Anders niet dan met vreze en eerbied

1978-01-13
  • Jaargang 22
  • nummer 2
De belijdenis van onze kerken herinner er aan, dat wij de heilige Naam van God anders niet dan met vreze en eerbied mogen gebruiken, opdat Hij van ons recht beleden, aangeroepen en in al onze woorden en werken geprezen u/orde.
Alleen als we hoog opzien tegen de HERE, kunnen we bewaard worden voor het kwaad, om op oneerbiedige wijze over God te spreken, een kwaad dat met name onder theologen veel gevonden wordt. In dit opzicht dragen de beoefenaars van de theologie grote verantwoordelijkheid. Ze kunnen met hun z.g. theologiseren het rechte verstaan van de heilige Schrift hinderlijk in de weg staan. Meermalen lazen en lezen we in boeken en dictaten van bijbelexegeten opmerkingen en zegswijzen, die ons doen vragen: Is dit wel in overeenstemming met de eerbied, welke ons past, wanneer we over de grootheid en majesteit van de HERE spreken? De heilige mannen Gods, door de heilige Geest gedreven, hebben altijd met vrees en ontzag over onze levende HERE gesproken: wie Hij is en hoe Hij gediend wil worden. Zij getuigen van Gods heiligheid en gerechtigheid en barmhartigheid. Zij redeneren niet over' het goddelijk wezen', dat verschillende 'zijden' of 'aspecten' heeft (zie b.v. Korte Verklaring, Kleine Profeten deel II, op Nahum 1 : 7,8). Ze geven geen schoolse uiteenzettingen, hoe het precies met de 'eigenschappen' 'in God' is of 'met God' staat, dat er bij voorbeeld geen affecten in God zijn.
Maar ze heiligen, roemen en prijzen God in al zijn werken, waarin zijn almachtigheid, wijsheid, goedheid, gerechtigheid, barmhartigheid en waarheid klaarlijk schijnt.
Mogen onze z.g. godgeleerden maar hoog opzien tegen de HERE. Dan kunnen ze ook bewaard worden voor het oneerbiedig' wetenschappelijk' over God spreken.
Sterke de HERE hen bij al hun analyseren en redeneren tot hun verantwoordelijke arbeid tot zegen voor kerk en leven.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief