terloops

1979-03-30
  • Jaargang 23
  • nummer 13
In het Gereformeerd Weekblad trof ik een artikel van Harm de Jong onder de titel "Met ontferming bewogen ... ".
De inhoud vind ik belangrijk en daarom neem ik enkele gedeelten over:

"Onlangs bevond ik mij in een nogal lange rij bij de kassa van een zelfbedieningszaak.
U kent ongetwijfeld die toestanden wel. Op dat moment was er een jongeman van ca. 16 jaren, die - och, dat is de jeugd eigenstilletjes trachtte "voor te piepen".
Wellicht zult u, in dergelijke omstandigheden, zoiets ook weleens hebben meegemaakt en, met een glimlach op uw gelaat gedacht hebben: "Och joch, als jij zo'n haast hebt (misschien moest hij naar een school), ga dan je gang maar even."
Doch niet alzo een oude dame, voorbeeldig gekleed met pas ingezette grijze krulletjes in haar haar. Behoudens dat zij met nogal enigszins, puntige ellebogen, de jongeman trachtte terug te duwen, merkte zij tegen mij op (ik stond in haar nabijheid): "Och meneer, die jeugd-van tegenwoordig is door en door slecht"."

"Om redenen, die hier niet ter zake doende zijn, bezoek ik regelmatig inrichtingen waarin onze zwakzinnige en debiele kinderen worden verzorgd.
En door wie? Met geduld en voorbeeldige liefde en vol begrip, hoofdzakelijk door die zgn. "verdorven" jeugd. Elke keer opnieuw zie ik hen met deze onze "stumpers", spelen, wandelen door de bossen of langs de stranden,en - zoiets ziende - vraag ik mij telkens af: "Is onze tegenwoordige, opgroeiende jéugd, inderdaad zo dóór en dóór slecht?"

Ik vraag mij dan ook in alle ernst af: Jezus, dit alles ziende, zou wellicht zeggen: "Gij, ouderen, zie toch naar deze kinderen en laat de.heilige vlam van hun liefde toch overslaan in uw harten, in plaats van dagenlang te dubben over de vraag: ",Zullen we een Volvo nemen of een Ford Taunus?"."
Ik besef volkomen: het is scherp gesteld en wellicht ook té eenzijdig, doch laat ons indachtig zijn: de zweep waarmede Jezus de synagoge ging ontruimen van (geldelijke,aardse) begeerlijkheden ... "

"Onlangs, het was ergens in een gemeente op de Zuidhollandse eilanden, maakte ik een kerkdienst mee, waarheen ik - met een hart vol leegte en verdriet (ik had pas mijn vrouw aan kanker zien sterven) was heengetrokken in de hoopvolle verwachting er troost, bemoediging en kracht te mogen vinden. Ik gevoelde mij - u mag dat gerust weten - nogal eenzaam en verlaten, doch was niettemin niet zonder enige hoop, begeerte en verlangen naar het Woord van Jezus.
Doch arme, wat geschiedde? De voorganger (ál of niet in Kampen of Amsterdam opgeleid) verscheen - voorafgegaan door de dienstdoende ouderling - op het preekgestoelte met handen vol diverse materialen, w.o. een hoefijzer, een anker en een oud stuk steen. Tussen de hoge ramen, de witgekalkte muren en de hoge zoldering van onze kerkgebouwen, zijn wij niet ál teveel gewend, en er ging dan ook een gemompel op onder de mannenbroeders en de getrouw-komende zusters. Dat ik niet mee lachte, kwam omdat ik scherp lette op de reactie van de aanwezige opgroeiende, werkende en studerende jeugd. Nee - vergis u niet - zij lachten of glimlachten zelfs niet, of lieten maar iets van hun verwondering tonen.
En toen kwam - onder zichtbaar vertoon van het bedoelde hoefijzer, het anker en het oude stuk steen, de prediking, en - hoe kon het ook anders - een vermanend woord tot de jeugd, gebaseerd op één van de uitspraken (ééns onder andere omstandigheden) uitgesproken door de apostel Paulus.
Lettend op de aanwezige - voor deze keer nogal talrijke opgroeiende jeugd (bij wie op menig gelaat een spottend lachje verscheen), heb ik gedacht: "Och beste dominee, u bent wellicht een getrouw, eerlijk en oprecht mens en u meent het ongetwijfeld ook allemaal wel goed, doch denkt u nu werkelijk dat onze opgroeiende en (vaak) in nood en ellende verkerende jeugd zit te wachten op dat hoefijzer, dat anker en dat oude stuk steen, en alles omringd met een vermanend \voord van Paulus? Hebt u zich dan nooit eens verdiept in hun persoonlijke nood? Hun eenzaamheid, hun schreiend hart op hun stille studeer of werkkamer, terwijl beneden in de huiskamer of salon zo nodig (en ongestoord) moest worden gekeken naar een Archie Bunker of een Kojak?
Vindt u het vreemd, dat duizenden van hen - vaak met een schreiend hart en de eenzaamheid ontvluchtend - met een zoekend hart optrekken naar een popfestival om aldaar in stilte en innerlijke beroering te gaan luisteren naar de liederen van een Neil Young, een Bob Dylan of naar de protestsongs van Joan Baez ... ?"

Zou het niet zo kunnen zijn - nog even denkend aan die oude dame die zei: "De jeugd is dóór en dóór slecht" - dat, indien Jezus vandaag op deze aarde zou verschijnen, Hij wellicht - de schare van deze tegenwoordige jeugd ziende - hun noden, hun eenzaamheid en schreiende harten kennend -, zou zeggen: "Kinderen, Ik ben met ontferming over jullie bewogen?"
IK (jullie Redder) breng jullie geen, hoefijzer, geen anker, nóch een stuk" steen, doch IK breng jullie MIJN zweet, MIJN tranen en MIJN bloed ... Ik ken jullie harten, jullie pijn, jullie eenzaamheid en zoekende harten ... en IK wil jullie brengen waar je (niet even, maar) eeuwig gelukkig kunt zijn!
- Welk een enorme taak voor onze kerken, ons christelijk onderwijs ... en, niet te vergeten: onze ouders."

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief