DE GEKRUISIGDE WERELD
1979-04-13
Zitten wij een beetje met Goede Vrijdag? In onze wetgeving is deze dag helemaal niet "goed", althans niet beter dan andere dagen. Hij is geen zon- of feestdag. Hadden de banken niet het voorbeeld gegeven van een vierdaagse sluiting, dan werd waarschijnlijk algemeen doorgewerkt op de dag, die zo nauw met Pasen verbonden is.- Jaargang 23
- nummer 15
Nu moet niemand zeggen dat de kerk bestaat bij de grate van een "kerkelijk jaar". De vaststelling van de paas-formule (we hebben dat eerder betoogd) is een heidense aangelegenheid. Die datum heeft op de geheel willekeurige datum van 25 december althans dit voor: dat het paasfeest, door zijn wisselvallige verschuivingen, althans theoretisch kans maakt ooit eens op de werkelijke verjaardag van 's Heren opstanding te vallen.
Maar de juiste data van onze historische heilsdagen zijn onbekend gebleven.
En als een kerk de reeks heilsdagen liever per catechismus herdenkt dan in een kerkelijk jaar, heeft zij onze zegen.
Dit neemt niet weg, dat Pasen op onze kalender voorkomt en mitsdien de herinnering aan de historische en unieke Goede Vrijdag tevens. En als wij op deze dag samenkomen om de dood des Heeren te gedenken (dat kan in het gebruik van het avondmaal, maar ook zonder dat) dan kan geen schepsel met recht hier iets tegen inbrengen. Mits wij er op toezien, hoe wij de dood van onze Heiland gedenken.
Een van de Goede Vrijdags-liederen uit vroeger eeuwen is ,,0 kostbaar kruis", nummer 192 uit het Algemeen Liedboek. Dat liedboek lijkt soms op een schriftgeleerde, die discipel van Gods koninkrijk is geworden: het brengt uit zijn voorraad oude en nieuwe schatten te voorschijn 1). Er zijn hedendaagse heilsliederen bij, die in moderne zegging verrassend licht werpen op de heilshistorie; er zijn ook oude schatten bij, waarin al eeuwen lang de vaderen zich verlustigd hebben, waarmee zij al eeuwen lang het Paaslam hebben toegezongen.
Lied 192 is een vrije vertaling door ds W. Barnard van een Engels gezang: "When I survey the wondrous cross". De oorspronkelijke dichter was Isaac Watts (1674-1748), die in 1707 een boek met Lofzangen en Geestelijke Liederen publiceerde. Hij heeft hiermee veel goeds gedaan voor de Engels-sprekende kerken, alsmede voor de Nederlands-sprekende.
Dit lied is daar een voorbeeld van.
Bij de spanning tussen verstandelijke kerkliederen enerzijds en sentimentele anderzijds, wist Watts het juiste midden te kiezen. Inderdaad zijn vele Engelse kerkliederen sterk gevoelsmatig. Maar dan zijn ze niet sentimenteel zonder meer: geen streling van ons gevoel zonder voeding van ons hart. Eerder kunnen we zeggen, dat de taal van Lofzangen en Geestelijke Liederen 2) door mond èn hart gaat. Zo vermijden we orthodox geprevel en vervallen evenmin in oeverloze dithyrambes.
Wie ds Barnard van Rozendaal is weten onze lezers nu wel. Hij heeft aan de tekst van Watts enkele strofen toegevoegd, waarbij hij zich be roept op de 6e eeuwse dichter Fortunatus. Zijn taal is goed Nederlands, een taal die ook door hoofd en hart is gegaan voor ze op papier kwam.
Het voornaamste kenmerk van dit lied is wat hier boven staat: de gekruisigde wereld.
U denkt aan Paulus: "wie Christus Jezus toebehoren hebben het vlees met zijn hartstochten en begeerten gekruisigd". En vooral: "ik moge ervoor bewaard blijven te roemen anders dan in het kruis van onze Heere Jezus Christus, door wie de wereld mij gekruisigd is en ik der wereld" 4). Hier komt de tekst, geleidelijk.
Okostbaar kruis, 0 wonder Gods,
waaraan de Prins der glorie stierf;
ik wil om U zijn zonder trots, i
k acht verlies wat ik verwierf.
Uit de hoofdletter in de derde regel blijkt, dat eigenlijk niet het kruis wordt aangesproken, maar de Heer van het kruis, de Prins der glorie.
Het woord "Prins" kwam u ook tegen bij Mary Macdonald's "Kind in de kribbe". Daar is het woord infant gebruikt, koningskind - dus ook prins.s) Waarom "zonder trots"? Omdat elke grootspraak ons ontvalt wanneer we zien wat Hij voor ons leed. Hier worden zelfs hoogmoedigen nederig. Dit bedoelde Paulus:
Bewaar mij dat ik roemen zou
dan in mijns Heren Christi dood.
Al wat ik anders noemen zou
is niets bij dit mysterie groot.
U vindt hier Paulus berijmd. Die waarschuwde zijn mensen van Galatië tegen de hoogmoedige leraars, die kerkelijk traditionalisme hoger achtten dan de christelijke ootmoed en dankbaarheid. Opscheppers zijn ze, zegt Paulus, met religieuze hoogstandjes. Als er opgeschept moet wordendan maar over Christus' liefde-tot-de-dood. Want door die dood is de wereld voor Paulus "gekruisigd"; uitgeworpen, waardeloos, ja vervloekt geworden. En dat gaat wederkerig: de wereld heeft ook de schurft gezien aan ootmoedige mensen.
O angst en liefde, ondereen
vermengd als water en als bloed,
zij wijzen naar het wonder heen
van Hem die op de aarde boet.
"Ondereen vermengd" - die term komt u in het oude avondmaalsformulier tegen. Het Evangelie zegt dat de speer, in de zijde van de Heiland gestoken, water en bloed te voorschijn bracht. Waaruit zijn dood werd geconstateerd, Zo worden hier angst en liefde, beide zo menselijk bij de Heiland aangetroffen, in de symbolen van water en bloed aangeduid.
Het rode bloed, zijn koningskleed
bedekt het schandelijke kruis,
dat wordt door alles wat Hij leed
de levensboom van 't paradijs.
Rood is altijd de koninklijke kleur geweest, in de oudeheid, ook in de Bijbel 6). En het vervloekte kruis verdwijnt uit het gezicht, wanneer een koning de aandacht opeist. Ziet u wel dat in de aanhef niet het kruis werd aangesproken? En die "levensboom" - wel, die kent u. Uit lied 184, waarover we vorig jaar schreven 7). Door wat onze Heiland heeft geleden werd dit dorre hout voor ons een boom des levens, sleutel tot het nieuwe leven, sleutel tot het verloren paradijs.
En door zijn dood en door zijn bloed
is nu de wereld dood voor mij.
Ik ben gestorven, maar voor goed
van heel de dode wereld vrij.
Voelt u? De wereld is voor Paulus, is voor ons, dood. Verloor zijn attractie.
Niet de schepping natuurlijk, niet de natuur, de cultuur, de wetenschap, het sociale leven. Maar met de wereld is in de Bijbel steeds het vergankelijke, het zondige, het buiten Gods genade vegeterende leven aangeduid. Daar vergapen we ons niet meer aan, als we Christus toebehoren.
Voor heel die mensenmassa die leeft en pretmaakt omdat zij morgen toch sterft - zijn wij dooie dienders. Maar wij antwoorden: "delf vrouwen kinderen het graf, neem goed en bloed ons af - het brengt u geen gewin, wij gaan ten hemel in". Dat is nu de christelijke vrijheid, zei wijlen prof. B. Holwerda. Vrij te zijn en los van alles, wat maar tijdelijk is.
De aarde zelf is veel te klein
voor wie U waarlijk loven wil.
Uw liefde is een groot geheim,
zij vraagt geheel mijn hart en ziel.
Isaac Watts zei: al kon ik U de hele schepping aanbieden (wat de duivel bij de verzoeking in de woestijn deed) - dan was dat nog te weinig. Want een liefde als de Uwe, zo wonderlijk, zo Goddelijk, vraagt mijn ziel, mijn leven, mijn alles.
Tenslotte de melodie en de componist. De melodie staat op naam van Edward Miller (1731-1807). Eigenlijk heeft Miller de wijs niet zelf gemaakt maar, zoals men in zijn tijd vrijmoedig deed, een oudere wijs aangepast.
De "Tunbridge" kwam voor in een oud psalmboek. Miller veranderde deze wijs smaakvol tot haar huidige vorm. Ze staat nu bekend als de “Rockingbam" en wordt ook bij het avondmaal gebruikt. De hele inzetting van het avondmaal wordt hier door de gemeente gezongen in plaats van door de predikant voorgelezen. Terecht heeft Miller deze wijs dubbel gebruikt. Want Goede Vrijdag en Avondmaal horen bij elkaar als het water en het bloed. Zing die wijs maar eens mee - ja zachtjes hoor - en ervaar de mystieke bekoring.
Wie was Edward Miller? Een stratenmaker, die door een gift van koning George 111werd aangemoedigd tot de muziekstudie; die zich ontwikkelde tot en bekend musicus, musicoloog, componist; die ruim een halve eeuw organist is geweest te Doncaster en een eredoctoraat ontving van de universiteit van Cambridge.
Is het niet kostelijk? Een stratenmaker geroepen tot de Goddelijke kerkzang.
Wie in het slof lag neergebogen. . . de Heere richt de gebogenen op 8) ... Hij heft de geringe op uit het stof der straten.
Zo gaat dat, als de wereld voor ons gekruisigd is. Als wij voor de wereld dooie pieren zijn geworden. Dan kunnen we nog eens hoge toon gaan voeren: over de gekruisigde Heiland!
1) Matt. 13: 52 - 2) Ef. 5 : 19 en Col. 3: 16 - 8) Gal. 5 : 24 - 4) Gal. 6: 145) Opbouw 19-1-79- 6 2 Sam. 1: 24 - 7) Opbouw 17-3-78- 8) Ps, 146: 8 en 1 Sam. 2: 8.