DE NAAM VAN ONZE KERKEN

1979-02-16
  • Jaargang 23
  • nummer 7
Na de uitnodiging van de redaktie in het nummer van 26 januari zijn verschillende lezers in de pen geklommen en hebben hun schriftelijk vastgelegde mening aan ons doen toekomen.

Daaruit blijkt vooral dat het "ingezonden" van de heer Van Klinken uit Haarlem nogal wat reakties heeft losgemaakt. U zult dat ook nog wel ontdekken in de nog te plaatsen "ingezonden's". (We zijn helaas niet in staat elk ingezonden direkt na binnenkomst te publiceren; de diverse schrijvers vragen we om enig geduld.) We konstateren nu alvast maar dat de diskussie onder de lezers nogal polemisch van aard dreigt te worden, en af en toe zelfs wat té fel. Daarom het verzoek om vooral het onderwerp - de naam van onze kerken - te behandelen, en niet te vervallen in verdediging van of aanval op een schrijver/schrijfster!
De vrije kerk Zó heette 'n periodiek in de Chr. Ger.
Kerk in de tweede helft van de vorige eeuw. Het tijdschrift beleefde twintig jaargangen als ik m niet vergis.

Kort na de vrijmaking van 1944 hebben we ook een blad gehad, dat 'De Vrije Kerk' heette. De broeders vonden dat toen blijkbaar een naam, die typerend was voor de kerken, die bevrijd waren van synodale overheersing.
Nu is er in de landelijke vergadering van onze kerken op 25 nov. '78 een bespreking geweest over de naam van de kerken. De broeders zijn er niet uitgekomen. De uitslag van de tweede stemming (20 voor 'Vrijgemaakt Geref. Kerken' en 18 voor 'NederI. Geref. Kerken') vond men een te wankele basis voor een beslissing, zodat de zaak is overgelaten aan de in mei a.s. te houden zitting.
Het merkwaardige feit deed zich voor, dat bij eerste peiling de naam 'Vrije Geref. Kerken' 2 stemmen verwierf.
Verreweg het kleinste aantal.
Als argument pro deze naam werd aangevoerd, dat hij zowel de oude als de jongste kerkgeschiedenis honoreert.
Maar anderen vinden de naam toch teveel de gedachte wekken aan vrijblijvendheid. Zo zegt het persverslag.
Is dit niet een vreemd argument voor mensen, die toch willen staan in de vrijheid in Christus? De christelijke vrijheid wekt toch niet de gedachte aan vrijblijvendheid? Van die vrijheid lezen we in de Schrift op meerdere plaatsen. Ik wil er drie noemen: Wanneer dan de Zoon u vrijgemaakt heeft, zult gij werkelijk vrij zijn, Joh. 8: 36.
Waar de Geest des Heren is, is vrijheid, 2 Kor. 3 : 17. / Opdat wij waarlijk vrij zouden zijn, heeft Christus ons vrijgemaakt. Houdt dus standen laat u niet weder een slavenjuk opleggen, Gal. 5 : 1.
Bij deze woorden van de Heer en Zijn apostel hoeven we echt niet ons 'gereformeerde' vingertje op te steken, om voor déze vrijheid te waarschuwen.
Want gij zijt ger6épen, broeders, om vrij te zijn; gebruikt echter die vrijheid niet als een aanleiding voor het vlees, maar dient elkander door de liefde, Gal. 5 : 13.
We kunnen de vrijheid verkeerd gebruiken, maar daarom moeten we niet bang zijn voor het woord 'vrij-' heid'!
We zijn wèrkelijk vrij, maar we zijn niet vrij van de wet der liefde. Luther laat in zijn geschrift over 'De vrijheid van een christen' deze twee stellingen voorafgaan: 1. een christen is een zeer vrije heer over alle dingen, aan niemand onderworpen; en: 2. een christen is een zeer dienstvaardige knecht van allen, onderworpen aan allen.
Als we vinden, dat de naam vrije kerk teveel de gedachte wekt aan vrijblijvendheid, dan zouden we ook bezwaar kunnen hebben tegen het woord 'liefde', omdat het teveel de gedachte wekt aan lievigheid, en tegen het woord 'geloof, omdat het teveel de gedachte wekt aan onzekerheid of lichtgelovigheid.
Zijn er eigenlijk kerken, die zich vrij vrijblijvend opstellen? Die van geen gemeenschapsoefening willen weten?
Die alle maken van afspraken veroordelen?
Ik ken ze niet.
Wèl ben ik de opmerking tegengekomen, dat de noodzaak van Geestelijke gemeenschap tussen de afzonderlijke kerken en de plicht tot het beoefenen van die gemeenschap volstrekt niet samenvalt met of identiek is aan de noodzaak van een algemeen georganiseerd en gereglementeerd kerkverband. En meermalen hoorde ik spreken in déze geest: Laten we in zaken die ons niet door de Heer der kerk geboden of voorgeschreven zijn, zoveel mogelijk overlaten aan de vrijheid èn de verantwoordelijkheid, die elke afzonderlijke gemeente in Christus heeft.
Daarom is m.i. de naam "Vrije Gereformeerde Kerken" zeer aan te bevelen.

J. Waagmeester, Lisse

What 's in a name?

De redaktie van Opbouw wil haar lezers de gelegenheid bieden te reageren op de tot nog toe ingezonden brieven over de naamgeving van onze kerken.

Ik wil daar in een korte reactie op de ingezonden brief van dr. van Klinken gebruik van maken. Aangezien ik in een eerder artikel in Opbouw reeds mijn opvatting over de naamgeving van onze kerken gaf, zal ik op dit punt niet in herhalingen treden. Ik wil me beperken tot enkele kanttekeningen bij dr Van Klinken's opvattingen over de betekenis van onze kerkgeschiedenis. Ik wil vooraf bekennen dat ook ik behoor tot degenen die nimmer een studie - laat staan een grondige studie - hebben gemaakt van de (recente) kerkgeschiedenis, de formulieren van enigheid en andere bomen in het bos van de kerkhistorie. Ik moet er echter aan toe voegen dat ik er ook geen behoefte aan heb. Althans niet op de manier die dr Van Klinken aangeeft. Niet op een wijze die slechts leidt tot een legitimatie van onze kerken. Een legitimatie die zo gemakkelijk kan uitmonden in de opvatting dat de kerkgeschiedenis aantoont waar het vergaderings- en verlossingswerk van Jezus Christus uitkomt: de gedachte van de "ware kerk". Wat ons naar mijnmening als christenen vandaag verbindt is niet primair de keuze in allerlei al dan niet fundamentele kerkelijke kwesties, vandaag of in het verleden.
Wat is primair de liefde voor God en elkaar. En vanuit die liefde, die ons als mensen en zeker als christenen op alle terreinen van ons leven zou moeten verbinden, wil ik zoeken naar die terreinen waar dat ondanks de zonde nog mogelijk is. Daarbij ontdekken we helaas veel terreinen waarop die band met groepen christenen niet (meer) aanwezig is. Daarvoor zijn soms de oorzaken te vinden in de geschiedenis., Voor wat betreft het kerkelijk terrein vinden we die oorzaken in de kerkgeschiedenis. Wanneer we echter uitgaan van het fundament van de liefde, dan kunnen we deze oorzaken niet anders dan als ,,kwalijke zaken" zien. Ze staan immers de liefde in de weg. Hebben de kerkscheuringen - maar ook de scheuringen op andere terreinen van het leven! - dan niet te maken met Christus' verlossingswerk? Wel degelijk.
Ze tonen ons en alle christenen immers exact waar en in welk opzicht de fundamentele liefde voor God en elkaar te kort schoot. En daar moeten we dankbaar voor zijn, omdat ons daarmee de kans gegeven wordt de gescheurde liefdesbanden te herstellen.
Te herstellen, niet te verbloemen.
Dat is nodig om als christenen gezamenlijk te kunnen werken aan Gods Koninkrijk. Er is immers in deze wereld nog zo veel te doen op alle terreinen van het leven. Als we denken aan de honger, de verdrukking, de ongelijkwaardigheid van mensen, het sociale onrecht in ons eigen land en in de wereld, waar wij mede ten gevolge van onze verdeeldheid zo machteloos tegenover staan. Dan vraag ik mij af: mogen wij onze tijd gebruiken voor eindeloze discussies en beschouwingen over de naamgeving van onze kerken of moeten we tegen elkaar zeggen: “what 's in a name", om onze krachten voor wezenlijker en fundamentelere zaken te gebruiken.


Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief