Kinderen aan het avondmaal?

1978-06-23
  • Jaargang 22
  • nummer 25
Het getuigenis van het N.T.
Hoe is dat nu geweest met de viering van het avondmaal in de eerste tijd van de christelijke gemeente, in de tijd dus waar het N.T. over schrijft? Zijn toen de kinderen er bij geweest en hebben ze meegevierd? Terecht schrijft ds Cornelisse dat wij niet precies weten hoe het zich toen heeft afgespeeld. Met die moeilijkheid zitten we ook als het gaat over de kinderdoop. We horen wel van gezinsdopen, maar of de kinderen die in een gedoopt gezin na de gezinsdoop geboren werden ook als kinderen gedoopt werden, daar horen we niet van. Dat was ook meer een probleem van de tweede generatie. De gewoonte dienaangaande heeft zich moeten vormen en daar was een langere tijd mee gemoeid dan de periode die door de N.T. ische geschriften bestreken wordt. De apostel Johannes is zo oud geworden dat hij stond op de brug van de eerste naar de volgende generaties. Het valt op dat hij in zijn geschriften de sacramenten van doop en avondmaal als door Christus ingesteld niet eens noemt. Heeft hij misschien t.a.v. sommige gebruiken bij doop en avondmaal in een nietes-welles-sfeer geleefd en heeft hij toen door de sacramenten in het geheel niet te noemen de aandacht willen heenleiden naar de hoofdzaak? Zoals Paulus ook ergens doet, als hij zegt, dat Christus hem niet gezonden heeft om te dopen, maar om het evangelie te verkondigen (1 Cor. 1: 17). Johannes zou daarmee dan de nodige ruimte hebben geschapen voor broederlijke gedachtewisseling over zulke gebruiken, zonder dat de zaak op scherp kwam te staan. Dat moeten wij ons ook voor gezegd houden. Al is het echt niet verboden, diep in elkaars standpunt te tasten. Maar veel weten wij over die eerste tijd niet.

Kinderen "even weg" ?
Ik bedoel hiermee ook te zeggen dat ik er niet van achterover zou vallen als zou komen vast te staan, dat de eerste christenen in hun enthousiasme de kinderen meenamen naar de tafel van de Here en dat men daar later toch van teruggekomen is, omdat men inzag dat 't niet strookte met het karakter van het avondmaal. Het kán. Maar wij weten het niet en ik geloof het ook niet. Ds Cornelisse haalt 1 Cor. 11 aan. We krijgen daar inderdaad de indruk dat het avondmaal gevierd werd in het kader van een zogenaamde agapè, een liefdemaaltijd, waar de gehele gemeente, de kinderen incluis, aan deelgenomen zal hebben. Ten aanzien van het aansluitend gevierde avondmaal zegt nu ds Cornelisse: "Ik kan me niet voorstellen dat de kinderen "even weg" moesten." Nee, ik ook niet. Maar dat hoefde toch ook niet? Ze konden er immers bij zijn, terwijl schaal en beker aan hen voorbij gingen? Ik heb meerdere malen in de provincie Groningen het avondmaal gevierd zonder dat de gemeente aan tafel ging. Men bleef in de banken zitten. De kinderen zaten daar tussenin, zagen schaal en beker aan zich voorbij gaan, gaven die zelfs mede door, maar gebruikten het brood en de wijn niet. Zo kan het toch in Corinthe ook gegaan zijn?
Het is voor mij helemaal niet moeilijk mij dat voor te stellen. Ja, maar je maakt zo toch een schrijnend onderscheid? Ik geloof dat niet. Stel je voor, er wordt bruiloft gevierd. Heel de familie, oud en jong, zit aan het feestmaal. De maaltijd is afgelopen en de volwassenen steken een sigaret op. Is dat schrijnend voor de kinderen? Nee. Wel vind ik het moeilijker het aldus gemaakte onderscheid aan kinderen duidelijk te maken dan het vorige. Tenminste, het komt mij wat huichelachtig voor als ik een ouder al paffend tot een kind hoor zeggen: roken is slecht voor je.
Maar nooit heb ik het vreemd gevonden wanneer ten aanzien van het avondmaal mijn ouders zeiden: daar ben je nog niet aan toe. Als ik daar tenminste al naar vroeg. Eerlijk gezegd, vond ik het vanzelfsprekend dat ik als kind niet meedeed. Toen ik het verlangen om wel mee te vieren kenbaar maakte, zei men mij dat ik er aan toe was belijdenis van mijn geloof af te leggen. Hetgeen toen geschiedde.

De instelling
Maar nu nog even terug naar het N.T. Behalve de brief van Paulus aan de Corinthiërs zijn daar ook de evangeliën die van de instelling van het avondmaal berichten. Wanneer heeft onzeHere het avondmaal ingesteld? Niet bij een van de grote maaltijden die Hij met de scharen gehouden heeft. Waarbij Hij het brood vermenigvuldigde. Daar waren mannen, vrouwen en kinderen bij tegenwoordig, zoals ons met zoveel woorden gezegd wordt. Toch heeft de Here toen de gelegenheid niet aangegrepen om via het avondmaal tot deze allen te zeggen dat de belofte voor hen was. Want dit is toch volgens ds Cornelisse de functie van het avondmaal: betuiging van de belofte voor de hele kring van het verbond. Maar nee, het avondmaal stelde de Here in bij een andere gelegenheid. Op het moment namelijk dat de aanhang van de Here Christus danig teruggelopen was en echt geen schare meer vormde. Ik bedoel het twaalftal met enkele vrouwen daarom heen. Tot hen zei Jezus: Ik heb vurig begeerd dit Pascha met u te vieren, eer Ik lijd. Wij hebben op deze kleine kring nogal wat aan te merken en niet zonder reden. Het is wel terecht dat wij er op wijzen dat deze discipelen-kring tot in de paaszaal toe gekibbeld heeft, nota bene over de vraag wie van hen wel de meeste mocht zijn. Dat is beschamend genoeg. Toch kan bij ons deze navrante bijzonderheid zo'n aandacht krijgen, dat daardoor - onbedoeld - het belijdend karakter van de discipelenkring miskend wordt. Het is waar dat Jezus gezegd heeft: gij zult allen aanstoot aan Mij nemen. En Petrus werd de verloochening voorzegd. Verloochenen, dat is het tegengestelde van belijden. Dus wat blijft hier over van dat belijdend karakter? Niets - voor wie werelds oordeelt. Toch zei Jezus tot hen: "Gij zijt het die steeds bij Mij gebleven zijt in mijn verzoekingen" (Luc. 22: 28). Hier wordt over deze zwakke, zondige mensen een genade-oordeel voltrokken. Hier worden ze door het geloof gerechtvaardigd. Hier zijn zij degenen, "welke Gij Mij gegeven hebt", zoals Jezus in het hogepriesterlijke gebed zegt (Joh. 17: 9, 11, 12). "De woorden die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik hun gegeven en zij hebben ze aangenomen en in waarheid erkend, dat Ik van U ben uitgegaan en zij hebben geloofd dat Gij Mij gezonden hebt." (Joh. 17: 8). Daarom zegt het oude avondmaals formulier terecht, dat Christus het avondmaal alleen voor zijn gelovigen verordineerd heeft. Dat wordt niet gezegd om de schuchteren af te schrikken .Wie het avondmaal gebruikt, mag twijfelen aan zichzelf en aan heel zijn leven, maar niet aan (zijn geloof in) Christus.
Het tijdstip waarop de Here zijn maaltijd instelde zegt werkelijk iets over de vraag wie eraan zal deelnemen.
Het avondmaal is ingesteld niet aan het begin van Jezus' dienst op aarde, toen de toeloop vrij algemeen was, maar aan het einde, toen Hij enkele trouwe belijders uit deze massa had overgehouden, (zij het dat ook bij hen nog grote zwakheden waren overgebleven). De nadruk die ik leg op het intense belijdeniskarakter van het avondmaal, vindt hier bevestiging, meen ik.

De kerkgeschiedenis
Ds Cornelisse brengt ook de stem van de kerkgeschiedenis ten gehore. Genoemd worden het vierde Lateraanse Concilie van 1215, het Concilie van Bordeaux van 1255 en het Concilie van Trente van 1545-64. Het Encheiridion van Denzinger gebruikend heb ik de bepalingen van 1215 en 1255 niet kunnen vinden. Wat het Concilie van Trente betreft, vond ik wel wat, maar niet dat deze kerkvergadering het 'anathema sit' (= vervloekt) uitsprak over de kindercommunie, zoals ds Cornelisse stelt. In juli 1562 werd op de 21ste zitting onder cap. 4 uitgesproken, dat kinderen die het gebruik van hun verstand nog misten, niet tot deelneming aan de heilige communie mochten worden gedwongen.
Ze worden immers wedergeboren door het waterbad van de doop en aldus in Christus ingelijfd en kunnen op deze leeftijd die genade niet verwerpen. Toch, zo gaat het dan verder, betekent dit niet dat de oudheid die hier en daar ooit deze gewoonte wel gekend heeft, nu veroordeeld zou moeten worden. De heilige vaders zullen daar in die tijd hun reden wel voor gehad hebben en zonder enige twijfel zullen ze dit gepraktiseerd hebben zonder enige gedachte van heilsnoodzakelijkheid, zo meenden de concilie- vaders.
Deze bepaling komt bij mij als mild over. Even verder, in canon 4, wordt gezegd: "Indien iemand zou zeggen dat voor kinderen, voordat ze tot de jaren des onderscheids gekomen zijn, de gemeenschap aan het avondmaal noodzakelijk zou zijn, die zij een vervloeking (anathema sit)." Ook hier wordt in strikte zin de deelneming van kinderen aan het avondmaal niet verboden. Alleen wordt de mening dat zodanige deelneming noodzakelijk zou zijn, krachtig teruggewezen.
Rome kán m.i. op dit punt niet al te streng zijn. Wij weten dat zij de eerste communie uitreikt aan zevenjarigen (zie Decreet "Quam singulari", 1910).
Zij doet dat krachtens een zeer objectieve genadeleer, volgens welke de sacramentele genade werkt, wanneer er maar geen opzettelijke tegenstand tegen geboden wordt. Ik kan daarom ook niet goed begrijpen dat ds Cornelisse verband legt tussen enerzijds een (vermeend) rooms verbod voor kinderen om het sacrament van de eucharistie te ontvangen en anderzijds de leer van de wezensverandering (transsubstantiatie). Ik zou juist wel een omgekeerde stelling willen wagen, dat namelijk de leer van de transsubstantiatie de kinderdeelneming aan de maaltijd des Heren meer mogelijk dan onmogelijk maakt. Volgens deze leer immers werkt het sacrament bijna onafhankelijk van het geloof van de gebruiker. Wanneer ds Cornelisse over Rome uitgesproken is, zegt hij: "Moeten we niet eerder de praktijk van de kerken der reformatie voortzetten die er zich voor inzetten om de kinderen jong tot de tafel van de Heer te leiden? In het verstaan van het avondmaal werden ze verder onderwezen." Het is schrijvers goed recht te trachten voor zijn opvatting steun te vinden in het verleden, maar daarbij moet aan het verleden wel recht gedaan worden. Hier moet iets aangevuld worden en ik doe dat door een artikel uit de Dordtse kerkenordening aan te halen: "Men zal niemand ten Avondmaal des Heeren toelaten, dan die naar de gewoonheid der kerk, tot welke hij zich voegt, belijdenis der gereformeerde religie gedaan heeft" (61). De vaders waren wel voor belijdenis doen op een jongere leeftijd dan waaraan wij gewend zijn (en daar valt over te praten), maar voorafgaande belijdenis als teken van geloofsmondigheid was voor hen zonder enige twijfel onontbeerlijk voor deelneming aan het avondmaal.
Ik zie dat ik voor 'avondmaal en tucht' nog een apart artikel nodig heb.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief