hij er al bij betrokken: boetes, processen en gevangenis waren voor hem weggelegd.

In 1836 werd de eerste synode gehouden. Scholte was voorzitter, hoezeer hij later ook kerkelijke organisaties als "aardse machten" haatte. Zo zat hij in de kerkelijke lectuurcommissie - maar hij gaf precies uit wat hij wilde. Waaronder herdrukken van de 18e eeuwse schrijvers. Hij was de belangrijkste redacteur van De Reformatie, waarin Van Hall en Wormser meewerkten.

Zodra Van Raalte en Brummelkamp hun brochure over landverhuizing schreven, nam hij de draad over in De Reformatie. Hij was snel op de hoogte van mogelijkheden en onmogelijkheden: wees op de jonge staat Iowa, die juist zijn Indianen had uitgekocht en graag vers pioniersbloed zou aanvaarden. Het gemis aan godsdienstvrijheid sprak hem en zijn lezers aan; daarnaast was de emigratie van Duitsers, Schotten, Saksers en Zeeuwen reeds gaande, veelal ook om andere, sociale redenen. De algemene onvrede met de politiek, de vaderlandse lamlendigheid van die eeuw, de dreigingen van revoluties en oorlogen, de groeiende sociale malaise al deze factoren droegen bij tot een vrij massale uittocht. Men zocht een nieuw vaderland, met nieuwe kansen en een schone lei. Scholte koos lowa, stichtte de stad Pella; en bij Pella denkt u aan de schuilplaats, waar in 69 n.c. de christenen onderdak vonden tegen de verwoesting van Jerusalem. Ook Scholte zag het eindoordeel dichtbij. Hij preekte, vooral na contacten met Darby, graag over de boeken Daniël en Openbaring, sterk bewust van de eindverwachting.
Begin 1847 wachtte Scholte zijn eerste gezinnen op. Zijn keus was goed: gronden aan een rivier, dicht bij de hoofdplaats van de staat, goede bouwgrond, veel hout, een spoorweg in het vooruitzicht - als een veld heer overzag hij zijn kansen. De emigranten-vereniging had hem haar gelden toevertrouwd, hijzelf nam een vermogentje mee.

Nu kwamen de vele talenten van Scholte aan het licht. Hij was zijn tijd nog al vooruit: geloofde wel in christelijke politici, niet in christelijke politiek. Zo bracht hij (dat had hij vooraf gepubliceerd) de kolonie op de basis van Gods Woord als enige regel, grondslag en toetssteen - zonder binding aan "vroegere of latere vormen" (= formulieren), "die God niet geboden heeft". Natuurlijk waren er volgelingen, die deze dingen niet doorzagen en de traditie plus "formulieren" hoger stelden dan hun gebrekkige Schriftkennis. Zo werd hij ook gelaakt, dat hij naast zijn predikantschap tot vrederechter werd gekozen (!) en tot schoolinspecteur, later tot notaris werd benoemd. Zo stond hij open voor afgescheidenen alsmede voor andere religieus en zedelijk onverdachte personen. Hij zag de christenheid breder dan veel afgescheidenen.

Zijn preken werden in de brieven uitstekend beoordeeld. Men luisterde met aandacht en blijdschap naar zijn opwekking: de Heiland staat voor de deur, wellicht zien we Hem met eigen ogen komen. Hij "ontdekte" de gemeente aan haar vele zonden. Hij troostte de gelovigen met Gods beloften voor tijd en eeuwigheid. Hij verzoende hen met de vele tegenslagen, die ze als pioniers ondervonden. Zelfs door zijn vijanden werd dit alles erkend, al lasterden ze later dat hij met vrome praat de mensen zand in de ogen strooide. Een van zijn collega's schreef over Scholte's "nieuwigheden"; onder die nieuwigheden viel waarschijnlijk ook: dat Scholte Paulus' woord over "een graan dat gezaaid wordt en een ánder graan dat opkomt" benadrukte, waarmee hij vrome verwachtingen bedreigde.

October 1847 schreef een jong hulponderwijzer, Hendrik Hospers uit Hoog-Blokland (door de familie vooruitgezonden om kwartier te maken): een commissie heeft grond gekocht, waar reeds 40 farms op staan die leeg worden opgeleverd. Ook bebouwd land is er bij, veel hout en vruchtbare grond. Alles op naam van Scholte "om indringing te voorkomen". De kolonie is 4 uur lang, 5 uur breed (dat is 500 kms), ligt tussen twee rivieren, de hoofdweg loopt er door heen, een rivier wordt bevaarbaar gemaakt, er komt een spoorweg. Er is veel wind: we kunnen molens bouwen voor koren, houtzagen en industrie.

Deze Hendrik Hospers was een positieve pionier. Hij verbloemde de koude winters en hete zomers niet, de ongemakken en teleurstellingen - maar hij zag ook de goede kansen. Hij bekwaamde zich als landmeter, bemiddelde in. internationale geldzaken, hielp nieuwkomers vooruit, beschreef de kolome en het Amerikaanse leven en bereidde de komst van de familie grandioos voor. Jaren later was Hendrik burgemeester van Pella, die de gemeenteraad een kostelijk "in memoriam H. P. Scholte" als resolutie deed aanvaarden!
Maar op het punt van grondaankopen heeft aanvankelijk zelfs Hendrik de geniale Scholte niet kunnen volgen. De "commissie" was een eenmanscommissie.

