Lezen in 1 Joh. 1: 1-4

1979-03-02
  • Jaargang 23
  • nummer 9
Wie de eerste verzen van deze brief leest, moet wel onder de indruk komen van de nadruk op het echt gebeurd zijn van wat er in de heilsgeschiedenis heeft plaats gevonden: we hebben gehoord, we hebben gezien, zelfs met de handen getast.
Johannes, en ook de andere apostelen, getuigen van wat er heel tastbaar en konkreet zichtbaar zich heeft voorgedaan in de gewone werkelijkheid van alledag toen en daar in Kanaän.
En dit zo feitelijke gebeuren in de geschiedenis der mensheid wordt maar niet betrokken op de mens Jesus van Nazareth, de rabbi Joshua, als zou zijn bestaan historisch wel aannemelijk zijn.
Voor Johannes en de anderen was het boven alle twijfel verheven dat deze Jesus de zoon van God was, die als mens op aarde heeft geleefd en geleden, wiens bloed ons reinigt van alle zonden, die thans in de hemel bij God is als onze voorspraak, aan wie we helemaal gelijk zullen wezen bij zijn terugkomst.
Dit was voor hen maar niet een grootse visie, een geweldige boodschap met verreikende, ook ethische, konsekwenties, waarbij de vraag naar het echt gebeurd zijn van wat geloofd moet worden als niet er zake terzijde werd geschoven.
Hoe zou iemand geloof kunnen schenken aan een boodschap van zulk een importantie als de christelijke die feitelijk-historisch letterlijk in de lucht hangt?
Hoe zou iemand voor die boodschap geloof kunnen vragen, inzet van het leven, ja zelfs het lijden, als het uiteindelijk een menselijke visie, een theologische conceptie zou zijn?
Alles wat Johannes verder in deze brief schrijft, met name ook over de ethiek, veronderstelt de historiciteit, het echt gebeurd zijn van feiten als de menswording, de kruisiging, de opstanding, de hemelvaart van Jezus Christus, de Zoon van God.
In deze nadruk op de feitelijkheid van het heilsgebeuren wordt een christen vandaag sterk aangevochten.
Sinds Descartes en de opkomst van het rationalistische, verwetenschappelijkte denken zijn wij Westerse mensen met een ernstige blikvereniging behept geraakt, waardoor het ons moeilijk valt om als betrouwbare kennis te aanvaarden wat niet wetenschappelijk bewezen is. Of een variant op dit bekende thema, het valt ons moeilijk dingen als echt en reëel te aanvaarden die we niet zelf hebben meegemaakt, zelf hebben ervaren, zelf als echt en reëel hebben ondervonden. Ook dan moeten de feiten van het geloof eerst bewezen worden, zij het nu door onze ervaring.
Jezus' woord aan Thomas "Zalig zij die niet gezien maar toch geloofd hebben" is wel heel in het bijzonder vandaag een kruis voor veel mensen.
Maar voor Johannes staat en valt alles met het echt gebeurd zijn van de feiten. En het is goed om dat op te merken bij het lezen van zijn brief.

Waar de feiten zo belangrijk zijn, spelen de oog- en oorgetuigen een centrale rol. Vandaag hebben wij het letterlijk van horen zeggen!
De getuigen, onder wie de apostelen, bemiddelen voor ons de feiten van het heil. Vandaar dat er in het N.T. veel gelegen is aan de betrouwbaarheid van de getuigen. Een man als Paulus was daar gedurig voor in de weer.
Dat zien we bijvoorbeeld in 1 Cor. 15 of in de Gal. brief.
De verkondiging van de getuigen staat in tussen toen en nu. Zonder deze verkondiging, zoals ze later ook vorm heeft gekregen in het N.T., waarbij we ook het O.T. mogen betrekken, is het christelijke geloof onmogelijk; maar ook zonder geloof in deze verkondiging, in dit konkrete getuigenis van Johannes in deze brief bijvoorbeeld.
Hier ligt ook de diepste grond voor de centrale plaats die de prediking inneemt in kerken van protestantschristelijke signatuur.
Prediking is geen one man show, maar funktioneert in de bemiddeling van de feiten zoals dat begonnen is met het getuigenis van de oog- en oorgetuigen.

Een volgende keer wil ik stil staan bij waar het om gaat in de feiten die verkondigd worden - om Jezus Christus het Woord des levens.
Nu wil ik tenslotte nog benadrukken dat er verkondigd wordt met de bedoeling dat mensen gaan geloven in de feiten, in wat er gebeurd is, toen met en door Jezus Christus. En geloven is niet maar weten hoe de dingen in elkaar zitten, de feiten op een rijtje kunnen zetten - hoe belangrijk dat op zichzelf ook is. Geloven is ons vertrouwen geven, ons hart overgeven!, ons leven toewijden aan Jezus Christus onze Heer, en dat elke dag weer opnieuw.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief