Toetsing of bekrachtiging (1)
1979-03-30
Het beroep op de historie Zoals ik in het vorige artikel reeds zei heeft prof. P. Deddens zich voor zijn oordeel dat de ratificatie of bekrachtiging van de besluiten van de meerdere vergaderingen door mindere een integrerend deel van de rechtsvorm uitmaakt beroepen cp de historie. We gaan nu op de door hem gegeven voorbeelden nader in.- Jaargang 23
- nummer 13
Hij noemt allereerst 1) de Provo Synode van het Noorderkwartier (Noord-Holland) 1578. Zij besloot dat de tot haar ressort behorende classes de artikelen van de Synoden van Emden 1571, Dordrecht 1574, als ook van verschillende van haar eigen voorgangsters zouden doorlezen om er met elkaar over te spreken "wat men vna dyen sal connen aennemen oft nyet". Dit is echter duidelijk niet een normaal geval van al of niet ratificatie van besluiten ener pas gehouden nationale synode in de door Deddens' gebruikte zin, maar een geval van in het algemeen orde op zaken stellen.
Het betreft hier allerlei praktische kwesties, waarover in heteigen ressort verschil van handelen bestaat en verschillende besluiten zijn gevallen. Er heerst onzekerheid en blijkbaar een zekere verwarring.
Daarom wil men het geheel nog eens overzien en nagaan wat er allemaal besloten is om dan samen te overleggen wat men daarvan zal kunnen "aannemen" of niet. Maar het besluit gaat verder.
Wat tot moeilijkheden aanleiding geeft zal op schrift gesteld worden en toegezonden worden aan een predikant te Hoorn "opdat men die aldaer byeen setten ende opt nationael synoden inbrinshen". Van al of niet ratificatie geen sprake dus, maar van orde op zaken stellen met behulp van de e.v. nationale synode!
Haar opvolgster, ná deze nationale synode gehouden, besluit dienovereenkomstig - zo vermeldt Deddens - in al de artikelen van Dordt 1578 "te verwilligen ende dieselfde over goet aan te nemen ende alltsamen ende elx" " ... nae haere vermoeghen in 't werck te stellen".
Het laatste belooft ze. Eerst heeft ze verschillende artikelen nagegaan en zo nodig aan de omstandigheden in haar ressort aangepast. Ze stelt zich dus wel enigszins vrij op tegen de nationale synode - vgl. het vorige artikel - maar laat uitdrukkelijk weten dat ze zich verder aan het te Dordt beslotene zal houden, vgl. de termen verwilligen, voor goed aannemen en in het werk stellen, zoveel als mogelijk is, inzonderheid, zo staat er nadrukkelijk bij, de artikelen, waarover zij zich nader heeft uitgesproken. Het betreft hier dus niet de bekrachtiging als deel vande rechtsvorm, maar de noodzakelijke aanpassing m.h.o. op eigen ressort.
Als derde voorbeeld noemt Deddens het volgende: De Provo Synode van Gelderland 1582 heeft de artikelen van de Generale Synode van Middelburg 1581 "voor recht en den woort Godes glechformich erkennt und geapprobiert".
Hij vermeldt even verder ook het besluit van haar voorgangster van 1579, die zegt dat al haar leden de artikelen van Dordt 1578 na de voorlezing ervan aangehoord te hebben "voor recht und der H. Schrift gelijckformich te sijn -bekant hebben". Hier missen we echter de uitdrukking: geapprobeerd, wel een bewijs dat we hier niet al te juridisch moeten denken. Het gaat om de instemming. Vandaar ook de toevoeging in beide gevallen dat alle leden de betreffende artikelen hebben onderschreven of ook dat alle predikanten van het vorstendom ze zullen onderschrijven en zoveel mogelijk zullen "naevolgen".
Het gaat hier niet om de juridische figuur van de rechtsvorm maar om de uitvoering van de ter nationale genomen besluiten, waartoe men zich door ondertekening heeft te verplichten.
We lezen verder bij prof. Deddens: "De Provinciale Synode van Friesland 1619 ratificeert NIET de Dordtsche Kerkenordening (1619): zij blyven by tgeene in deessen mooge overeencoomen mit die van oudts aengenoomen Kerkenordeninge"
en wijzen alzoo de te Dordrecht opgestelde wijzigingen af". Dit is juist, maar wel onvolledig.
Vollediger is hij in een ander geschrift 2), waarin hij meedeelt, dat de part. synode van Friesland zo handelde omdat er anders scheuringen en onheil in de provincie zou kunnen ontstaan. In geen van beide geschriften vermeldt hij dat de synode van Friesland niet vrij was in haar bewegingen, zeker niet wat betreft de kerkorde, evenmin als trouwens haar collega's in andere provincies.
De Staten van Friesland hadden de Dordtse kerkorde rechtstreekt ontvangen en bestudeerd en er ook een resolutie over aangenomen: Zij wilden niet weten van afwijkingen van wat tot nu toe in Friesland had gegolden. En ze hebben op haar verzoek de synode daarvan op de hoogte gesteld. Daarom besloot deze, noodgedwongen, in gelijke zin te besluiten en nu citeer ik de acte letterlijk: "meede om voor te coomen alle differentie (verschil), die deessen aengaande tusschen d' E.M.h.Staten deesser provintie ende d' kercke alhyr soude moogen ontstaen, vermits nu alvooren op deesen by haer E.M.
resolutie waere genoomen ... " De provinciale synode van Friesland had dus geen keus. Overigens zijn de afwijkingen van de bij haar geldende kerkorde uiterst gering. Juist in zaken van orde hebben de kerken van deze tijd zich een zekere, soms noodzakelijke vrijheid voorbehouden.
Maar het gaat niet aan hieruit de algemene conclusie te trekken dat de approbátie van de zijde der mindere vergaderingen een deel van de rechtsvorm der besluiten is.
De acta van de verschillende provinciale synodes, voor zover ze ons zijn overgeleverd, zouden dan toch ook wel allen zonder uitzondering van een of andere vorm van approbatie moeten spreken. Dat was mogelijk geweest in acht gevallen 3)nu even afgedacht van de besluiten van Dordt 1618/19. Maar van die acht gevallen, waarin dit mogelijk ware geweest, is slechts in vier gevallen van instemming, approbatie, inwilliging sprake. Deddens noemt er drie van.
Nog meer valt dit op met betrekking tot de besluiten van de grote Synode van Dordt 1618/19. Naast wat hij opgemerkt heeft over de besluiten van Friesland t.a.v. de Dordtse kerkorde, noemt Deddens hier drie gevallen van "ratificeering (inwilliging, toestemming etc.) n.l. van de synoden van Zeeland, Overijssel en Gelderland. Het betreft hier telkens de artikelen tegen de Remonstranten. Deze zijn in 1619 in Zeeland ter synode "ghelezen ende vanelckeen voor zijn hooft met volle toestemminghe verclaert den woorde Gots ghelijckformich te zijn, waarna het door Dordt opgestelde ondertekeningsformulier door alle leden ondertekend wordt, zoals alle predikanten in de provincie hebben te doen. Dit kan men toch geen ratificatie noemen. Het is erkennen van de geldigheid dezer artikelen als met Gods Woord overeenkomend en van de binding daaraan. Soortgelijk staat het met de prov, synode van Overijssel 1619. Haar leden hebben de vijf artikelen tegen de Remonstranten "aendachtelick aengehoort ende overwogen, oock met eendrachtighe stemme ende betooninghe van sonderlinghe aensenaemheyt, als in alles met Gods woort wel overeencomende, toegestemt" , vgl. ook Gelderland.
Hiermee zijn we aan het einde van de door prof. Deddens genoemde voorbeelden. Naast wat ik constateerde wijs ik er op dat daarin slechts eenmaal werd gesproken van ratificatie, naast andere kwalificaties en nergens van bekrachtiging.
Deddens doet alsof hij slechts een greep uit het vele heeft gedaan, vgl. zijn "b.v." en "etc.", maar in de acta zijn slechts een of twee voorbeelden van een oordeel ener mindere vergaderingeover de besluiten van een meerdere méér door mij gevonden! Dit betreft ook het oordeel over de Canones van Dordt, waarover toch alle provo synodes hadden kunnen handelen.
Ze doen dit op Overijssel, Friesland, Zeeland en Utrecht na geen van allen en deze stemmen er alleen mee in, de anderen gaan zonder meer van de geldigheid uit en handelen dienovereenkomstig. Wel hadden zij zich uitvoerig met de voorbereiding daarvan bezig gehouden, maar daarmee achtten zij blijkbaar genoeg gedaan te hebben: het resultaat was overeenkomstig hun voorbereidende arbeid. Een expresse daad van goedkeuring of instemming hebben ze blijkbaar niet nodig geacht. De zaak was rond.
1) Vgl. voor de door Deddens genoernde voorbeelden, De ratificering van pag. 28.
2) Is het een vreemde en ongereformeerde praktijk, dat de synode-besluiten door mindere vergaderingen worden goedgekeurd?, opgenomen in Eerste en tweedehands gezag door Prof. dr K. Schilder en Prof. P. Deddens.
3) Verschillende provincies hebben pas laat een Synode, in elk geval hebben we uit de allererste tijd slechts weinig acta.