Bij het overlijden van Wolter Vis

1979-04-13
  • Jaargang 23
  • nummer 15
Lévende mensen zullen nooit ten volle kunnen verstaan wat het is om door een dal van diepe duisternis te gaan, ook al zingen ze Psalm 23 in de kerk nog zo hard.
Want wat staat er in deze psalm?
Dit (Statenvertaling): Ik vrees niet als ik moet gaan "in een dal der schaduwe des doods".
Ik vrees niet, ik ben niet bang als ik ga door een dal van diepe duisternis.
David kan er iets van begrepen hebben. Ook Psalm 30 is immers van hem en in die psalm klaagt hij over zijn ziek-zijn. Hij is zó ziek dat hij zich eigenlijk niet meer lévend voelt. Door zijn ziekte is hij zo losgemaakt èn losgeraakt van alles wat hem hier op aarde bindt, dat hij zich eigenlijk dóód voelt.
Maar ook dán blijft David het van God verwachten en zó kan hij ook Psalm 23 hebben gemaakt: "Zelfs al ga ik door een dal van diepe duisternis ... "

Ook Wolter Vis is door dat dal gegaan.
Zó heeft hij het ervaren tijdens zijn ziekte, ook toen het einde van zijn leven op aarde dichterbij kwam.
Zó kon hij ontslapen in zijn Heer.
Zó kon hij troost ontvangen, want God wás er en blééf er.
Nogmaals: als lévende zul je dat nooit kunnen verstaan. Je kunt het wèl met een dankbaar hart aanvaarden van iemand die door dat dal héénging. En daar dan stil bij worden: En wellicht tijd vinden voor een gebed of God datzelfde ook aan jou wil geven, als het zover is.

Als ik aan Wolter Vis denk, denk ik vooral aan zijn preken, die ik een aantal jaren regelmatig mocht horen.
Wie nu meent dat hij een begaafd redenaar was, vergist zich.
Hij had vaak de grootste moeite om zijn preken uit te spreken. Het kostte hem wel wat. Maar de woorden die hij sprak waren woorden van God. En in het weergeven van die woorden was hij kort en krachtig. Hij had niet veel éigen woorden nodig om Gods woorden concreet te maken en van een "toepassing" aan het eind moest hij weinig hebben. En je kon er de klok op gelijk zetten dat hij na een half uur AMEN zei. En dat was dan ook een AMEN op Gods woorden.
Want alleen Gods woorden zijn waar en zeker!


Voor Bets en Tjamme wil ik hier overnemen een gedicht van Nel Benschop:

Voor wie verdrietig is

Mijn God, hoe kan een mens zó eenzaam zijn,
zo aan zijn eigen wanhoop vastgeketend,
zo zonder hoop of licht, en niets meer wetend
dan enkel dit: mijn hart doet pijn, doet pijn.

Mijn God, hoe kan een mens zo droevig zijn,
en zo vervuld van eindeloos verlangen
naar wie door niemand ooit is te vervangen,
die met ons 't brood brak, met ons dronk de wijn.

Mijn God, wie lijdt dit lijden werk'lijk méé?
Wie kan er in dezelfde diepte dalen?
De duivel met gelijke munt betalen?
- Eer dat ik u vergeet, Gethsémané.

Zijn stok en Zijn staf vertroosten jullie.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief