Pastorale medewerking
1978-01-13
Via een kerkbode ...- Jaargang 22
- nummer 2
Ook op een enkele kerkbode (wie zou dat woord toch bedacht hebben?) ben ik geabonneerd. Eén daarvan - en niet uit onze eigen kring - levert nieuws van verschillende provincies tegelijk en is dus veelomvattend.
Zo word je nog eens iets gewaar van wat zich elders afspeelt.
Communicatie is een moeizame zaak als je in het diepe donkere Zuiden woont - dat hebben de kerken van het Zuiden trouwens al aan al onze kerkenraden in het land laten weten.
Weten ze het nog? Het ging over de preekvoorziening in die merendeels vacante kerken. En over het feit dat..
psychologisch gezien, de afstand van het Noorden naar het Zuiden groter is dan dezelfde afstand in omgekeerde richting. Dat is tegelijk een troost voor ieder die in arren moede het waagt af te dalen naar het vacante Zuiden: de terugreis is gegarandeerd korter - voor uw gevoel. Maar het gevoel neemt tenslotte ook een grote plaats in in ons leven. En wat is beter dan uzelf een prettig gevoel te bezorgen?
Zo kunt u het aangename verenigen met het nuttige. Want hetzelfde te zeggen (die weldoorwrochte preek, die doorgaans na eenmaal te zijn gehouden in uw archief wordt bijgezet: wat zijn wij toch inefficiënt! Hetzelfde te zeggen in dat "zondige Zuiden" kan u niet verdrietig zijn en het is voor die vacante kerken zowel nuttig als aangenaam.
een bevestiging, ...
Terug nu naar ongenoemd kerkblad. Deze bode wist mij te vertellen, dat een jonge kandidaat in de theologie bevestigd was tot predikant in "zijn" eerste gemeente. De tekst van de bevestigingspreek weet ik net zo min meer als die van de intreepreek. Nu is dat geen ramp, want het aantal teksten, dat tot beschikking lijkt te staan voor zulke gelegenheden, valt vrijwel op de vingers van één hand te tellen.
'n Passage uit 1 Cor. 2 spant daarbij de kroon - ik kan het weten, want ook ik heb mij daaraan schuldig gemaakt (voor zover je hier van schuld kunt spreken). Ter verontschuldiging (misschien): "de" tekst was mij een en andermaal aangegeven. Wel te verstaan: door mensen van vlees en bloed. Er was niets mystieks bijtenzij de traditie niet alleen heilig maar ook mystiek is.
Over het thema van "thema en verdeling" kan ik voorts kort zijn. Volg gedurende enige tijd met een nauwlettend oog de verslagen van bevestiging en intree en ik garandeer u, dat u het recept uit de overigens streng bewaakte keuken kent. Er lijkt nl. maar één recept te bestaan, met enkele (on) nodige persoonlijke variaties.
Ook hier geldt weer: de goeden niet te na gesproken; hoewel het woord "goeden" ten onrechte de indruk wekt, dat de rest slecht zou zijn. En u moet u natuurlijk er wel van overtuigen, dat u niet te doen hebt met een man, die de euvele moed had het zonder thema en verdeling te wagen. Persoonlijk denk ik wel eens, dat het voor ons makkelijker ware geweest, als ook een zekere Paulus zich daar niet aan had gewaagd.
Toegegeven: wij zijn Paulus niet...
een intrede...
Terug nu naar ongenoemde, kersvers bevestigde kandidaat. Hij deed intree (met een bekende tekst, denk ik).
De gebruikelijke toespraken van al dan niet illustere afgevaardigden werden gehouden en namen een einde.
Waarna zij naarstig en in volgorde van belangrijkheid (vlak onze wettige overheid niet uit in de kerk) door de zeer nieuwe dominee werden beantwoord.
Tussen twee haakjes even de fijne opmerking van een mij welbekende makker-ouderling: een gemeente krijgt alleen dan een "nieuwe" dominee, wanneer zij hem als kandidaat beroepen heeft. In alle andere bevestigingsgevallen is hij op zijn best tweedehands. Een voor de hand liggende conclusie voor predikanten, die al een of meer gemeenten "achter zich hebben", is, dat een toenemende bescheidenheid gepast is.
Zulks kan trouwens op en om het kerkplein nooit kwaad, zou ik denken.
Maar de "nieuwe" dominee (nog eens: niet uit onze eigen kring - al garandeert ook dat niets) zullen wij het gezien zijn jeugd niet al te kwalijk nemen, toen hij manmoedig verklaarde: ik ben geroepen om Gods Woord te bedienen, niet om maatschappelijk werk te verrichten. Goed, ook ik heb boter op mijn hoofd. Heb ik niet eens bij een intree gezegd, dat ik graag aller dienaar wilde worden maar niemands loopjongen? Ook daarvan kom je wel terug. Als je wat ouder wordt. Zou afleen diakenen het loopjongenswerk moeten toegeschoven worden?
naar de pastorale (mede)werker
Terug nu naar genoemde manmoedige uitspraak: wel bedienaar der Woords, geen maatschappelijk werker. Waarom, zo vroeg ik mij af, voelde hij zich gedrongen bij voorbaat zijn territorium af te palen? Had hij soms vernomen dat deze of gene predikant had gezegd, dat een groot deel van zijn tijd in feite voor maatschappelijk werk moest worden gereserveerd? 't Zij gezegd - maar ik vrees, lezer, dat mijn verhaal eentonig begint te worden - dat ook ik in dezen boter op mijn hoofd heb. Of zou hij kennis gekregen hebben van het uit onze kring stammende rapport over de pastorale (mede)werker, dat moet dienen op de e.k. landelijke vergadering?
Wacht, ik vergis mij: ik had rapporten moeten schrijven. Naar goed oud vaderlands en kerkelijk gebruik hebben wij gelukkig een minder- en een meerderheidsrapport. Nu is dié zaak tenminste van twee kanten belicht.
Alhoewel: eigenlijk kan ik (helaas) niet zeggen, dat het ene rapport zonder meer pro en het andere zonder meer contra is. Beide rapporten erkennen dat er van nood terzake van het pastoraat gesproken kan worden.
Bij de vraag, hoe die nood valt op te lossen, gaan de wegen ten dele uiteen: de conclusies zijn zelfs merendeels tegengesteld. Graag geef ik toe, dat noch kerkenordening noch belijdenis over pastorale werkers (of zijn het nu medewerkers?) spreken. Maar dat lijkt mij nauwelijks doorslaggevend. Een kerkenordening bijv. is (ook) afgestemd op in de praktijk noodzakelijk gebleken regelingen. Derhalve zijn soms metterdaad de artikelen "veranderde, vermeerderd of verminderd".
Voor mij blijft de vraag of in beide rapporten wel duidelijk blijkt, dat er niet alleen in vacante gemeenten nood bestaat. In deze tijd van contactarmoede komen ook heel wat leden van gemeenten die wel een predikant hebben, niet aan bod. Gewoon bijv. omdat zo'n gemeente voor één predikant te groot en voor twee te klein is. De schade beperkt zich niet tot één kant. Want enerzijds komt een aantal gemeenteleden niet aan zijn trekken (met alle nare consequenties daarvan), anderzijds raakt de betrokken predikant overbelast (óók door de wetenschap, dat er zoveel werk blijft liggen - nee, dat er zoveel mensen "verwaarloosd" worden). Mij dunkt, dat er een gemeenschappelijke oplossing moet worden gezocht door de gemeenten voor de gemeenten.
Misschien wordt dan ook het sabbatsjaar een reële mogelijkheid: goed voor ons en goed voor u!