Gebed zonder einde
1978-01-13
Gebed zonder einde - dat is toch een mooie titel?- Jaargang 22
- nummer 2
Bidt zonder ophouden, zei Paulus; nu, lijkt dat niet op een gebed zonder einde? Ja, dat lijkt er opmaar is niet hetzelfde. Probeert u maar eens een kwartier vol te houden met bidden. En denk dan eens over de kloosterbroeders, die in vroeger eeuwen zich vetbonden om vele uren achtereen te bidden.
Het is mens onmogelijk.
En denk ook eens aan dat schilderij van, ik meen, Gerard Dou: een oud vrouwtje, met het avondeten op tafel, in gebed verzonken. De poes probeert haar gebed te doen ophouden. Als u er een minuut naar kijkt, en het vrouwtje is nog niet gereed, dan begrijpt u. Ze is tijdens haar gebed de eeuwige rust ingegaan. Vandaar die naam: gebed zonder einde.
Maar het gebed zonder einde kan ook een gezamenlijk gebed zijn, gedaan door een groep mensen die elkaar aflossen. Wij zijn daar zo niet mee vertrouwd. Als kind logeerde ik eens in een niet-gereformeerd gezin; daar werd in de oudejaarsnacht gezamenlijk geknield gebeden. Ieder zei wat hij te danken en te belijden had. Ieder volgde zijn buurman op, als die klaar was. Zo werd het een gezamenlijk gebed, met velerlei verrassende bijdragen, niet al te veel herhalingen en tot algemene stichting en blijdschap.
Daar kunt u aan denken, wanneer u uit het Liedboek voor de Kerken gezang 393 eens opslaat. Het is een avondlied, een nocturne, een zacht vloeiend vooisken. De melodie is van een Engelse predikant uit de vorige eeuw. De componist was muzikaal autodidact en maakte verscheidene kerkelijke melodieën. Zijn naam: Clement Cotterill Scholefield.
Hij gebruikte, zoals in veel Engelse hymns, de driekwartsmaat; een die wij, met onze calvinistische inslag, nauwelijks geschikt voor kerkzang achten. Toch - als u ermee vertrouwd raakt, is de driekwartsmaat helemaal niet gek; helemaal geen specifieke dansmaat. In de gregoriaanse kerkmuziek werd vroeger de driedelige noot of de driedelige maat als volmaakt aangezien; aangeduid met een cirkel, symbool van de eeuwigheid. De drie zou ook kunnen wijzen op de drie-eenheid Gods. En als u daar nog een stap verder op in wilt gaan: de C, die in onze muziek de vierkwartsmaat aangeeft, is helemaal geen letter C maar een gedeeltelijke cirkel, aangevende dat de volmaaktheid van de driekwartsmaat niet bereikt is. Maar genoeg hierover.
De tekst van John Bierton. (uit de laatste eeuwwisseling) is een klassieke belijdenis. Vertaald door Jacqueline van der Waals luidt deze in lied 393:
De dag, door uwe gunst ontvangen,
is weer voorbij, de nacht genaakt;
en dankbaar klinken onze zangen
tot U, die 't licht en 't duister maakt.
Die dan, als onze beden zwijgen,
als hier het daglicht onderduikt,
weer nieuwe zangen op doet stijgen,
ginds waar de nieuwe dag ontluikt.
Zodat de dank, U toegezonden,
op aard nooit onderbroken wordt,
maar steeds opnieuw door mensenmonden
gezongen en gesproken wordt.
Voorwaar, de aarde zal getuigen
van U, die thans en eeuwig zijt,
tot al uw schepselen zich buigen
voor uwe liefd' en majesteit.
Ja, nu kent u het hele lied weer. U hoort de mooie buigzame wijs van Clement Scholefield, die zich bij de doordachte tekst aansluit. De beelden uit het lied spreken u toe. Het is een mooi avondlied geworden, een lied van dank en aanbidding. De zon zal over Gods volk niet ondergaan, zei Jesaja. En als u eens een mond open kunt doen - probeert u dit lied dan als slotzang na de avonddienst gezongen te krijgen. Het zal u geen kwaad doen.
The day Thou gavest, Lord, is ended;
The darkness falls at thy behest;
To thee our morning hymns ascended,
Thy praise shall sanctify our rest.
We thank thee that thy Church unsleeping,
While earth rolls onward into light,
Through all the world her watch is keeping,
And rests not now by day or night.
As o'er each continent and island
The dawn leads on' another day,
The voice of prayer is never silent,
Nor dies the strain of praise away.
The sun that bids us rest is waking
Our brethren 'neath the western sky,
And hour by hour fresh Iips are making
Thy wondrous doings heard on high.
So be is, Lord! thy throne shall never
Like earth's proud empires, pass away;
Thy Kingdom stands aud grows for ever
Till all thy creatures own thy sway.
Vertaling:
De van u ontvangen dag, Heer, is voorbij,
de duisternis valt in naar uw gebod;
onze morgenzangen klommen tot U op,
en ook onze rust zal door uw lof geheiligd zijn.
Wij danken U dat uw kerk waakzaam,
terwijl de aarde doordraait, de zon tegemoet,
over de hele wereld haar wacht houdt en
dag noch nacht ophoudt (te lofprijzen ).
Daar over elk werelddeel en eiland
de dageraad een nieuwe dag inluidt,
zal de stem van het gebed nooit zwijgen
noch de keten van lofprijzing verbroken worden.
De zon, die ons te ruste wenkt, maakt wakker
onze broeders achter de westerkim,
en uur na uur klinkt van nieuwe lippen
de lof van uw wondere daden omboog.
Zo zij het, Heer. Uw troon zal nimmer,
als aardse rijken, voorbijgaan.
Uw koninkrijk staat en komt steeds nader,
tot alle schepselen buigen voor uw macht.
De melodieën in het Church Hymnary (ook hier is men aan de derde gezangenbundel begonnen) dragen dikwijls een populaire naam. Soms is het de Bunessan (van het eiland Mull bekend geworden), soms de Ashwell, de Cheshire, of de Iona of een andere plaatsaanduiding.
Soms ook de Ascendit Deus of de Cordenatus, of een andere Latijnse naam. Soms ook de St Margaret, de St Mary, de St John, de St Matthew of een andere heilige aan wie de wijs wordt toegeschreven. In dit geval is de wijs van Clement Scholefield in de kerkboeken aangeduid als de St Clement.
Is ds Scholefield dan heilig verklaard ? Welnee - maar hij is net zo heilig als de geroepen heiligen van Corinthe; nu hij het niet meer verzondigen kan, wordt hij op oudchristelijke wijze als Sint Clement aangeduid. En als u nog niet zeker bent dat hij geen Rooms prelaat is geweest, kijk dan eens in het oude avondmaalsformulier: ook daar komt u heiligen tegen.
John Ellerton gaf u de prachtige tekst, die u aan de Schrift herinnert. Aan Jesaja, aan Mozes, aan David, aan Johannes. Aan de tempeldienaren, die "hun wacht waarnamen". Aan Paulus, die ons beval zonder ophouden te bidden - al bedoelde hij niet helemaal hetzelfde.
Als u lied 393 in ere houdt, gebruikt u de vertaling van Jacqueline maar. Die is niet zo rijk als het oorspronkelijke maar u ziet voortaan meer perspectief in dit schone kerklied. U ziet zichzelf en uw medechristenen als een kraal (een koraal) in de wereldomspannende rozenkrans van nimmer zwijgende lofzangen. Als Gods goedertierenheid dan tot in eeuwigheid duurt - laat onze dank niet achterblijven.