Scholte wilde "indringing voorkomen": aaneensluitend gebied hebben voor zijn kudde, die hij vierkant legerde als de twaalf stammen in de woestijn. Nu brak Scholte zijn solistisch karakter op. Hij kon vlot zaken doen met de staat Iowa, maar deed dat alleen. De staat verkocht niet alleen de gronden zelf - maar ook claims (recht van eerste koop) op nog niet verkochte stukken. Zo besteedde Scholte een deel van de generale kas om rechten te kopen (geld uit te geven) waar nog geen grond tegenover stond. In zekere zin is dit speculatie en had Scholte hier enkele wijze medeplichtigen voor moeten vragen. Zo had hij grondrechten in de hand voor toekomstige farmers, veel meer dan hij op dat ogenblik nodig had.

Maar hlj voorkwam, dat speculanten en ongewenste elementen zich in zijn gemeente drongen. Toen de boeren, die hun gronden betaald hadden, aan hem om eigendomsbewijzen vtoegen, kon hij die voorlopig niet leveren.

Dat lag niet aan hem maar aan het gouvernement, zoals later bleek.
Maar zo ontstond de verdachtmaking dat Scholte gronden uitgaf die wel eens teruggeëist konden worden. Ongeruste landbouwers, die zaad en arbeid investeerden, gingen vrezen dat Scholte de gronden niet in handen had en zijn landverhuizers schurkachtig uitkleede. Toen die vrees vaak genoeg was uitgesproken vond zij de weg naar de Nederlandse drukpers: het weerhield velen van vestiging m Pella, hoewel ook Van Raalte verdacht werd, zich te verrijken. Toen Scholte, dank zij. voorinformatie van de gouverneur, gronden langs de rrvier kocht en UItgaf aan boeren, kreeg men boos argwaan en eiste afrekening van Scholte.

Hier komt de schaduwzijde van Scholte naar voren. Voor zulke enorme aankopen had hij, achteraf gezien, enkele deskundigen moeten inschakelen.

Ook bij zijn voortijdig overlijden hadden rust en vertrouwen in zijn kolonie gegarandeerd moeten zijn: Op eerste verzoek had hij financiële verantwoording moeten doen en decharge vragen. Het ging om aankopen van 50.000 hectare land, welke tegen een minimumprijs van $ 1 per acre op $ 125.000 zijn gekomen. Maar Scholte faalde, hij "klapte dicht" van verontwaardiging en wenste niet met zijn verontruste beschuldigers te spreken.

Waarschijnlijk wat hij diep gegriefd door het algemeen wantrouwen, omdat hij ook zijn eigen middelen (die $ 40.000 moeten hebben belopen) al lang in de gemeenschappelijke pot had gewaagd. Hij wist bovendien dat de prijzen enorm en snel stegen, hetgeen, bij publicatie, speculanten zou aantrekken. Om uit de puré te komen vroeg hij een oude, rijke zuster te Amsterdam om een lening van $8.000; alweer een gebaar dat wantrouwen mag wekken. Hij stuurde haar echter voor zakelijk advies naar Wormser en bood haar de keus: of de helft van de grond in eigendom verwerven of de gehele partij in onderpand te krijgen. Korte tijd na afloop van deze crisis was de riviergrond inderdaad het tienvoudig waard.

Een ander punt, waarover de kolonisten zeurden, was dat Scholte voor hogere prijs per acre verkocht dan 'het gouvernement hem vroeg. Dr Stellmgwerff wees er al vluchtig op: dat het bouwrijp maken van terrein, het aanleggen van wegen, waterwegen, pleinen, straten, openbare gebouwen, verkavelingskosten en zo voort een begrijpelijke prijsverhoging geven.

Maar men begreep dit niet of wenste dat niet te begrijpen. Achteraf kunnen we zeggen, dat Scholte met scherpe blik de stad aanlegde, de toekomst zag liggen tot aan de wederkomst des Heeren, en aller belang heeft gediend.
Toch is het algemeen wantrouwen, zoals niet aanvaardbaar, wel begrijpelijk. Er zijn enorme afstanden tussen voorganger en gemeente gegroeid, tussen leider en volgelingen. Scholte is geschorst, onttrok zich, werd afgesneden van de gemeente.

Dank zij de komst van een nieuwe groep kolonisten, zomer 1849, is deze zaak goed gekomen. Dank zij ook de Heere, die het werk van zijn handen niet liet varen. Vader Hospers en een aantal andere, wijze, boeren wilden niet van onbewezen zaken horen - maar hielden de zo goed bekend staande Scholte trouwen geloof. Er kwam nieuw kapitaal van kopende boeren, de crisis werd opgelost, de eigendomsbewijzen afgeleverd. Er kwamen koppen die Scholte's afrekening doorgrondden en goedkeurden.

Er kwamen ook wijze broeders, die beide partijen bijeenbrachten en tot verzoening wisten te brengen. Scholte beleed schuld over zijn hardvochtigheid en vroeg vergeving. De kerkeraad (sommigen onder protest) verklaarde de afzetting ongegrond en beleed eveneens schuld. Scholte preekte met zichtbare blijdschap weer: over Jacobus 5 : 7, 8 - wees de zonden beiderzijds "ruiterlijk en met wijsheid aan" en de stad kwam tot verdere groei en bloei. En tot vandaag wordt onder vaderlandse liberalen over "dominees-economie" gesproken.

Nadat Scholte in 1868 aan een hartaanval overleden was, nam de raad van Pella, onder burgemeester Hendrik Hospers, een resolutie aan, sprekend van een onherstelbaar verlies van een geliefde vriend, stichter onzer kolonie, die door zijn zuiver karakter, oprechte wandel en broederlijke toegenegenheid allen dierbaar was geworden en in wie wij erkennen een bekwaam Godgeleerde, diep denker en gezond uitlegger' der Schriften, een voorbeeld van een goedhartig, wijs en gematigd mens, wiens nagedachtenis zal leven niet alleen te Pella maar ook in Holland.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief