DIENAAR VAN HET GODDELIJK WOORD

1979-04-13
  • Jaargang 23
  • nummer 15
Op Kerstdag 1978, ruim drie maanden geleden, preekte hij voor 't laatst, op de hem vertrouwde kansel van de Nieuwe Kerk. Hij had last van zijn been, misschien meer dan hij ons liet merken, maar peinsde er niet over een van ons te vragen de diensten van hem over te nemen. Er moest meer gebeuren wilde Wolter Vis verstek laten gaan.
In dezelfde week, tussen Kerst en Oud en Nieuw kwam het moment waarop het werkelijk niet meer kon. Terwijl hij op het punt stond om met zijn gezin er even uit te gaan en nieuwe krachten op te doen voor het dienst werk in Gods koninkrijk - daaraan was bij hem alles ondergeschikt, ook een vakantiemoest de dokter hem zeggen: Niet met vakantie, maar naar het ziekenhuis, onmiddellijk.
Het is daarna heel snel gegaan. Verbijsterend snel.
In heel korte tijd werd de tent waarin hij woonde afgebroken.
Hoe hebben we gebeden en gesmeekt of God dat proces wilde stuiten, met of zonder middelen, en we hebben gebeden in geloof dat God machtig is zo'n wonder te werken.
De HERE heeft dat wonder niet gegeven, maar wel deed Hij meer en meer ons getuigen van een ander en wellicht nog groter wonder, het wonder van zijn genade die genoeg is, zelfs als we gaan door een dal van diepe duisternis.
Dagelijks mocht onze vriend en collega ervaren dat de HERE bij hem was, heel dichtbij.
Het was voor hem een groot verdriet alles te moeten loslaten, maar God gaf hem de kracht om het toch te doen.
En dat zonder enig zelfbeklag. Tot het laatste toe bleven zijn gedachten uitgaan naar anderen.
Hij sleepte zich blijmoedig achter zijn bureau om door middel van een ontroerend stukje in de Kamper Kerkbode anderen te troosten, informeerde voortdurend naar de broeders en zusters en naar al het werk, gaf groeten mee en tegen het einde ook bewust een laatste groet.
Iedere keer weer als je bij hem geweest was ging je naar huis met de gedachte: ik heb veel meer ontvangen dan ik kon geven.

Nu is Wolter Vis niet meer. Niet meer hier.
Ja, wij weten dat, nu de tent waarin hij woonde is afgebroken, hij een gebouw van God heeft, in de hemelen niet met handen gemaakt, een eeuwig huis, Maar hoe groot is het verdriet en de verslagenheid.
Je zag het aankomen, maar bent ontzet en sprakeloos wanneer het moment er is. Het enige wat je dan nog stamelend over de lippen komt is de roep tot God: 0 God, kom ons te hulp I We vragen dat vooral voor zijn vrouwen kind, maar ook voor heel de gemeente en voor onszelf als zijn collega's.
We zeiden steeds en we zeggen nog - in de hoop dat God het ons niet kwalijk neemt -: we kunnen hem niet missen.
Moeilijk, haast onmogelijk is het je warrelende gedachten te verwoorden, nu dat wat Je dagelijks mocht beleven ineens voorbij is: geweest.
Toch moet er iets gezegd worden, In memoriam, maar vooraf tot eer van God in dank voor wat de HERE in hem gaf. Hij was een geweldig fijne collega, recht voor zijn mening uitkomend, maar nooit in "Rechthaberei".
IJverig en zeer punctueel, zelfs in de voorbereiding van de eenvoudigste catechisatie. Trouw in zijn wijkwerk. En bovenal: een hartstochtelijk prediker van het Woord. , Daar leefde hij voor. Wat men van hem dacht vond hij minder belangrijk, als men maar blij was met het Woord dat hij mocht verkondigen en met de God van dat Woord.
Hij preekte met gezag. Als je hem hoorde had je het gevoel dat in een dorre woestijn een man bezig was uit een diepe put de ene emmer fris water na de andere naar boven te brengen om ze uit te gieten in de drinkbakken van het dorstige vee.
Schatten werden uit de Schriften opgegraven, als klompen puur goud en flonkerende edelstenen.
Ja de HERE heeft veel in hem willen geven. Er is grote droefheid, maar toch vermengd met dank.
We missen hem. Heel erg. Maar de HERE geve ons de moed en de kracht om verder te gaan, zoals de HERE zelf van ons vraagt en zoals ook onze vriend en broeder en herder en leraar ons voorhield tot het laatste toe.
De HERE trooste zijn vrouwen kind en ons Dominee Wolter Vis, dienaar van het goddelijk Woord, mocht volharden tot het einde.
De HERE zal hem geven de kroon des levens.
Geve de HERE ons allen zijn wondere kracht en genade om in geloof en volharding onze broeder na te volgen.
Dan zullen we straks, samen met hem, zingen voor de troon van het Lam, in de grote schare die niemand tellen kan.


Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief