pastorale notities
1979-04-13
Het jaar 1568, dat weet iedereen: het begin van de 'tachtigjarige oorlog.- Jaargang 23
- nummer 15
Mislukte pogingen van de Nassau's om de Nederlanden te bevrijden. De kerken verstrooid, verdrukt. Op de derde november van dat jaar werd er in Wezel een vergadering gehouden. Om zo te zeggen: de eerste landelijke vergadering van de Nederlandse kerken.
Zo beginnen ook de Acta: Handelingen der Versamelinge der Nederlandsche Kerken, die onder 't Kruis sitten en in en buiten Nederland alleszins verstroyt zijn.
Petrus Dathenus was er, en Marnix van St. Aldegonde. Je zou zeggen, dat de vergaderende broeders heel wat anders aan hun hoofd hadden, dan diakonale zaken. Maar evengoed hebben zij over de diakenen nogal wat besluiten genomen. De diakenen behoren de rijken te vermanen om de armen onderstand te doen. Zij behoren de aalmoezen te vergaderen en uit te delen. Zij dienen de zieken op te zoeken, en de gewonden en de gevangenen, om hen te troosten met Gods Woord.
De broeders in Wezel maakten er geen probleem van, of ook vrouwen diaken konden zijn. Artikel 10 luidt: "Daar het ook bequamelyk kan geschieden, oordeelen wij, dat vrouwen van vermaarde proeve en vroomheyt, en bejaart, tot dit ampt, na het exempel der Apostelen, wel mogen worden aangenomen".
De broeders zagen het werk liggen en het moest gedaan worden.
Het maakt indruk op je, als je die acta leest en je ziet daar een apart artikel staan: "Hun liefdepligt vereist, dat zij ook acht zullen geven op vreemdelingen en buytelingen."
Er leeft in onze tijd wel eens de gedachte, dat diakenen eigenlijk geen taak meer hebben. De bijstand is er, en er zijn allerlei sociale voorzieningen, met Indianenkreten aangeduid, AOW, WAO, enz. Maar wat kunnen we doen voor de vele buitenlandse werknemers in ons dorp of in onze stad? Er ligt een moeilijk werkterrein braak.