Kerkelijke tucht
2012-03-31
Eind januari was er in Kampen een congres over homoseksualiteit. Daarover wil ik het hier niet hebben. Wel over iets dat tijdens dat congres ook ter sprake kwam, namelijk de rol van de kerkelijke tucht in de huidige tijd.- Jaargang 56
- nummer 7
In De Wekker van 3 februari schrijft Miranda Renkema:
Eén van de inleiders op het congres was de vrijgemaakt-gereformeerde ethicus prof. dr. A. de Bruijne. Hij riep de kerken op om terughoudend te zijn met tuchtmaatregelen rond homo’s die seksueel samenleven, omdat de tucht homo’s vaak juist niet helpt toe te groeien naar God en naar zijn doel. () Bovendien, zei hij, verkeert de kerkelijke tucht als zodanig in een impasse: anders dan vroeger loopt de tucht bijna nooit meer goed af en de zonden waarover tucht wordt geoefend zijn vaak nogal willekeurig. () Ik moet zeggen dat de woorden van De Bruijne wel herkenning oproepen.
In ieder geval bij mijzelf. Maar ik denk dat het voor een groot deel van onze gemeenten geldt dat er verlegenheid bestaat rond de tucht (). En ik denk dat die verlegenheid voor een deel inderdaad te maken heeft met de constatering dat de tucht eigenlijk bijna nooit ‘werkt’, in de zin van: doet waarvoor die bedoeld is, namelijk iemand van een verkeerde weg terugbrengen op de weg van Christus. () Nu kun je bij het nadenken hierover snel naar de heersende cultuur wijzen en zeggen: “mensen laten zich in onze tijd nou eenmaal niet makkelijk iets gezeggen; ze wachten een tuchtprocedure niet meer af, maar houden ‘de eer aan zichzelf’ en vertrekken” - om daarna je hoofd te schudden over ‘deze tijd’. Maar daarmee is de uitkomst niet anders; of de cultuur nou de boosdoener is of niet, het resultaat is hetzelfde: iemand is niet gewonnen voor Christus! Dat zou reden genoeg moeten zijn om wat langer stil te staan bij de vraag wat de tucht beoogt en wat die uitwerkt.
Het tweede dat De Bruijne noemt is ook herkenbaar, namelijk dat bij bepaalde zonden de vraag naar kerkelijke tucht vrij snel naar boven komt, terwijl allerlei andere zonden onbestraft en onbesproken blijven. Wat te denken van de zonde van geldzucht en economisch onrecht bijvoorbeeld?
De Bijbel zegt er veel meer over dan over de zonde van homoseksualiteit ...
Hoe kan het dat we zo selectief zijn in het noemen van zonden die in aanmerking komen voor tucht? Ook deze vraag is serieus onder ogen te zien.
De oproep van De Bruijne om de tucht opnieuw te doordenken lijkt me dan ook waardevol. Zonder hernieuwde bezinning is de kans groot dat de tucht stilzwijgend steeds verder van de gemeenten af komt te staan en uiteindelijk helemaal niet meer functioneert.
Het probleem is echter dat de Bijbel wél lijnen aanreikt voor een kerkelijk vermaan ... En die lijnen zijn veel te duidelijk om ze zomaar te kunnen negeren.
Veel te heilzaam ook. Daarom doen we er als kerken goed aan om opnieuw vanuit de Bijbel te doordenken wat de bedoeling van de tucht is en waar de basis ligt voor een ambtelijke opdracht op dit vlak.
En dan zouden we er wel eens achter kunnen komen dat de oorzaak van onze verlegenheid met de tucht nog dieper ligt dan hierboven aangeven.
Daarmee kiest mevrouw Renkema voor een route die wegvoert van de vragen die op dit punt vaak gesteld worden; u kent ze wel: ‘Doet de kerkenraad daar niks aan? Kan dat dan allemaal maar tegenwoordig?’ Maar, zegt zij, de tucht stelt ook kritische vragen aan de gemeente, en niet alleen aan een kerkenraad:
In zekere zin zijn wij in de gemeente van Christus allemaal elkaars ‘broeders hoeders’. Ook al staat dat haaks op onze cultuur waarin ieder zelf zijn keuzes wil maken en daar van anderen ‘respect’ voor verwacht. Ook in deze cultuur geldt dat we als broeders en zusters in Christus verantwoordelijkheid hebben ten opzichte van elkaar en dat we hebben toe te zien op elkaars leven met God, met het oog op elkaars standhouden in het geloof. () Ik ben bang dat er daar heel veel mis gaat, bij dat onderlinge toezicht en onderling vermaan. Als het al gebeurt, gebeurt het vaak hard en liefdeloos, maar in de meeste gevallen denk ik dat we het gewoon niet doen.
We durven het niet, elkaar aanspreken en elkaar vermanen. Maar als die basis gemist wordt, kan de hele (ook ambtelijke) tucht niet werken!
In de tucht () wordt de hele gemeente gemobiliseerd om rond een gemeentelid dat dreigt af te raken van Christus te gaan staan en om met intens gebed en gesprek te proberen hem of haar terug te halen. Dat vraagt liefde en een zelf hartelijk met Christus leven.
Wanneer de tucht niet functioneert zou dat wel eens heel wat kunnen zeggen over het geestelijk leven in de gemeente als geheel.
Drs. Menko Biewenga is predikant van de NGK Enschede.