terloops
1979-04-27
De bond van Vonkenberg - Jaargang 23
- nummer 17
Het is altijd fijn om reakties te ontvangen op wat je schrijft. Een broeder van 84 jaar uit het hoge Noorden reageerde op wat ik laatst schreef over de bond van Vonkenberg.
Hij heeft een groot stuk van de geschiedenis van de gereformeerde jongensbond meegemaakt en aan het slot van zijn brief zegt hij: "Wij hebben hier nog wel een J.V. en een M.V. gelukkig, maar dan wel in andere stijl, maar toch wordt Gods Woord onderzocht."
Een goede opmerking. Nieuwe vormen hoeven het oude werk niet in de weg te staan!
Eénwording protestantse kerken in België
Een lezer die in Ukkel bij Brussel woont schreef me naar aanleiding van wat ik schreef over het samengaan van een aantal protestantse kerken in België. Tegen deze éénwording zijn verschillende bezwaren ingebracht. In zijn brief staat hierover o.a. het volgende: "Kortom deze kerk functioneert veeleer als een federatie met een aantal gemeenschappelijke belangen en verantwoordelijkheden (b.v. met betrekking tot het godsdienstonderwijs) dan als kerken die één zijn in Christus. Wat me dan ook stoort in de hele publiciteitsactie rond deze vereniging is het aanroepen van de Heilige Geest; ik heb de indruk dat dit er niet veel mee te maken heeft.
U zult zich misschien afvragen wat ik dan binnen dit kerkverband zoek? Dat is eenvoudig de gemeente waar ik lid van ben is bijbelgetrouw en het is een plezier om er bij te mogen horen."
Hartelijk dank voor de brief en de aanvulling.
Niet praten maar zwijgen?
Een zuster is het niet met me eens over wat ik schreef over "praten of zwijgen" als het gaat over het herstel van geschonden verhoudingen.
Maar er is toch een misverstand.
Ik heb niet beweerd dat meningsverschillen of ontstane kwesties maar moeten worden doodgezwegen.
Ik heb wel de vraag gesteld of praten altijd de oplossing is.
We zullen het er allen wel over eens zijn dat "de dingen uitpraten" mogelijk moet zijn? Zó hoort het onder Gods kinderen tenminste.
Maar beseffen we altijd wel de moeite om de juiste woorden te spreken? Daar ging het me om.
Voelen we iets van onze onmacht om de ander zó te benaderen dat werkelijk spreken mogelijk blijkt?
Of voelen we ons zo machtig de ander terecht te wijzen en misschien te beschuldigen dat we zelf niet van onze hoogte af hoeven te komen teneinde zó, vanuit de hoogte, de ander te benaderen?
Of, of, er zijn nog meer mogelijkheden!
Welnu, ik bedoelde alleen maar te zeggen dat praten wijsheid vereist.
En wie meent wijs te zijn kan beter eerst even stil zijn.
Maar laat niemand menen dat zwijgen altijd goed is, evenmin dat spreken altijd goed is. Elkanders lasten dragen is wèl altijd goed, elkaar aanvaarden ook. Maar dat aanvaarden gaat uit bóven zwijgen of spreken. Daar is méér voor nodig.
Eenzaamheid
Uit "Kerk en wereld" neem ik het volgende gedicht over:
EENZAAMHEID
om half tien schoof ze de gordijnen open
en voor haar lag alweer zo'n lange dag
misschien dat straks het ziekenfonds zou komen
dan kon ze even praten als ze hem zag
vroeger dan kwam de melkboer dagelijks bellen
en riep de bakker: u een halfje wit?
de postbode zei vriendelijk: goede morgen!
- nu heeft ze een bus die aan een paaltje zit –
en in de supermarkt neem je een wagen
die vul je al rijdende, dat is reuze efficiënt
maar sta je in de rij om te betalen,
heeft ieder haast en niemand die je kent.
maar nu, nu heeft ze zèlf een zaak geopend –
als je te veel hebt, moet je delen in deze tijd-
er staat een bordje in haar etalage:
HIER KOOPT MEN ZEER VOORDELIG EENZAAMHEID!
daar zit ze hunkerend bij een volle toonbank
stopt daar een MENS, een eerste klant misschien?
ach, bijna schichtig loopt men langs haar deurtje,
want iedereen is min of meer voorzien.
Maar Jezus zegt: Ik heb je pijn doorleden
en met jouw Godverlatenheid gestreden
wie om mij roept die hoeft geen eenzaamheid te vrezen
IK WIL VANDAAG NOG IN JE WONING WEZEN.