De liegende vijgenboom

1979-04-27
  • Jaargang 23
  • nummer 17
Gerechtvaardigde verwachting
Een nauwkeurige vergelijking met Me. 11 leert dat Jezus weloverwogen op pad is gegaan om de tempel te reinigen (Mt. 21 : 12-17). De vorige dag heeft Hij alles in ogenschouw genomen, dan keert Hij de volgende morgen terug om althans voor één dag een eind te maken aan de praktijken van gewetenloze lieden, voor wie Gods-dienst een winstgevend zaakje is. Zij verdienen een beste cent aan Gods genade en - ten diepste - aan het bloed van Jezus Christus. Cynisch gezegd: de Eén zijn dood is de ander zijn brood. Maar waar is in de tempel in Jeruzalem iets te vinden van zondebesef, van een verslagen geest, een gebroken hart?
En dat alles in het bijzijn en onder auspiciën van priesters en schriftgeleerden ...
Wie die situatie op zich laat inwerken, begrijpt het vervolg beter: de vervloeking van de vijgeboom (Mt. 21 : 18-22).
De vroege morgenwandeling van Bethanië naar Jeruzalem maakt Jezus hongerig. Hij ziet om naar iets eetbaars. Daar ontwaart Hij in de verte een alleenstaande vijgeboom.
De boom zit al goed in het blad. Weliswaar is het nog vroeg in het jaar - bijna Pasen - en dus nog niet de eigenlijke tijd van de vijgen. Die valt in de midzomer, zeg augustus, en dié vijgen groeien en rijpen aan de nieuwe loten.
Maar blijkbaar hoopte Jezus aan deze veelbelovende boom wat zgn. vroege vijgen" te vinden, die zich tegelijk met het blad zetten, dus aan de oude twijgen. Het zijn eigenlijk schijnvruchten, weliswaar niet lekker maar toch eetbaar: Jezus zou er zijn honger mee hebben kunnen stillen.

Bittere teleurstelling
Helaas: Jezus zoekt maar vindt er geen. De boom is naar bijbels spraakgebruik "een boom die liegt" vgl. Hos. 9 : 2; Hab. 3 : 17; Jes.
63 : 8). De boom, hoe veelbelovend ook, geeft niet wat je er van mag verwachten. Hij stelt teleur.

Jezus' reactie is kort maar krachtig: "nooit groeie aan u enige vrucht meer, in eeuwigheid! En terstond verdorde de vijgenboom".
Hij werd tot "dor hout".
En daarmee staan we voor de vraag naar het "waarom?"
We kunnen toch moeilijk in alle ernst aannemen, dat Jezus tegen deze boom is uitgevaren als had hij schuld.
Zo onredelijk mogen wij al eens doen: als kinderen schoppen tegen een deur, driftig en onbeheerst.
Maar, ook gezien de tempelreiniging (weloverwogen), zoiets onredelijks deed Jezus toch niet. Ook hiér niet een plotselinge opwelling van redeloze drift maar een weloverwogen woord-en-daad, En dat in het bijzijn van toeschouwers: de discipelen. Hun wilde Jezus iets leren door een profetie die duidelijke taal sprak, door een uiterst korte preek die verbeeld werd in het verdorren van de vijgeboom.
Er is, ik citeer, dus "geen sprake van een oordeel over de boom, een redeloos schepsel, maar van een woord tot de boom om onzentwil".
Ja - en terwille van de toenmalige omstanders. Een oordeelswoord dat spreekt van een nooit meer vrucht dragen. Een teken dat spréékt van een-voorgoed (tot in de wortel) verdorren.
Een huiveringwekkend teken - als je bedenkt dat Jezus dagelijks naar Jeruzalem trok ... En als je dan ook bedenkt in welke staat Hij Jeruzalem en de tempel aantrof ... Dit, voorzegt Jezus, is wat er met Jeruzalem, met Israël gebeurt als en voorzover het "teleurstelt"
(i.t.t, Gods verwachtingen, Jes. 63 : 8, en tot wat Jezus na drie jaar optreden had mogen verwachten.)

Symbool en werkelijkheid
Op het niet-willen volgt tenslotte een niet-mogen en een niet kunnen, van Godswege, als een oordeel.
Dit oordeel treft Jeruzalem, Israël ... Eénmaal hadden de discipelen een dergelijk wonder begeerd en willen uitlokken, bij ...
de Samaritanen (Luc. 9 : 54).
Toén werd het geweigerd. Hier wordt het - ongevraagd - gegeven ... over Israël. Het enige onheils-teken dat Jezus, voorzover wij weten, ooit heeft gegeven ...
Dat moet de discipelen toch opvanen.
Niet maar de boom, nee Israël stelt teleur. Waarom? Het wekt de schijn, als bij de intocht, dat het Jezus als de Messias begroet.
Met bijbelteksten en al: alleszins godsdienstig. Maar het is slechts schijn - het tempelplein bijv. spreekt andere taal. Schijn en wezen dekken elkaar niet. Jezus had in Jeruzalem vruchten mogen verwachten. Zijn duidelijk profetische intocht (21 : 1-11) was gevolgd op drie jaar onvermoeide arbeid. Bovendien: de "boom" Israël) stond er al eeuwen: daar was al heel wat werk aan besteed.
Schijn bedriegt - bij mensen.
Maar God laat zich door geen schone schijn bedriegen. En dus begint zijn oordeel bij Jeruzalem.
Hij weet of de vlag de lading moet dekken.
Klaarblijkelijk is het woord vari Jezus door de discipelen niet erg goed begrepen. Dat blijkt de volgende morgen uit hun verwondering.
Een verwondering die niet verder reikt en kijkt dan: "hoe is de vijgeboom zo terstond verdord?"
Niet de ernst van de boodschap, noch de dreiging van de onheilsprofetie verbaast hen. Alleen maar het feit zelf. Ze blijven letterlijk staan bij het symbool van het dorre hout.

Vraag èn antwoord
Ze krijgen een passend antwoord het begrijpen zal later wel komen, in het jaar 69/70 bijvoorbeeld ...
Het antwoord luidt: "voorwaar, Ik zeg u, als gij geloof hebt en niet zult hebben getwijfeld, zult ge niet alleen dat van de vijgeboom doen, maar zelfs als ge tot deze berg (ze staan er bovenopl) zegt: hef u op en werp u in de zee, het zal geschieden. En al wat gij in het gebed gelovig vragen zuIt, zult gij ontvangen."
Jezus spreekt de discipelen over de toekomst, hun toekomst. Houdt die toekomst in dat zij, weinig elegant ,gezegd, over kunstjes zullen kunnen beschikken die anderen niet ter beschikking staan? Wordt het geloof geschonken om opzienbarende mirakelen te verrichten? Ben je geen gelovige als je geen boom kunt laten verdorren, geen berg (al was het de Sions-berg) in zee kunt laten plonzen. De vraag behoeft nauwelijks antwoord. Vergeten we niet: Jezus sprak over Jeruzalem, Israël.
Straks wordt een handvol discipelen er op uit gestuurd om de wereld het wonderlijke evangelie te verkondigen, te beginnen in Jeruzalem ... ! Het zal de discipel niet beter vergaan dan zijn Meester.
Ook zij zullen datzelfde verzet ontmoeten - bergen van verzet. Ze zullen ontdekken dat de duivel rondgaat als een brullende leeuw, zoekende wie hij kan verslinden.
Och arme, wat kan een handvol mensenkinderen daartegen beginnen?
Laat staan als ze buiten Jeruzalem, Israël, in die grote heidense wereld terechtkomen. Wat komt er dan van het evangelie terecht?
Er is maar één mogelijkheid, één weg: die van het geloof. Een geloof dat bergen verzet. Dat, gepaard met gebed, het onmogelijke tot stand brengt. Zoals is gebleken: op de pinksterdag worden duizenden, ook Israëlieten - ja die allereerst - tot inkeer gebracht.
Waarom? Omdat Petrus en de anderen voor de volle honderd procent achter de boodschap staan, niet lettend op de ergernis en de dwaasheid van het evangelie. Ze mogen klein zijn in getal, en weinig in aanzien: als zij het Woord brengen met de volle overtuiging van het geloof, dan zullen er (ook nu nog) wónderen gebeuren. Het wonder dat mensen, zondaren zich (be)keren tot God. Wordt Gods kracht niet in zwakheid volbracht?
Wie niet op zichzelf ziet, maar op Hem die achter de boodschap staat, zal (nog steeds) wonderen zien gebeuren.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief