Samenwerking ouders en tieners essentieel voor jeugdwerk
2006-02-03
‘Ik maak me zorgen over Maaike, houden jullie haar in de gaten?’ – ‘Het is voor ons als ouders enorm waardevol om alle enthousiaste verhalen van onze zoon te horen.’ – ‘Het is goed dat jullie het initiatief tot deze avond hebben genomen.’ Zo enkele opmerkingen die ik te horen krijg tijdens een ouderavond van mijn interkerkelijke jeugdvereniging. Twee vruchten van deze avond zijn duidelijk aanwijsbaar. Allereerst ervaren de ouders meer betrokkenheid op de jeugdgroep van hun kinderen. Ten tweede worden wij als leiding sterk bemoedigd door het vertrouwen dat de ouders in ons stellen.- Jaargang 50
- nummer 3
Een dag na deze ouderavond lees ik een artikel van André Maliepaard (Opbouw 20, 49e jaargang) over de betrokkenheid van ouders in het jeugdwerk. Hij stelt dat ouders van groot belang zijn voor het jeugdwerk, maar hij constateert ook dat voor de geloofsopvoeding ouders vaak steunen op school en kerk. Vervolgens meldt hij: ‘Jammer genoeg lijkt het steunen soms meer op: we laten het over aan een school of een kerk.’ Dit ontken ik niet. Ook binnen mijn jeugdgroep ontmoet ik veel jongeren die – op het moment dat ze bij ons komen – niet weten wat een persoonlijk geloof is. Ze komen uit een christelijk gezin, zijn zelf christen, maar zijn niet goed in staat om te verwoorden wat en waarom ze nu eigenlijk geloven. Dit uit zich inderdaad in het niet hardop kunnen bidden, maar ook in een wat afstandelijker omgaan met God.
Samenwerking
Toch wil ik na deze constatering geen punt zetten. In gesprekken met ouders en andere ouderen proef ik een verlangen naar de openheid en echtheid die veel jongeren bezitten. De geloofservaring van jongeren roept gevoelens van verlangen op, maar het is zo totaal anders als de ouders in hún geloofsopvoeding geleerd hebben.
Het is daarom in de meeste gevallen geen gemakzucht van ouders om de geloofsopvoeding naar de kerk te verschuiven, maar simpelweg een niet weten hoe. Het is moeilijk om richting je kinderen te delen wat jij ervaart in je geloof, als je dat van huis uit niet gewend bent. Nu kunnen we dit constateren en bij de tieners proberen te lappen wat er te lappen valt, maar er is iets beters te doen. Dit betere is: samenwerking. Ik doel in eerste instantie niet op samenwerking tussen kerk en ouders – waar André op doelde in zijn artikel – maar tussen tieners en ouders.
Geloofsbeleving
Het punt waar we het over hebben is een belevingsverschil en geen geloofsprobleem. Dat is een belangrijk startpunt.
Een geloof waarin persoonlijk gebed en reflectie op bijbelteksten voorop staat, is geen beter geloof dan een geloof waarin verkondiging en gemeenschap meer centraal staat. Pas als we dit inzien, kunnen we samenwerking tussen ouders en tieners zien als samenwerking tussen partijen die evenzeer verlangen om God te aanbidden. Daarnaast zullen ouders hun kinderen wél duidelijk moeten maken dat ze van hen willen leren. Dit betekent dat ouders met de billen bloot moeten en moeten bekennen dat ze verlangen te horen over de geloofsbeleving van hun kinderen.
Pas als deze randvoorwaarden geschapen zijn, kan het gesprek tussen ouders en tieners zinvol zijn.
Hulp van de kerk
Een vervolgvraag is hoe dat gesprek dan op gang gebracht moet worden. Pas hierin krijgt de kerk weer een rol: het voorwerk moet door de ouders en hun kinderen zelf worden gedaan. De kerk is echter wel de instantie die de handvatten kan geven om de dialoog vorm te geven. Tot slot van dit artikel wil ik daarom enkele wilde suggesties van de hand doen. ‘Wild’, omdat ze niet allemaal even orthodox zijn. Daarnaast ‘wild’ omdat ik de nuancering van de ideeën bij de betrokkenen zelf wil laten. Maar ook ‘wild’ omdat gesprekken tussen ouderen en jongeren door kerken nog weinig worden georganiseerd.
Wilde plannen
Het zou in mijn ogen enorm vormend zijn om een soort ‘schaduw-tienerclub’ op te starten. Hierin zouden ouders met dezelfde thema’s kunnen stoeien als hun tieners. Ook bepaalde gebed- en gespreksvormen zouden gekopieerd kunnen worden van de tienerclub naar de schaduwclub. Ouders en tieners kunnen vervolgens thuis hun ervaringen delen. Dit brengt het gesprek op gang. Naast de thematische vragen die besproken worden, kunnen ook de vormen aan bod komen: Waarom voelt de tiener zich aangetrokken tot die gebedsvorm? En hoe ervaren de ouders dat?
Weekthema
In Nunspeet hebben we themadiensten die worden georganiseerd door de christelijke basisscholen. De hele week worden er bijbelverhalen op school verteld omtrent een bepaald thema en wordt er aan een werkje gewerkt. Zondag is de feestelijke afsluiting met een aansluitende preek en een terugblik op de afgelopen week. Zo’n week zou je ook voor gezinnen kunnen neerzetten. Er wordt voor een aantal dagen een bijbelgedeelte met verwerkingsvragen aangereikt die in de gezinnen aan tafel besproken worden. Zondags wordt er over het thema gepreekt en wellicht is er ruimte voor een preekbespreking waarbij groepen van twee of drie gezinnen met elkaar de vragen beantwoorden.
Getuigen
Een laatste optie die ik hier zou willen noemen is er één die mij een zeer bijbelse lijkt. Als we er van uit gaan dat zowel de ‘traditionele’ geloofsbeleving als de ‘moderne’ haar waarde heeft, zou ik er voor willen pleiten om een oudere eens zijn of haar getuigenis te laten geven op club of catechisatie. Wat betekent God voor hem? Hoe beleeft hij zijn geloof?
Welke waarde zit er volgens hem in de traditionele vormen? Een afsluitend kringgesprek kan heel verhelderend en vormend werken.
Keuzes maken
Het ging mij in dit artikel niet om de concrete ‘wilde’ ideeën. Het ging me om het besef dat (1) moderne geloofsvormen niet beter of slechter zijn dan de meer gebruikelijke vormen en (2) tieners een boodschap voor hun ouders hebben. De jongeren zijn de kerk van de toekomst, maar ze kunnen een bijdrage leveren aan de kerk van nu. Dat vraagt echter om een keuze.
Reactie André Maliepaard, Stichting NGJ: Veel gesprekken die ik heb in kerken over contact tussen jong en oud komen neer op het punt wat Erik-Jan Bulthuis scherp aansnijdt: het belevingsverschil. Toch vraag ik me wel af of dat het hele ‘probleem’ is. Ook andere aspecten zorgen ervoor dat ouders het niet meer alleen kunnen, vaak tegen wil en dank! Denk aan een regering van iedere ouder verlangt dat ze werken, aan het groeiend aantal één-ouder gezinnen en het gevolg van de secularisatie waarin de ondersteuning vanuit school en kerk minder vanzelfsprekend is. Het zou dan ook mooi zijn dat vanuit de samenwerking die Bulthuis voorstelt (tussen tieners en ouders) er ook weer (!) een samenwerking ontstaat tussen ouders en kerk, waarin het verlangen naar de geloofsbeleving van hun kinderen duidelijk wordt. Een verlangen waarin ook de kerk wel eens met de billen bloot mag gaan. Verlangen ze echt dat hun jongeren God leren kennen…? Vaak is het verlangen niet meer dan een verlangen dat jongeren op dezelfde manier gaan beleven en het liefst de eigen beleving niet verstoren. Laat ik nog twee wilde plannen toevoegen. Stamppotstudie: waarin jong en oud na het eten van een stevige stamppot een stevige bijbelstudie doen samen. Geloofstop-5: de vorm waarin iedereen zijn eigen top-5 maakt van 30 woorden die over geloof gaan en dan in gesprek gaan over de overeenkomsten die ze ontdekken. |
Reageren?
ngj@ngk.nl