Omtrent het kerkverband (3)
1979-03-02
Organiseren is: in verband brengen. Maar hoe? Hoe is of wordt een levensverband opgebouwd, hoe zit het in elkaar, hoe lopen de lijnen van de een naar de ander? De wijze van opbouw noemen wij "structuur", een modewoord, maar het kan ons wel helpen onderscheiden.- Jaargang 23
- nummer 9
In de structuur van een levensverband zit een element van verankering.
De structuur geeft richting aan de wijze, waarop de mensen binnen het verband met elkaar in contact komen, met elkaar omgaan in hun verhoudingen.
Het doel van een kerkverband is, dat de gemeenten van Christus elkaar helpen en dienen, tot eer van God en in gehoorzaamheid aan Zijn Woord, in harmonie met wat wezenlijk is voor de gemeenten zelf.
Een goede structuur helpt ons goed te blijven doen, een slechte structuur maakt het ons moeilijker ons te bekeren. In een goede structuur kunnen we elkaar bereiken, in een slechte leven we langs elkaar heen, komt de hulp moeilijk tot zijn recht en kan, wat als liefdevol bedoeld is, zelfs verkeren in dwang.
Een goede structuur is gebouwd op de eerbiediging van de mensen in hun ambten, een slechte schendt het eigene daarvan en respecteert geen grenzen.
Hoe komt een goede structuur tot stand? Door het leven in te richten naar Gods geboden. Zich organiseren is een proces en de wijze waarop wij dat doen behoort tot onze verantwoordelijkheid. Het gaat dan ook niet aan, de structuren aan te wijzen als de onpersoonlijke schuldige aan het bederf in de samenleving. Zelfs binnen de slechtst denkbare structuur blijft staan, dat wij het Woord hebben en dat ons is geopenbaard wat goed is en wat de Here van ons' vraagt: niet anders dan recht te doen en getrouwheid lief te hebben en ootmoedig te wandelen met onze God (Micha 6). Als mensen zich bekeren worden slechte structuren tenslotte goed, want de Waarheid maakt vrij.
Zij verlost van slavernij en sticht gemeenschap. .
Als uit het Woord geboren gemeenschap van Christus een kerkverband aangaan en onderhouden in gehoorzaamheid, zal dat verband een struètuur ontvangen, die gekenmerkt wordt door vrijheid en gemeenschap.
Want dan geeft God Zijn zegen. Maar als Gods kinderen hun afhankelijkheid vergeten, hoogmoedig worden en zich bekennen tot menselijke leringen, dan zullen vrijheid en gemeenschap uit de structuren wijken.
De samenhang en wisselwerking van gezagsstructuur en menselijke lering blijkt onthullend uit een gesprek, dat Elseviers Magazine onlangs had met bisschop Gijsen van Roermond.
Op de vraag, of de situatie binnen de Nederlandse kerkprovincie(!) zo geworden is, dat Rome erbij gehaald moet worden, antwoordt de bisschop:
Nou ja, Rome erbij halen, dat vind ik weer een andere kwestie.
Ik vind namelijk, dat Rome er altijd bij is ...
De bisschoppen zullen zich voortdurend moeten afvragen in hoeverre ze in de lijn van de wereldkerk denken. . . .
Ik zie het moment komen, dat de Heilige Stoel Nederland voor echte keuzes stelt. Dat moet ook, de paus móet wel ingrijpen ...
Gevraagd wat hij ervan zou denken als de r.k. kerk en de reformatorische kerken hun eeuwenlange interpretaties nu eens overboord gooiden en gezamenlijk teruggingen naar de bronnen - in casu de Schrift - om die opnieuw te ontdekken, is het bisschoppelijk commentaar:
Dan zou ik ontkennen dat in de ontwikkeling van het gelovige denken van de kerk die twintig eeuwen bestaan hebben.
Dat kan ik niet, want qua uitleg van de Openbaring horen die (interpretaties, C. H.) ook wezenlijk bij ons geloof.
Bij voorbeeld: wil er eenheid komen, dan zal de oud-katholieke kerk of een reformatorische kerk ook de Maria-dogma's als onfeilbaar juist moeten aanvaarden, die na de scheuringen zijn uitgesproken.
De samenhang en wisselwerking tussen menselijke lering en dwangmatige verhoudingen kan ons ook genoegzaam bekend zijn uit de geschiedenis van onze eigen gereformeerde kerken in de veertiger jaren. Leringen als die omtrent de veronderstelde wedergeboorte, algemene genade en onsterfelijkheid der ziel hebben geleid tot binding van theologische candidaten, schorsingen en afzettingen van ambtsdragers, buitenverbandstelling van een gemeente en onthouding van de sacramenten.
Dat alles is vervolgens gedekt door een uitleg van artikel 31 van de kerkorde, waarbij een plaatselijke kerk verplicht werd de synodebesluiten uit te voeren, wilde. zij deel uit blijven maken van het kerkverband. Dit proces werd tenslotte voltooid, door bij de herziening van de kerkorde het "voor vast en bondig houden, tenzij ... " te schrappen. In onze tijg blijkt datzelfde kerkverband tot handhaving van de confessie nauwelijks meer in staat: hoogmoed komt vóór de val.
Nadenkende over het kerkverband, zullen we ons hart open moeten stellen voor de Schrift, om in dat licht de werkelijkheid te kunnen zien. De bijbel levert ons echter geen blauwdruk van een kerkverbandelijke structuur.
Misschien mag gezegd worden, dat het Oude Testament, met zijn nauwkeurige voorschriften omtrent inrichting van de legerplaats, bouw en inrichting van de tabernakel, de altaren en de ark, daar trekken van heeft. Maar wij geloven met de woorden van artikel 25 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis, dat zulke figuren opgehouden hebben met de komst van Christus (fijn, dat we belijdenisschriften hebben; stel je voor dat iedere generatie dat alles opnieuw weer zou moeten zoeken). Schaduwen waren dat, zo schrijft Paulus aan de Colossenzen. Wie weet hoe een blauwdruk wordt gemaakt, onder een lamp, op lichtgevoelig papier, weet ook van figuren en schaduwen. De nieuwtestamentische' gemeente staat niet meer onder de tucht van modellen (vgl. Gal. 3: 24), zij is vrij.
We moeten ons hoeden voor een omgang met de bijbel, als met een blauwdruk.
Kinderen die geen zin hebben om tweemaal op een zondag naar de kerk te gaan, plegen dat te doen: er staat nergens in de bijbel, dat je tweemaal, enz. Dat zijn blauwdrukredeneringen; de tweede dienst komt op de blauwdruk niet voor, en dus ... We krijgen dan benaderingen als de volgende: de vergadering te Jeruzalem, ons beschreven in Handelingen 15, was een soort synode, dus wij ook een synode. Of negatief: de bijbel weet niets van synodes, dus wij ook geen synode. En zo voorts.
Luisterend naar de Schrift nadenken over het kerkverband, begint met het opvangen van de openbaring omtrent de gemeente. Iedere gemeente, twee of drie of meer vergaderend, heeft de Christus ongedeeld, het Woord geheel, de Waarheid volledig. Aan welke plaats, in welke tijd zij moge zijn, haar ontbreekt niets. Gods kinderen zijn opgenomen in de kerk van Christus van alle plaatsen en tijden, vergaderd als zij worden in de gemeente.
De verhouding van de plaatselijke gemeente tot de kerk van alle eeuwen is uniek. Ik kan die heilige, algemene, christelijke kerk maar op één manier vinden, maar op één manier tot haar behoren, namelijk door samen te komen in de plaatselijke gemeente van mijn tijd. Er is op aarde geen bovengemeentelijk lichaam, instituut of organisatie waarin de kerk van alle plaatsen door de tijd heen verschijnt. Een plaatselijke gemeente is dan ook nergens een (incomplete) afdeling van, niet van de roomse wereldkerk, niet van een Nederlandse kerkprovincie, niet van een Nederlands hervormd kerkgenootschap. De plaatselijke gemeente is geen afdeling van een kerkverband, maar het kerkverband is een verband van plaatselijke kerken. De plaatselijke kerk is zelfstandig en vrij. Omdat het Woord vrijmaakt.
Christus regeert zijn gemeenten door haar eigen ambtsdragers. In de verhouding van Christus als Hoofd van Zijn Kerk en de ambtsdragers, die over een gemeente zijn gesteld, functioneert geen enkele tussenschakel; de gezagsrelatie is rechtstreeks en het is in strijd met de klare openbaring als iemand zich daartussen. wringt. Is iedere gemeente aldus zelfstandig en vrij, zij houdt zich niet op zichzelf, want zij heeft het Woord niet exclusief, met uitsluitng van andere gemeenten. Zomin als zij afhankelijk is van een bovengemeentelijk verband met bijbehorende gezagsinstantie, zomin is zij dat van een of meer zusterkerken. groot of klein, rijk of arm, het doet er niet toe. Vanuit haar vrijheid en zelfstandigheid oefent zij met haar zustergemeenten de gemeenschap van Christus. Uit de gave van die gemeenschap bloeit in de weg van christelijke creativiteit het kerkverband op, met als voornaamste uitdrukking van geloofsverbondenheid de gemeenschappelijke confessie en met als enig doel christelijk dienstbetoon.
Een kerkorde, of we die nu Akkoord van Kerkelijk Samenleven of nog weer anders noemen, die aan deze het verband structurerende grondbeginselen niet voldoet, moet worden afgewezen.
Voor ons, zondige en beperkte mensen, is het luisteren naar de Schrift geen moeiteloze zaak. Het onderhouden van het kerkverband kan slechts zegenrijk zijn, wanneer het geschiedt in diepe afhankelijkheid van de Heer der Kerk. Maar het is een afhankelijkheid die vrijmaakt, als de zoon van de Vader vrij is en de slaaf gebonden. Wie christelijk gehoorzaam zijn weg gaat, zal ontspannen in het kerkverband kunnen verkeren, hij hoeft zich niet te laten opjagen en zal de broederschap evenmin in eigenzinnigheid ophouden. Hij zal zich ook niet aanstellen, alsof het ware christelijke leven bij hem begint, maar hij zal hen die zijn voorgegaan eren. Hij weet immers, te mogen staan in continuïteit. Er lopen inderdaad lijnen over Dordrecht naar hier en nu. In christelijke afhankelijkheid kun je die ontwaren.
Ook als je het Akkoord van Kerkelijk Samenleven leest.
Hoe wij met elkaar omgaan in de gemeente en hoe de kerken samen leven is van bijzondere betekenis. De kerk is het volk van Gods Koninkrijk en heeft de belofte van de nieuwe mensheid. Het gaat erom, dat wij door het geloof zijn, wat we krachtens de belofte worden. Kinderen van een Vader, niet van wanorde, ook niet van Law and Order, maar van vrede. De wereld waarin wij verkeren wordt geteisterd door ontbinding van gemeenschap.
Met geweld banen mensen zich een weg, geweld vanaf de top, geweld vanuit de basis.
Laat het vrede zijn onder ons.