Twaalf dagen na Kerstfeest
1978-01-06
Al inde middeleeuwen en eerder werd de kerkelijke kalender min of meer beleefd door het volk. Men "speelde" namelijk de heilshistorie in en rondom de kerk. De mysteriespelen, van huis uit ministeriespelen, waren, vooral in Frankrijk, belangrijker dan mis en sermoen. Wij vinden hiervan nog iets terug in de passiespelen van Tegelen en Oberammergau. Ook in de Mattheus-Passion en andere rnuziekwerken, waarin de gelovigen een rol spelen.- Jaargang 22
- nummer 1
Een oude overlevering zegt, dat het op 6 januari, twaalf dagen na Kerstfeest was, dat drie koningen uit het Oosten het kindeke Jezus kwamen eren. Ze brachten, zegt de Bijbel, geschenken: kostbaarheden als goud, wierook en mirre. Ze toonden met deze geschenken hun liefde en hun verering.
Welnu, een middeleeuws gezelschapsspel doet hier aan denken. Als een mysteriespel. Het is het lied van een meisje, dat zegt op de 12'de dag na Kerstfeest van haar geliefde een. massa wonderlijke en kostbare geschenken te hebben ontvangen. Het spel wordt door een groep van 12 personen gespeeld: het is deels een geheugenproef, deels ook een wonderlijke, duistere liturgie, vol raadsels, symbolen en misschien ook wel bezweringen. De tekst wordt door elk der spelenden aangevuld tot een "stapelvers" ; en na elke bijdrage moet de speler alle vorige bijdragen nauwkeurig herhalen, Wie zich vergist verbeurt een pand.
Verwonder u niet over de vreemde geschenken, die het meisje zegt te hebben ontvangen. Waren de geschenken van de Oosterse wijzen niet ook zeldzaamheden?
En bevatten ze geen symboliek, die al in Jesaja en in Psalm 72 waren gegeven? Over de hoeveelheid van de geschenken spreken we aan het slot nog. Eerst het gedicht.
Op de twaalfde dag na Kerstfeest
zond mijn trouwe geliefde mij:
twaalf springende heren,
elf dansende dames,
tien spelende pijpers,
negen slaande trommelaars,
acht melkmeisjes,
zeven zwemmende zwanen,
zes eierleggende ganzen,
vijf gouden ringen,
vier zwarte kraaien,
drie Franse kippen,
twee tortelduiven
en een patrijs in een pereboom.
Stel u even voor. Nummer een opent het spel en verklaart: Op de twaalfde dag na Kerstfeest zond mijn trouwe geliefde mij twee tortelduiven. Daarop zegt het hele gezelschap het refrein: en een patrijs in en perenboom. Dan komt speler nummer twee en declameert: Op de twaalfde dag na Kerstfeest zond mijn trouwe geliefde mij 3 Franse kippen. Samenvattend somt hij op: drie Franse kippen, twee tortelduiven... en het gezelschap valt in: en een patrijs in een perenboom. Nu nummer drie met zijn bijdrage en opsomming en het gezamenlijk refrein. U ziet er tekening in komen?
Dat zag de tekenaar van een bijzondere serie Britse postzegels ook. Die tekende het hele vers op een reeks postzegels, die voor verzamelaars enorme waarde zullen krijgen. Elk zegel heeft - behalve natuurlijk het portret van Queen Elisabeth II in haar zilveren jubileumjaar! - een deel van het vers; alleen in plaatjes, zonder enige tekst. U vindt het versje als u de serie compleet hebt. De zegels kunnen in beperkte mate worden gekocht, op 12 couverts geplakt, welke op het verre Christmas Isle worden afgestempeld; en wel zo, dat op elke dag tussen 25-12-77 en 6-1-78 een stempel wordt gegeven. Daarna komen de couverts terug bij de afzender.
Laat hij plezier hebben in het winstje dat hij ziet zitten; maar laten wij eens plezier hebben in dit religieuze gezelschapsspel.
Waar hebt u ook eerder iets gelezen over eeuwenoude Britse versjes? O ja, dat was in dat huiveringwekkende boek “1948" van George Orwell. Daar werden rijmpjes over London's klokken opgehaald uit een ver verleden. Het gaf kinderlijke vreugde, die vergeten kinderversjes op te zeggen. Maar alle versjes hadden, bleek achteraf, een dubbele bodem. En het slot was, dat beide geliefden aan hun oude versjes werden opgehangen.
Nu hoeft u bij dit mysteriespel niet direct aan het ergste te denken. Integendeel. De dingen die er het meest uitspringen zijn: liefde en liefdesgeschenken in grote omvang en exotische aard. Het vers is weliswaar geen kerstverhaal, maar was tot eind vorige eeuw in Engeland het meest geliefde gezelschapsvers, dat op visites in de 12 avonden na Kerstfeest werd gespeeld. En het zenden van brieven naar een ver eiland - laat dat nog Kersteiland heten ook - en van daar gestempeld laten terugkomen - het hoort thuis bij de exotische giften.
Sla het refrein van de patrijs even over en begin bij de twee tortelduiven. Wat zou daar mee bedoeld zijn? Weet u wat anders dan twee geliefden? - De drie Franse kippen zetten ons al voor een raadsel. Het lied moet in de 12de en 13de eeuw door minstrelen uit Frankrijk naar Groot Brittanië zijn overgebracht. Er was sedert Willem de Veroveraar veel verkeer over het Kanaal: de sterke Franse invloeden in de Engelse taal wijzen het uit. Zo gingen ongetwijfeld de minstrelen uit Frankrijk naar het land van de Darden overzee. Beide groepen zangers waren gewoon historie en heden zingende te verhalen, van hof tot hof. Ze waren de kranten en de politieke commentators van hun tijd. Hebben zij de idee van Franse hoenders geïmporteerd? En waarom drie?
Denkt u ook aan de Drie Troubadours? Aan de Drie Schuimtamboers zogezegd? Aan de Trois Mousquetières?
De Drie Koningen?
De vier kraaien heten in het Engels Four colly birds. Gedacht mag ook worden, zegt een handboek, aan coloured birds, gekleurde vogels. U mag ook denken aan calling birds, roepende vogels. Hoeveel versjes en balladen zijn er niet op de klank af misverstaan en verbasterd? - Kraaien zijn geen sympathieke vogels: psalm 79 zet ze tussen gieren en raven. Niet best, als u begrijpt wat ik bedoel. En dan vijf gouden ringen. U denkt aan eksters, kraaiachtige, diefachtige vogels. Waar blijven die ringen? Kan ze aan iedere vinger een krijgen - of gaan ze naar de knoppen? - en wat is trouwens een vogel helemaal? Een zwerfvogel? In iedere stad een andere schat? Een vrije vogel? Of een standvogel: die zijn geliefde trouw blijft? - Van die zes eierleggende ganzen is ook al geen goed woord te zeggen. Ze kijken over haar schouders, of alles goed gaat. Maar wie zorgt voor de eieren? Zullen er uit die eieren ganzenkuikens komen? Ganzen kunnen zo dom zijn als een verliefd meisje. Als een melkmeisje. Melkmuiltje.
De slaande trommelaars - jawel! Daar komen de schutters. Drie schuimtamboers. die kwamen uit het Oosten, weet u nog? Daar komt wat mannelijkheid aan te pas; daar vliegen de meiskes voor naar de ramen. Vliegende vaandels en slaande trommen, daar willen de vrouwen wel van weten.
De spelende pijpers - ook al dingen die een andere beduidenis hebben; maar dat gaat buiten het kader van dit goede blad. De elf dansende dames in haar crinolmnes zijn wel bekoorlijk maar a priori verwerpelijk.
En als er 12 elegante heren aan te pas komen is er één overscharig en daar heb je de poppen aan het dansen: moord en doodslag.
Nog even het refrein bezien. "En een patrijs in een perenboom". Wat gek. Kent u dat oud-Hollandse lied "Den uyl die in den peerboom zat"? Geen braaf vers. Want boven dien uyl daar zat eenen kat.
En toen ging het mis: "t is jammer dat hie sterven moet". De uil, symbool van wijsheid, is altijd voor onmaatschappelijk, kortzichtig en dom gehouden. En een die het daglicht schuwt. Misschien heeft hij die kat in den peerboom wel geknepen.
En waarom nu geen uil maar een patrijs? Denkt u er eens over na - misschien komt u er wel uit. Ik momenteel niet, maar een mens kan niet alles weten. Het spel is interessant, niet? En vindt zijn oorsprong in het Evangelie, zijn verbastering in de middeleeuwen, zijn happy end onder de slaande drempel ten postkantore.
Toch nog een enkel detail en dan stoppen we. Ais u optelt hoeveel geschenken het lieve ding beweert te hebben ontvangen, komt u op (1 x 12, 2 x 11, 3 x 10 enz.) 364 geschenken. Dat is voor elke dag van het jaar een. Behalve voor een dag. Op die dag geldt het grote geschenk: de trouwe liefde van haar verre vriend, Laten we het hopen.