Het gezin en andere huishoudens
1978-06-23
Het gezin- Jaargang 22
- nummer 25
De meesten van ons zijn opgevoed in een gezin, dat ons bescherming gaf. Moeder en vader hebben ons opgevoed, hielpen ons, gaven ons hun liefde. Zij bestraften ons, als wij verkeerd deden. Zij troostten ons, als het ons tegen zat. En wat nog meer is: zij lieten ons dopen in de naam van de Drieenige God. Zij leerden ons de weg van het heil, de weg naar Jezus Christus kennen.
Wij werden volwassen en de meesten van ons trouwden. We kwamen, nu als ouders, zelf weer in een gezin, waar wij bescherming, liefde en trouw ondervonden.
Het onvolledig gezin
Zo gaat het niet bij iedereen. Vele gezinnen zijn al vrij spoedig niet meer volledig. Vader en moeder zijn overleden. Door echtscheiding is het gezin uit elkaar gerukt. Soms zijn beide ouders door de dood weggenomen. Dan blijven er onvolledige gezinnen over. Daarnaast zijn er de alleenstaanden. De weduwe of de weduwnaar. Velen ook zijn er, die om welke reden dan ook, niet tot een huwelijk gekomen zijn. Vroeger werden deze alleenstaanden wel in het familieverband opgenomen. In onze tijd is men vaak genoodzaakt over te gaan tot het vormen van een één persoonshuishouden.
Alternatieve huismoeders
Daar zijn echter nog andere huishoudens bijgekomen, alternatieve samenlevingsvormen.
Ongehuwden, die samenwonen. Dat kan gebeuren, omdat men, heel begrijpelijk, in plaats van alleen te wonen, de voorkeur geeft aan de gezelligheid en de steun, die een huishouden van meer personen geeft. Dat vindt ook plaats om minder fraaie motieven. Omdat men wil samenwonen zonder te huwen. Dus om te gaan "hokken". Nog weer anderen, die het gezin als een te begrensde leefvorm beschouwen, kiezen voor de zogenaamde communale leefvorm. De groep mensen, die onder deze alternatieve samenlevingsvormen vallen, is vrij groot. Naar schatting zijn er in Nederland wel 200.000 huishoudens van ongehuwden, die geen familie van elkaar zijn.
Gelijkberechtiging?
De vraag rijst, of deze alternatieve samenlevingsvormen niet dezelfde rechten moeten hebben als de gezinnen. Velen beantwoorden deze vraag bevestigend. Het is, zo meent men, discriminerend, als dat niet gebeurt. Een gezin is niet de enige leefvorm, die een gezond opvoedingsklimaat verschaft. Dit kan ook in andere samenlevingsverbanden, zoals de kibboets bewijst.
De samenleving bestaat uit huishoudens van allerlei soort. De overheid rekent echter alleen met gezinnen. Dat blijkt b.v. uit de toewijzing van woningen, belastingheffing, inkomensbeleid, sociale verzekering, erfrecht en adoptie. Men vindt dit onbillijk en eist daarom gelijke rechten voor al die samenlevingsverbanden gelijkstelling dus van huwelijk en gezin met mensen, die blijvend samenwonen zonder gehuwd te zijn.
Geen plichten. maar wel rechten?
Nu valt niet te ontkennen, dat de overheid tegenover huishoudens, die geen gezin vormen, niet altijd billijk optreedt. Wanneer b.v. een broer en zuster samenwonen, waarbij de broer een baan heeft en de zuster de huishouding verzorgt, dan blijft die zuster bij overlijden van haar broer onverzorgd achter. Ze heeft geen recht op pensioen. Er wordt ook te weinig voor gezorgd, dat alleenstaanden een behoorlijke woonruimte kunnen krijgen. En zo is er meer te noemen.
Het gaat nu echter meer om de vraag, of met name zij, die bewust een wettig gesloten huwelijk verwerpen en kiezen voor een alternatieve samenlevingsvorm als huishouden dezelfde rechten moeten hebben als een gezin. Praktisch is een dergelijke gelijkstelling al moeilijk te realiseren.
Het gaat niet aan elke vluchtige relatie, ieder die zich als huishouden aandient, als gelijke van een gezin te erkennen. Daarom wil men voor deze huishoudens wel bepaalde eisen stellen.
Er moet een zekere duurzaamheid in de relatie zijn. Zo staat in het program van de PVDA te lezen: "voor alle duurzame samenlevingsvormen gaan gelijke rechten en plichten gelden."
De P.P.R. is van mening, dat voor erkenning als huishouden nodig is, dat men zich als zodanig bij de burgerlijke stand laat registreren. Voor duurzaamheid van een huishouden is echter nodig, dat de leden bepaalde verplichtingen op zich nemen. Sommigen pleiten dan ook het aangaan van een contract in plaats van een formele huwelijkssluiting. In dat contract moeten de partners dan alle rechten en plichten regelen. Men vergeet echter, dat zij die gaan "hokken" juist vrijheid willen. Ze wensen geen verplichtingen op zich te nemen. Ze willen geen blijvende band, die men als een beknotting van de vrijheid ervaart. Men wil zich niets aantrekken van de samenleving en de eisen, die deze samenleving stelt. Van de overheid eist men allerlei rechten en zekerheden zonder aan die overheid zelf zekerheid te willen verschaffen.
Ze gelijken op mensen, die niet van het openbaar vervoer gebruik willen maken, maar hun privé-auto willen gebruiken. Maar deze privé-auto moet wel dezelfde rechten hebben als de trein. Ze moeten voorrang hebben en de bomen moeten bij hun komst gesloten worden. Van de rails willen ze echter geen gebruik maken.
Bedreiging van gezin en huwelijk
Het grootste bezwaar tegen de eis van gelijkstelling gezin en andere huishoudens is, dat men niet meer erkennen wil, dat het gezin een onmisbare, onvervangbare pijler van de samenleving is.
Men wil de erkenning van andere samenlevingsvormen als kwalitatief even belangrijk als het gezin, omdat ze aan de leden dezelfde ontwikkelingsmogelijkheden geven. Andere samenlevingsvormen kunnen echter nooit dezelfde functie en betekenis als het gezin hebben, ook al geven ze aan de mensen in een aantal opzichten de gewenste levensvervulling. Het gezin is een van God gewilde liefdesgemeenschap, waarin de mens wordt geboren, opgevoed en verzorgd.
In dat gezin ontvangen we liefde, geborgenheid en veiligheid. De "nestwarmte", die het gezin verschaft is onvervangbaar. De huishoudens van "hokkers" b.v. is niets dan een armzalig surrogaat. Terecht laat de overheid dit tot nu toe in de wetgeving uitkomen. De overheid, die dat niet zou doen, ondergraaft het gezin. De overheid kan niet dwingen, dat men gaat trouwen in plaats van te "hokken". De overheid kan niet verder gaan dan het verschaffen van rechtszekerheid. Ze moet echter in haar wetgeving wel de speciale positie van het gezin, het radicale verschil tussen gezin en de alternatieve samenlevingsvormen duidelijk doen uitkomen.
De staat heeft te zorgen, dat de rechtmatige belangen van alle onderdanen in hun samenleving ruimte krijgen zich te ontplooien. Die rechtmatige belangen staan echter niet los van de wet van God.
Onze gezinnen
Tenslotte enkele vragen. Hierboven werd erg prijzend over het gezin gesproken, maar hoe staat het in werkelijkheid met onze gezinnen? Voldoen zij aan die normen van liefde, trouw enz.?
Bewijzen ouders en kinderen elkaar wederzijdse liefde? Ik neem nu maar aan, dat kindermishandeling wel niet veel zal voorkomen, maar de afwezigheid van mishandeling bewijst nog niet, dat er echte "nestwarmte" is. Bewijzen wij als gezinnen ook liefde aan anderen?
Ik denk b.v. aan de moeilijk opvoedbare jongeren. Het blijkt vaak niet mogelijk deze jongeren in gezinnen te plaatsen en dan krijgen ze wel een plaatsje in een alternatieve samenlevingsvorm!
Leven wij echt als gezin samen, of lijkt onze huishouding meer op een hotel of een duiventil, waar ieder zo maar in en uitloopt? Laten wij dankbaar zijn, dat we in een gezin geboren en opgevoed werden, waar naar het Evangelie geluisterd werd. Laat er in onze gezinnen zoveel liefde en warmte zijn, dat onze jongens en meisjes ook later zelf gaan verlangen naar een gezin. Hoeveel hebben uit afkeer van wat ze thuis ondervonden, later niet gekozen voor een armzalig surrogaat. Ook het falen van vele gezinsverhoudingen is oorzaak van de crisis, waarin zich het gezin zich nu bevindt. Juist in deze tijd komt tot ons de uitdaging, de roeping de gezinsgemeenschap tot zegen te doen zijn, ook voor anderen.