De verzoeking in de woestijn

1979-04-06
  • Jaargang 23
  • nummer 14


Volgzaamheid
Verhalen die je allang kent kun je nauwelijks meer argeloos en onbevangen lezen. Misschien valt dat te illustreren met de pericoop Mt. 4 " 1-11, waar Jezus' verzoeking in de woestijn staat beschreven.
Met uitzondering van één reactie ("een iet of wat bizar verhaal") vond ieder het vanzelfsprekend.
Maar minder vanzelfsprekend is, dat deze episode in het evangelie beschreven staat: hoe wist Mattheüs hier van? Er waren geen getuigen.
Dat moet wel tot de conclusie leiden: Jezus heeft dit zelf later aan zijn discipelen verteld. Niet maar als een verhaal, maar als "een stuk onderricht. Nog maar net is Jezus "gezalfd" met de Heilige Geest, Messias geworden, of Hij wordt door de Geest naar de woestijn geleid om verzocht te worden door de duivel. Het laatste dat je bij het begin van Jezus' optreden als Messias zou verwachten is het eerste dat Hem overkomt.
Gezalfd te zijn met de Geest heeft zo zijn eigen consequenties: Hij die anderen steeds oproept Hem te volgen, begint zelf met volgzaamheid.
Jezus roept niemand op Hem te volgen zonder daarin zelf voorgegaan te zijn. Als Hij zegt: zoekt eerst het Koninkrijk Gods ... dan laat Hij dat niet (zoals de farizeeën) aan anderen over. Hij is ook in dezen een van ons geworden.

Noodzakelijke mededeling
In het kader van zijn onderricht moet Jezus ook het begin van zijn volgzaamheid en de gevolgen daarvan aan zijn discipelen hebben verteld.
Nog eens: in het kader van heel zijn onderricht, dus niet als een los fragment. En blijkbaar mocht het niet ongezegd blijven.
Wat een particuliere (geloofs)-belevenis lijkt, diende aan de discipelen bekend gemaakt te worden, en zij moesten het ook óns meedelen.

Nu waren die discipelen Israëlieten, ook Mattheüs oftewel Levi de tollenaar. Ook dat is geen vanzelfsprekendheid waar je achteloos aan voorbij kunt gaan. Is niet juist aan Israël het evangelie, Gods onderricht toevertrouwd? En is niet juist Israël toonbeeld en illustratie van de door God gewilde omgang met de mens? Elke Israëliet beschikt over de documentatie van Gods openbaring. Sterker nog: hij is er lijfelijk bij betrokken. Wat God hem te zeggen heeft moge soms aan dovemans oren gesproken zijn, maar het zijn wel zijn oren en hij is wel de aangesprokene. Het is God in eerster instantie om hem te doen en hij moet zich aangesproken weten. Levi geeft er blijk van dat hij zich aangesproken voelt. Blijkbaar heeft hij Jezus' onderricht in "de wet en de profeten", de bijbel van toen gevolgd èn t.z.t. begrepen.

Ook een getal geeft te denken
Dat inzicht blijkt, als ik het goed zie, uit de volgorde waarin juist Mattheüs de gebeurtenissen verteld.
Op het eerste gezicht is dat niet meer dan: op Jezus' doop volgde de verzoeking in de woestijn.
Maar zou een Israëliet dat niet veel dieper aanspreken? Zou hij geen verbanden zien? Zou hij niet zeggen: zoiets is al eens eerder gebeurd?
Temeer omdat het tweemaal genoemde getal - veertig dagen en veertig nachten - toch zelfs voor ons geen "toevallig" getal kan zijn. Wie denkt niet aan de veertig jaren dat Israël in de woestijn verbleef? Of aan dat andere gegeven,-bij de ontmoeting op de berg Sinaï: "Mozes ging de wolk in en besteeg de berg. En hij bleef op de berg veertig dagen en veertig nachten" (Ex. 24: 18)- waarbij zich de toch niet ongepaste vraag alvàst laat stellen: waar leefde hij al die tijd van?
Terwijl ook bedacht moet worden: Mozes vertegenwoordigde, representeerde het volk Israël. Juist in de gewenning aan een wereld die ontaard is tot individualisme, valt het moeilijk het besef van de oorspronkelijke samenhang en samengang der mensheid steeds voor ogen te houden. De saamhorigheid van het "uit erven bloede" is ook een stukje thorah, onderwijs, dat om toeëigening en toepassing vraagt.

"Alle gerechtigheid vervullen"
Er is meer dat nauwelijks toevallig kan heten.
Voordat Jezus de woestijn werd in geleid, werd Hij gedoopt. Met de motivering aan het adres van Johannes: laat Mij nu geworden, want aldus betaamt het ons alle gerechtigheid te vervullen.
Gerechtigheid is dat wat overeenstemt met "de wet en de profeten", Gods uitgesproken en te boekgestelde openbaring, Gods spreken eertijds vele malen en op vele I wijzen tot de vaderen (Hebr. 1 : 1).
Omdat Jezus Gods openbaring volledig serieus neemt, kan de schrijver van de geciteerde brief in één adem er aan toevoegen, dat God nu, in het "laatst der dagen", tot ons gesproken heeft in de Zoon.
De weg van Israël, de weg der verlossing, ging door het water van de Schelfzee en kwam uit in de woestijn. Deze route had God - uitgestippeld voor Zijn zoon - langs deze weg zou Zijn zoon naar het beloofde land, het land van melk en honing trekken. Dat was in dit geval beslist niet de kortste weg dat kon ook later elke Israëliet bedenken en verifiëren. Maar het was wel de weg die God wilde dat Zijn zoon gaan zou. En Jezus was volkomen bereid die weg te gaan - om ook op deze manier "alle gerechtigheid" te vervullen.

" ... hetgeen de Here door de profeet gesproken heeft"
Niet per ongeluk viel in het voorgaande de term "Gods zoon". En dan "zoon" voorlopig met een kleine letter. Diezelfde Levi die Jezus' opstijgen uit het water (3 : 16) en het naar de woestijn geleid .worden beschrijft, heeft deze naam a1 eerder gebruikt. En juist dan , . blijkt hoe nauw hij Jezus verbonden ziet met Israël. Hij neemt de saamhorigheid blijkbaar serieus.
Hij speelt Jezus niet uit tegen Israël. Dat is eerder wat wij geneigd zijn te doen. Wij schrijven Israël af: 't deed toch niet anders dan murmereren en de verzenen tegen de prikkels slaan. Maar Levi ziet de innerlijke samenhang, de verbondenheid, het verbond: wij horen bij elkaar - niet alleen verticaal (bij God) maar ook onderling. Jezus is voor Levi niet de heel andere maar "een van ons".
Want beschrijft hij de kindermoord te Bethlehem en de vlucht naar Egypte, dan plaatst hij dat in een context die ons gezocht voorkomt maar die voor hem blijkbaar vanzelfsprekend is. Blijkbaar hebben die drie jaar onderwijs die Jezus zijn discipelen gaf in "de wet en de profeten" vrucht afgeworpen.
Onvermoeid geeft hij nu zelf onderricht aan zijn lezers. Israëlieten denkelijk, door keer op keer te herhalen: "opdat vervuld zou worden, hetgeen de Here door de profeet gesproken heeft."

" ... gekomen om de wet en de profeten te vervullen
En dat is dan ook precies wat hij t.a.v. de vlucht naar Egypte en de daarop gevolgde terugkeer te berde brengt: "opdat vervuld zou worden hetgeen de Here door de profeet gesproken heeft toen hij zei: uit Egypte heb Ik mijn Zoon geroepen" (Mt. 2 : 15).
Hosea - de ongenoemde profeet - doelde wel degelijk op het volk Israël (Hos. 11 : 1). Maar Mattheüs zegt niet: daarom kan ik dat profetenwoord niet gebruiken. Integendeel, hij ziet hoe in Jezus, in deze Israëliet, in "de Zoon bij uitstek"
het profetenwoord wordt vervuld - en dat is meer dan "de geschiedenis herhaalt zich". Jezus is bereid "de wet en de profeten te vervullen" (tot het doel-eind te brengen, Mt. 5 : 17). Dus gaat Hij de weg van Israël. Óoor het water.
In de woestijn. Maar dat niet zonder de Goddelijke bevestiging bij het opstijgen uit het water: "deze is mijn Zoon, de geliefde, in wien Ik mijn welbehagen heb" (3 : 17).
Achteraf, na Jezus' onderricht, moet Mattheüs metterdaad de drang in zich hebben gevoeld de weg van deze Zoon-bij-uitstek te volgen met "de wet en de profeten" in de hand. Wat hij blijkens zijn evangelie dan ook gedaan heeft, als vrucht van Jezus' onderwijs inzake de vraag: hoe lees ik de bijbel?!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief